Gebouwen bij sluizen en bruggen

Onderzoek naar het huidige gebruik en mogelijkheden voor de toekomst
Rijkswaterstaat heeft in Nederland ruim 350 bedieningsgebouwen van bruggen en sluizen in eigendom. Omdat bij de bediening van bruggen en sluizen steeds vaker gebruik wordt gemaakt van bediening op afstand met computersystemen, verliezen sommige lokale bedienposten hun functie.
Rijkswaterstaat wil graag onderzoeken of aan deze bedieningsgebouwen een nieuwe functie kan worden gegeven. Een bureauonderzoek dat binnen Rijkswaterstaat is uitgevoerd heeft laten zien dat er in een aantal gemeenten al ervaring is opgedaan met het herbestemmen van brug- en sluiswachtershuisjes in stedelijk gebied. Ervaring met herbestemmen van dergelijke bouwwerken in het buitengebied is er echter nog nauwelijks. Hofstra|Heersche heeft er onderzoek naar gedaan.





Veel bruggen en sluizen in Nederland werden van oorsprong lokaal bediend. Daartoe zijn veel bruggen en sluizen voorzien van een bedieningspost. Gedurende de bedieningstijden van de brug of sluis was hierin een brug- of sluiswachter aanwezig. Dit had voordelen. De brug of sluis had een sociale functie, waarbij een brug- of sluiswachter bijvoorbeeld post aan nam van schippers of berichten door gaf. Ook kon de brug- of sluiswachter anticiperen op een lokale situatie en bijvoorbeeld even wachten met het openen van een brug tot ook de naderende vrachtauto of lijnbus gepasseerd was. Nadelen waren en zijn er ook. Mensen komen soms verhaal halen bij de sluis- of brugwachter, de werkplek is niet altijd even prettig – want vaak klein en gehorig – en in sommige gevallen zit de brug- of sluiswachter de hele dag alleen op zijn post.

Veel bedieningsposten zijn inmiddels gecentraliseerd of worden dat in de toekomst. Hierbij zitten meerdere brug- en sluiswachters bij elkaar in één bedienpost, van waar meerdere sluizen en/of bruggen bediend worden. Doorgaans is één persoon verantwoordelijk voor meerdere objecten. Op het scherm ziet de brug- of sluiswachter beelden van camera’s die zijn opgesteld bij de bruggen en sluizen die ze bedienen. Op afstand kunnen ze vervolgens de brug of sluis openen en sluiten.





Hoewel door het centraliseren van de bediening veel bedieningsgebouwen niet langer permanent bemand zijn, is de functie van het gebouw lang niet altijd komen te vervallen. In bijna alle bezochte bedieningsgebouwen is er nog bedieningsapparatuur aanwezig om, in geval van calamiteiten of onderhoud, de brug of sluis lokaal te kunnen bedienen. Zo kan het zijn dat in sommige gevallen relatief grote gebouwen merendeels leeg staan terwijl ze geen andere bestemming kunnen krijgen.
In andere gevallen heeft men de nieuwe elektrische installatie niet in het nieuwe bedieningsgebouw, maar in het verouderde bedieningsgebouw aangebracht, terwijl dit gebouw verder leeg en functieloos is. Hierdoor wordt herbestemming van het oude gebouw bemoeilijkt.





Met name de grotere sluiscomplexen waren van oorsprong ‘zelfvoorzienend’. Er was niet alleen een bedienpost, maar er waren vaak ook extra kantoren, een werkplaats en in sommige gevallen woningen voor de verschillende sluiswachters. Doordat veel werkzaamheden op en rond sluizen en bruggen tegenwoordig worden uitbesteed aan een aannemer, zijn in enkele gevallen die werkplaatsen met bijbehorende kantoren overbodig geworden. Ook de sluiswachters wonen tegenwoordig vaak niet meer op het terrein.




Kansen voor herbestemmen
In de inventarisatie is per object een inschatting gemaakt of herbestemming kansrijk is. Wat niet wil zeggen dat het object ook altijd herbestemd kan worden. Bij het maken van een inschatting heeft een aantal factoren een belangrijke rol gespeeld. Te denken valt dan aan de ligging, het huidige gebruik, de grootte van het object en de iconische waarde.





Kansrijke objecten
Gezien het voorgaande is het niet vreemd dat de meest kansrijke objecten voor herbestemming over het algemeen bij sluizen liggen. Zeker de oudere sluiscomplexen zijn vaak mooi vormgegeven en liggen op aantrekkelijke plaatsen in het landschap. Het passerende scheepvaartverkeer is hierbij eerder rustgevend dan storend. Bij eventueel herbestemmen moet echter goed naar de veiligheidssituatie worden gekeken.
Bedieningsgebouwen van bruggen zijn over het algemeen minder kansrijk. Omdat Rijkswaterstaat rijkswegen beheert, horen de bedieningsgebouwen vaak bij bruggen in grote infrastructuur. Het voorbijrazende verkeer zorgt hierbij veelal voor een onaangename verblijfsplek, temeer omdat de gebouwen vaak gedateerd zijn en de bijbehorende bruggen en basculekelders kunnen zorgen voor voortdurend gedreun bij het passeren van auto’s.




Nut en noodzaak van deze inventarisatie
Het inventariseren van gebruik, historische waarde en eventuele mogelijkheden voor hergebruik van verschillende gebouwen van Rijkswaterstaat is zinvol gebleken en heeft een aantal bijzondere kansen in beeld gebracht. De keuze voor herbestemming van een gebouw kan alleen gemaakt worden op het moment dat er een duidelijk beeld bestaat van de potenties en het huidige gebruik van de gebouwen. Deze studie is een ‘nulmeting’ voor ruim 50 gebouwen: huidig gebruik en aanwezige functies zijn hierin per gebouw opgenomen.