Portfolio

HH_presentatie-erfgoed-vol-energie_20-juni-2018-DEF12-1280x905.jpg

Open oproep Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie:

Erfgoed vol energie

In maart 2017 lanceerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie het nieuwe ontwerpprogramma ‘Erfgoed en Ruimte’. Binnen dit programma is een Open Oproep uitgeschreven met het thema ‘Nieuwe energie voor het landschap’. Drie adviseurs hebben zich gebogen over de voorstellen: Sven Stremke (expert energietransitie, WUR, AvB), Riëtte Bosch (stedenbouwkundige en landschapsarchitect, RVB) en Marlijn Baarveld (VER programmaleider Transformatie van het landschap, RCE). Zij hebben de voorstellen beoordeeld op vraagstelling, plan van aanpak, betrokken deskundigheid en de coherentie daartussen. Na twee beoordelingsrondes kwamen zij tot een selectie van vier voorstellen die zij graag verder uitgewerkt zouden zien. Ons voorstel zit daarbij.



Urgentie

Wij stellen in ons projectvoorstel ‘Erfgoed vol Energie’ dat, behalve de bekende energielandschappen als het veenweidegebied, ook het kleinschalige houtwallenlandschap van oudsher een energielandschap was. Het leverde de boer immers bouwhout, brandhout en hout voor stelen. Dit waardevolle landschap staat echter onder druk door verdergaande schaalvergroting in de landbouw en doordat de oorspronkelijke functies verloren zijn gegaan.

Via ontwerpend onderzoek willen wij een nieuw type houtwal ontwikkelen die een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Nederland. Ook moet deze houtwal bijdragen aan de instandhouding van een bijzonder en gewaardeerd landschap.







Duurzame landgoederen

Ons plan voorziet in de realisatie van een nieuw type houtwal voor de oogst van biomassa in een cultuurhistorisch waardevol en kleinschalig landschap. De huidige biomassa die wordt gebruikt voor de bijstook in biomassa-centrales wordt aangevoerd vanuit Noord-Amerika en is ondanks de milieuwinst niet optimaal duurzaam. De vraag naar biomassa blijft echter toenemen en de groei van houtpellets voor biomassa groeit elk jaar met 10%.

Naast de grootschalige energiecentrales zijn kleinschalige biomassa-centrales bezig aan een opmars. Vooral op landgoederen waar grote gebouwen staan die veel energie behoeven. De landgoederen onttrekken het hout van bestaande landschapselementen op het landgoed. Het oogsten van deze houtwallen is echter, ook met de inzet van vrijwilligers, niet kostendekkend. Wij ontwerpen een machinaal oogstbare houtwal die rendabel in stand kan worden gehouden en worden geoogst. Zo leveren we een bijdrage aan het behalen van de gestelde klimaatdoelen.



Rendabele houtwallen

In de huidige situatie werken landgoederen en boeren met behulp van een beheer-subsidie en vrijwilligers aan de oogst van de biomassa uit houtwallen. Op dit moment vormt dit een kostenpost. Het is niet voor niets dat houtwal onder druk staat in het Nederlandse landschap.

Het zou een groot verschil kunnen maken als de houtwal niet langer een kostenpost is, maar een verdienmodel. Deze omslag willen we bereiken door een efficiënt te oogsten houtwal te ontwerpen. De achteruitgang van het aantal landschapselementen kan hiermee gekeerd worden en cultuurhistorisch waardevolle landschappen kunnen zo mogelijk worden hersteld.







Streven naar realisatie van de eerste nieuwe houtwal

Hiervoor zullen we op een aantal vlakken antwoorden moeten vinden:

  • Biosfeer: we zullen onderzoeken welke gewassen het meest geschikt zijn voor gebruik in de nieuwe houtwal en welke gewassen de hoogste calorische waarde bevatten.
  • Technosfeer: de techniek zal de randvoorwaarden bepalen voor de mechanische oogst. Hoe dik mag een boom worden, en hoe wijd mogen de bomen uit elkaar staan? Zijn de toepassingen en kosten te organiseren per landgoed of loonwerker, of moeten de landgoederen zich organiseren om de investeringen te kunnen organiseren rendabel te maken.
  • Regelgeving: de maatregelen moeten passen binnen financiële, planologische en juridische kaders. Wat is de bestemming van de nieuwe houtwal, is de boswet van toepassing, en wat is de waarde van de grond na inrichting?





Pilot- locatie

Landgoed ’t Medler in Vorden is bereid gevonden om binnen dit project te fungeren als pilotlocatie. De gemeente Bronckhorst denkt eveneens met ons mee. Tijdens de startfase wordt het project verder uitgewerkt en zal een klankbordgroep worden samengesteld met boeren, een loonbedrijf, energiespecialisten, wetenschappers en erfgoedprofessionals.

Door in eerste instantie aan de slag te gaan binnen een duidelijk, afgebakend gebied en met een duidelijke opgave vergroten we de kans op een praktische uitwerking en uitvoering. De lijnen zijn kort en het aantal belanghebbenden is te overzien. Tegelijkertijd is de ligging van ’t Medler als projectgebied interessant. De gemeente Bronckhorst, waarbinnen ’t Medler ligt, kent namelijk een hoge dichtheid aan landgoederen. Allen hebben zij een vergelijkbare uitdaging, namelijk het vinden van nieuwe verdienmodellen. Allen hebben zij over het algemeen ook dezelfde, hoge energierekening als het gaat om het verwarmen van de gebouwen. En allen hebben zij over het algemeen de zorg voor een landschap met een hoge dichtheid aan kleinschalige landschapselementen. Vraag en aanbod liggen dus bij meerdere landgoederen dicht bij elkaar. Daarom ligt een eventuele schaalsprong van landgoed ’t Medler naar andere landgoederen binnen de gemeente Bronckhorst dan ook voor de hand.




Werkwijze

Na toekenning van de subsidie zijn we van start gegaan met de randvoorwaardelijke onderwerpen. De randvoorwaarden zijn reeds op een aantrekkelijke en toegankelijke wijze in beeld gebracht.

Met de opgedane kennis van alle randvoorwaarden starten we met het ontwerpend onderzoek. We brengen alle variabelen in beeld en denken na over een rendabel sortiment voor de verschillende toepassingen, inclusief een beschrijving van de landschappelijke waarde van de plant. Het resultaat is een lexicon van soorten en houtwallen met elk een eigen kwaliteit, gebruikswaarde en economische betekenis. Het eerste concept staat in de stijgers.

Deze gereedschapskist vol mogelijkheden gaan we testen op de bruikbaarheid in cultuurhistorische context. Zijn er gewassen die zich lenen ter vervanging van een oude hoogstamboomgaard? Kunnen we een hakhoutbosje maken in het jonge ontginningenlandschap? Wat is de invloed van de toepassing van deze houtwallen op een landgoed er zijn er ook grenzen? Wanneer begint het te kraken? Deze vragen worden beantwoord in een beeldende ontwerpstudie op kaart. De meest kansrijke, vindingrijke of vernieuwende mogelijkheden werken we uit in sprekende beelden.

Het sluitstuk van het project is de aanplant van een echte houtwal schaal 1:1. Hiervoor stellen we een inrichtingsplan op, maken we een beplantingsplan en vragen we een vergunning aan. In het plantseizoen van volgend voorjaar gaan de planten de grond in.




  • Kenmerken
Kenmerken

Open oproep: Erfgoed vol energie

Locatie: Vorden, Gelderland

Opdrachtgever: Landgoed ‘t Medler

Partners: Stoken op Streekhout, WUR, AGEM, Landschapsbeheer Gelderland.

Status: Prijsvraag Stimuleringsfonds

Periode: 2017 – 2018

Thema: Erfgoed. Energie. Landschap.


Erfgoed als producent van duurzame energie



Gramsma_Riff_A4_kl-5-1-1280x385.jpg

Ondernemers ontwikkelen toegankelijke natuur en verbrede landbouw

Nieuwe natuur Dronten Oost

De afgelopen jaren hebben we een bijdrage geleverd aan de realisatie van nieuwe natuur in Flevoland. In het kader van het programma Nieuwe Natuur van de Provincie Flevoland hebben we alle grondeigenaren in een zoekgebied gevraagd naar hun ideeën om nieuwe natuur, recreatie en landbouw in samenhang te ontwikkelen. In dit integrale gebiedsproces hebben we samengewerkt met STIVAS, LTO, Kadaster en Eelerwoude.


Bottom-up

Na alle geïnteresseerden grondgebruikers te hebben gesproken hebben we twee kansrijke deelgebieden vastgesteld. Hierbinnen zijn we met de bewoners aan de slag gegaan om ideeën concreet te maken. De resultaten zijn uitgewerkt in afzonderlijke inrichtingsplannen en businesscases. Het resultaat omvat de integrale ontwikkeling met meer dan 70 hectare nieuwe natuur, recreatieve routes en een verbetering van de bedrijfsstructuur.







Aan de keukentafel en in de schuur

‘Wij zijn ontzettend blij met deze positieve uitkomst. Nieuwe Natuur creëren aan de oostkant van Dronten in samenhang met de omgeving is natuurlijk prachtig. Maar ook de wijze waarop het tot stand is gekomen, in samenwerking met de ondernemers in het gebied, is een mooi voorbeeld van participatie’, aldus wethouder Jaap Oosterveld.


Gedeputeerde Jan-Nico Appelman: ‘Veel verschillende partijen, inclusief agrarische ondernemers, hebben constructief samengewerkt om tot één overkoepelend gebiedsplan te komen, waarin natuur wordt gecombineerd met recreatie en landbouw. Dat is wat het proces in dit project zo bijzonder maakt: iedereen draagt zijn eigen steentje bij aan de profilering van de oostkant van Dronten als recreatief verblijfsgebied én vestigingsplaats’.



Samenwerking voorop

Wij hebben gedurende het gehele proces de planvorming ondersteund. In de eerste plaats door een ecologische quick-scan op te stellen die aangeeft waar, hoe en welke  natuurwaarden kunnen worden gerealiseerd. Op vergelijkbare wijze hebben we nagedacht over de te behalen landschappelijke kwaliteit en recreatieve meerwaarde.

Op individueel niveau hebben we met de deelnemers gewerkt aan de vertaling van hun wensen en ideeën in concrete inrichtingsplannen. Na voltooiing hiervan hebben we voor elke ondernemer, samen met Brandhof  Natuur & Platteland en Albert Corporaal een individueel beheerplan opgesteld.

In het proces hebben we de samenhang tussen de afzonderlijke initiatieven bewaakt én bevordert. Tot slot hebben we de resultaten samen met Eelerwoude voorzien van een kostenraming. Het geheel van businesscases is vervat in de uitvoeringsovereenkomst tussen provincie en gemeente.








100 jaar Zuiderzeewet

In 2018 is het een eeuw geleden dat het Nederlandse parlement de Zuiderzeewet aannam. Dit wordt gezien als het startschot voor het ontstaan van de provincie Flevoland. Om dit te vieren heeft de provincie het initiatief genomen een nieuw landschapskunstwerk te realiseren.

Het ontwerp van Gramsma is een toevoeging aan de reeks van 7 reeds bestaande landschapskunstwerken in de provincie. Het ontwerp refereert aan 100 jaar Zuiderzeewet en de inpoldering. Het ontwerp behelst een stukje nieuw land, waarvoor een gegraven ruimte in de Zuiderzeegrond als tijdelijke mal wordt gebruikt. Het resultaat (de contramal) zal als een opgegraven archeologische vondst herinneren aan de bodem en een nieuw uitkijkpunt vormen op het ingepolderde landschap. Zo wordt een plek gecreëerd voor mens en natuur die de verborgen geschiedenis ervan toont.

In overleg met de kunstenaar hebben we het kunstwerk een plek gegeven in een van onze ontwerpen. Het komt op een prachtige locatie op de overgang van land naar water en zal worden ontsloten door een wandelpad.




  • Kenmerken
Kenmerken

Nieuwe natuur Dronten Oost

Locatie: Dronten, Flevoland

Opdrachtgever: Gemeente Dronten

Partners: STIVAS, Kadaster, Staatsbosbeheer, Eelerwoude, Bob Gramsma

Status: Planvorming

Periode: 2015-2017

Thema: Nieuwe natuur. Recreatie. Landbouw.


Ondernemers ontwikkelen toegankelijke natuur en verbrede landbouw.



Horsterwold_20140513_3949-1280x853.jpg

Transformatie van overzichtelijk productiebos naar avontuurlijk natuurgebied

Horsterwold

Het Horsterwold is een van de grootste aaneengesloten loofbossen van Nederland. Het Horsterwold is in de laatste jaren omgevormd van een min of meer massieve bosopstand naar een meer open en divers bos met meanderende waterpartijen.


Dwalen door de wildernis

Waar zou je beter van rust en ruimte kunnen genieten? Je deelt het bos alleen met reeën, wilde paarden, damherten en vossen en vogels. Er ligt een prachtig netwerk van paden en routes voor je klaar. Ontdek ze met de fiets, lopend, te paard of vanuit de kano. Of ga mee met een van de safaritochten die Staatsbosbeheer hier organiseert, te voet, te water of in de ecokar.







Unieke natuur

De bosomvorming heeft geresulteerd in hogere natuurwaarden en biodiversiteit. Dit komt voort uit de grotere diversiteit aan leefgebieden die zijn ontstaan door de toevoeging van openheid, overgangen, randen en open water. Deze leefgebieden bieden de potentie voor de ontwikkeling van een laagveenachtige flora en fauna. In dit natuurlijke systeem zijn toppredatoren als de zeearend karakteristiek en kan ook de bever invloed hebben op het landschap.



Bijzondere beleving

Als kers op de taart heeft ook de bestaande uitkijkheuvel Horsterberg een opknapbeurt gekregen. Deze bestaat uit de inrichting van een fraai uitgewerkte verblijfsruimte met meer zitgelegenheid en beschutting. Daarnaast is de oorspronkelijke Horsterberg uitgebreid met een nieuwe en meer beschutte uitkijkheuvel. Hierop is door Staatsbosbeheer een uitkijktoren geplaatst. In samenwerking met architecte Geerke Frederik van de Grontmij hebben we tot slot een vogelkijkhut ontworpen. Kijken zonder gezien te worden!






Horsterberg als middelpunt

De Horsterberg is meer dan een eindpunt. Natuurlijk zal een deel van de bezoekers, zeker mindervaliden, naar de Horsterberg komen om daar een poos te verblijven en van het uitzicht te genieten. Een deel van de mensen zal echter vanaf de Horsterberg beginnen met een struintocht. Daartoe leent de plek zich ook uitstekend. Rondom de Horsterberg liggen verschillende struinroutes, die in verschillende richtingen uiteen waaieren.

Veel meer dan nu het geval is zou de Horsterberg ook als knooppunt in deze struinroutestructuur kunnen functioneren. Dat bekent ook dat bezoekers verleid kunnen worden om te struinen, ook als dat eigenlijk niet het doel van het bezoek was. Zo is het heel goed denkbaar dat een bezoeker die normaal gesproken via het betonpad heen en terug zou lopen, op de berg in de verleiding wordt gebracht om juist door de natuur terug te lopen en op die terugweg de Tuurtoren nog even aan te doen.




Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image




Beeldhouwen in klei

De eerste fase van de transformatie bestaat uit ‘beeldhouwen’ in de bestaande berg. Terwijl de huidige betonnen omgang op de top in tact blijft wordt in de flank van de berg een nieuw niveau toegevoegd. Dit nieuwe niveau zorgt voor een prettige verblijfplek. Hier kan de bezoeker zitten met de zon in het gezicht en de dekking van een talud in de rug. Bij guur weer zorgt het lager gelegen niveau voor beschutting. Tegelijkertijd is het een andere ‘ruimte’ dan de top, die hoger ligt en van waar de bezoekers een vrij uitzicht houden.

In het verlengde van de aanleg van een nieuw niveau in de flank wordt een drietal trappen aangelegd. Deze trappen vervangen de huidige trap en zijn breder, waardoor ze tevens zitgelegenheid bieden. Iedere trap benadrukt een struinrichting die de bezoeker kan kiezen. Zo staat één van de trappen aan de basis van een kort ommetje naar de Tuurtoren. De route is niet veel langer, maar voegt wel een dimensie aan de wandeling toe. Een tweede trap vormt het startpunt van een struinroute naar de vogelkijkhut met, eventueel, een vervolg naar het deel van het Horsterwold ten noorden van de Flediteweg. Tot slot is er nog de mogelijkheid om naar de ‘Zevenhorst’ of paalkampeerplaats Campanula te struinen. Daartoe is een derde trap het beginpunt. Het aanbrengen van de drie trappen positioneerd de Horsterberg duidelijk als knooppunt in het netwerk van struinroutes.







  • Kenmerken
Kenmerken

Horsterwold en Horsterberg

Locatie: Zeewolde, Flevoland

Opdrachtgever: Provincie Flevoland en Staatsbosbeheer

Opdrachtnemer: DLG / Hofstra|Heersche landschapsarchitecten.

Partners: Staatsbosbeheer

Status: Deels uitgevoerd

Periode: 2012-2017

Thema: Natuur. Recreatie. Uitvoering. Buitenruimte.


Spectaculair gevormd uitkijkpunt biedt recreant plekje op de eerste rang



WhatsApp-Image-2018-05-30-at-13.14.04-1-1280x720.jpeg

Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld

Atlas van de Waterkwaliteit

In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel werken we aan geheel nieuw type atlas. In deze ‘Atlas van de Waterkwaliteit’ brengen we in beeld hoe het ervoor staat met de waterkwaliteit in de beken, plassen en sloten in het gebied van waterschap Rijn en IJssel.
Voor deze atlas hebben we de redactie, GIS analyse, illustraties, opmaak en het drukwerk verzorgd.


Aanpak

De atlas brengt ook in beeld wat de ontwikkelingen in de waterkwaliteit zijn geweest gedurende de afgelopen decennia, en wat er aan inspanningen is verricht om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarbij geeft de atlas inzichten in de invloeden die er anno 2017 op de waterkwaliteit zijn.

Doel is om de toestand van de waterkwaliteit te kennen en te begrijpen. Daarmee vormt de atlas een belangrijke pijler om samen met partners uit het hele gebied en de bovenstroomse gebieden in Duitsland de mogelijkheden te verkennen om de waterkwaliteit in de toekomst nog beter te maken. In de Atlas is actuele beschikbare kennis uit monitoringsresultaten en relevante onderzoeksrapporten middels tekst, GIS en infographics op een leesbare en aantrekkelijke wijze gebundeld.







Prettig leesbaar

De Atlas is opgedeeld in een aantal onderdelen. De Samenvatting biedt in het kort de actuele stand van de waterkwaliteit. Het hoofdstuk ‘Introductie op de waterkwaliteit’ geeft een inleiding op de verschillende aspecten die relevant zijn voor de waterkwaliteit.
Het volgende hoofdstuk, ‘Beschrijving van het watersysteem’ bestaat uit twee delen. We gaan uitgebreid in op de rol van voedingsstoffen omdat deze wezenlijk zijn voor het ecologisch functioneren. Het eerste onderdeel beschrijft de relatie van een hoge voedselrijkdom van het water en de waterbodem met het ecologisch functioneren. Het tweede deel beschrijft de toestand en trends van voedingsstoffen in het oppervlaktewater. De concentraties voedingsstoffen zelf worden weergegeven en de trends die deze concentraties de afgelopen decennia hebben gevolgd.



Onderwerpen

In het hoofdstuk ‘Herkomst van voedingsstoffen’ staan per deelstroomgebied de meest relevante bronnen van voedingsstoffen centraal. De huidige toestand van de
microverontreinigingen in het oppervlaktewater wordt behandeld in het hoofdstuk ‘Beschrijving van het watersysteem – microverontreinigingen’. Omdat er verschillende soorten microverontreinigingen zijn, wordt per stof beschreven waar deze wordt aangetroffen en wat de verwachte effecten, bronnen en eventuele kennishiaten zijn. Tot slot geeft het hoofdstuk ‘Schoon water voor de mens’ een beeld van de waterkwaliteit in relatie tot een aantal specifieke mens-gerelateerde belangen van schoon water: de waterkwaliteit in de bebouwde omgeving, de zwemwaterkwaliteit, de risico’s voor drinkwaterwinningslocaties en de rol van oppervlaktewaterkwaliteit in relatie tot de
volksgezondheid.






  • Kenmerken
Kenmerken

Atlas van de waterkwaliteit

Locatie: Doetinchem, Gelderland

Opdrachtgever: Waterschap Rijn en IJssel

Partners: Damen drukkers

Status: Eerste druk

Periode: 2017-2018

Thema: Waterkwaliteit. GIS. Onderzoek.


Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld



DSC_0527-1280x857.jpg

Een onderzoek naar permacultuur, meerjarige teelten, voedselbossen en ‘agro-forestry’

Meerjarige teelten

Als vervolg op ‘Plan Ortolaan’, onze inzending voor de EO Wijers-prijsvraag voor de stedendriehoek Apeldoorn, Zutphen, Deventer, verdiepten we ons verder in de meerjarige teelten. Onze nieuwsgierigheid komt mede voort uit de maatschappelijke hype rond voedselbossen. Er is veel over geschreven, bijvoorbeeld door Mark Sheperd, Sepp Holzer en Martin Crawford. Maar hoe zit het echt in elkaar en is permacultuur een antwoord op de steeds intensiever wordende veehouderij?


Bijdrage aan het debat

Toen Louis Dolmans, beheerder van de ‘Natuurakkers’ in Park Lingezegen, het idee presenteerde om een congres te organiseren en Mark Sheperd uit te nodigen, besloot Hofstra|Heersche hier zowel inhoudelijk als financieel een bijdrage aan te leveren. Tijdens het congres ‘Van akker naar bos’ presenteerde Sheperd het verhaal van zijn boerderij in de Verenigde Staten. Wij organiseerden een ‘break-out session’ waarin we op zoek zijn gegaan naar nieuwe functies voor kleine landschapselementen als houtwallen.







Verdieping

De presentatie van Sheperd was voor ons aanleiding om ons verder te verdiepen in zijn gedachtegoed, gedachtegoed dat we ook vinden bij Sepp Holzer en Martin Crawford. Bij deze verdiepingsslag werken we samen met Walda Schenk, specialist op het gebied van biologische landbouw, voormalig melkveehouder en net zo onderzoekend en nieuwsgierig als wij. Een opdrachtgever in Hall (gemeente Brummen) gaf ons de gelegenheid deze zoektocht handen en voeten te geven. Hij wil een bestaand bos omvormen tot een bos waarin iets te halen is, een ‘bos met voedselboselementen’ dus.



Pilot

Gedurende een jaar bezochten we dit bosperceel elke drie weken. Samen met de eigenaar, Walda Schenk, een boer uit de omgeving, een vrijwilliger van de natuurvereniging en een buurtbewoner. Samen leerden we het bos kennen. Bij sneeuw, bij regen, bij kou en bij warmte. We zagen de bladeren komen in de lente en vallen in de herfst. En gedurende deze wandelingen ontstonden ideeën en wijzigden ze weer. Ontwerpen in alle rust.








Relevante kennis

In het kader van onze zoektocht bezochten we ook het bedrijf van Sepp Holzer en dat van Martin Crawford. Hoewel we beide bezoeken erg inspirerend vonden, blijkt het verschil tussen theorie en praktijk nog altijd levensgroot. De onderzoekende houding van Martin Crawford sprak ons aan. Hij kan momenteel met acht personen eten van één hectare bos van twintig jaar oud. De koolhydraten van de éénjarigen en de eiwitten uit vlees missen dan in je dieet. Ook verwerken en distribueren van de gewassen is nog een uitdaging.



Uitgebreid verslag

De bevindingen van onze excursies zijn vastgelegd in woord en beeld. Ze geven een inkijkje in de zoektocht van een geïnspireerde groep mensen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat een voedselbos meer is dan een bos met fruitbomen. Voorlopig moeten we ons richten op uitwisseling van ideeën tussen permacultuur, reguliere landbouw en biologische landbouw. Alleen samen komen we verder.








  • Kenmerken
Kenmerken

Meerjarige teelten

Locatie: Oeken, Gelderland

Opdrachtgever: Particulier

Partners: Walda Schenk

Status: In uitvoering

Periode: 2017

Thema: Permacultuur. Alternatieve teelten.


Organische ontwikkeling van een voedselbos



DSC0405-1280x850.jpg

Windturbines als onderdeel van het landschap

Landscape & Wind Park

Hoe gaan we om met de plaatsing van grote windturbines in het landschap? Deze vraag roept elke keer weer discussie op. Als wetenschappelijk opgeleide landschapsarchitecten in spe gingen Jan Heersche, Liezelotte Nagtegaal en Martijn Franssen op zoek naar een antwoord. Het werd hun afstudeeronderzoek, onder begeleiding van Rudi van Etteger en Frank Stroeken.


Aanpak

Het lot van windturbines is dat ze vaak op plekken langs snelwegen en bij bedrijventerreinen worden geplaatst. Zelden worden ze ingezet om een landschap te creëren, om een daad te stellen. Door het wegstrepen van locaties worden windturbines alleen op minder waardevolle plekken geplaatst. De plek wordt zo nog minder waardevol, de windturbine wordt vervolgens geassocieerd met deze plek. We noemen dit de ‘negatieve plaatsingsstrategie’. Dat kan en moet volgens ons anders. Laat het landschap leidend zijn bij het plaatsen van windturbines.







Toerist in eigen land

In landen als Duitsland en Denemarken lukt het wel om grote windparken te realiseren zonder dat bewoners zich er al te sterk aan lijken te storen. Voor ons aanleiding om gedurende een rondreis van drie weken twintig windparken in Nederland, Duitsland en Denemarken te onderzoeken. Met een vooraf opgestelde lijst met toetsingspunten, topografische kaarten en geprepareerde routes met vooraf bepaalde fotopunten is voor elk windpark vergelijkbare informatie verzameld. In het veld en bij de verwerking van de gegevens hebben we zo geprobeerd te achterhalen wat de invloed van landschapselementen als bos, houtwallen, bebouwing, hoogspanningsleidingen en andere windparken is op de perceptie van een windturbine. Ook is gekeken naar de invloed van de lay-out van het windpark op de manier waarop mensen naar windturbines kijken.



Aansprekende concepten

Het veldwerk en de analyse van de verzamelde gegevens verschaften een schat aan informatie. Zo kan het raadzaam zijn om bij de aanwezigheid van beplanting te kiezen voor een afwijkende rotordiameter. De vormgeving van de voet van de turbine en de onderhoudswegen bepalen voor een belangrijk deel de manier waarop mensen tegen de gehele turbine aankijken. Kleinschalige landschappen lenen zich, uit landschappelijk oogpunt, prima voor het plaatsen van windturbines.







Toerist in eigen land

Deze en nog veel meer bevindingen legden we vast in een omvangrijk boekwerk en verwerkten we in een plaatsingsstrategie voor windparken, waarbij het landschap de basis is.

Het afstudeerwerk is genomineerd voor de Archiprix en aangeboden aan de toenmalige Rijksadviseur voor het landschap, Dirk Sijmons. Nog steeds ontdekken we dat onze bevindingen van toen ook nu nog van toepassing zijn, ondanks de groei van de nieuwe generaties windturbines.





  • Kenmerken
Kenmerken

Landscape and Wind Park

Locatie: Nederland

Opdrachtgever: Afstudeerwerk WUR

Partners: Liezelotte Nagtegaal, Martijn Franssen

Status: Prijsvraag Stimuleringsfonds

Periode: 2017

Thema: Energie. Landschap.


Strategieën voor de plaatsing van windturbines in het landschap



MéérKust-HOFSTRA-98-1280x892.jpg

Zuiderzeesteden komen weer aan het water te liggen

MéérKust

Neem een vergeten kustlijn en een urgente wateropgave. Combineer beiden en er ontstaat een integraal plan dat op treffende wijze schoonheid toevoegt aan Hollands laagland. Met een uitgestrekt merengebied waar plaatsen die ooit aan de Zuiderzee lagen, plotsklaps weer aan het water komen te liggen.


Zoetwaterbuffer

Een analyse toont de historische ontwikkeling van dit door de mens op de zee veroverde landschap. Deze lappendeken aan historische polders heeft een belangrijke agrarische functie voor Nederland. Door bodemdaling en toenemende zoute kwel werden de landbouwgronden echter in productiviteit en bruikbaarheid bedreigd. Bestudering van de wateropgave mondde uit in MéérKust. Een plan waarin de aanwezige kwaliteiten langs de voormalige kustlijn worden gecombineerd met de realisatie van een reusachtige zoetwaterbuffer voor de landbouw. MéérKust geeft ruimte aan een integrale ontwikkeling van verschillende regionale opgaven. Het water biedt naast het uitbouwen van het watersportnetwerk van nationale allure ruimte aan het Nationaal Natuurnetwerk en de woningbouwopgave.






Tussen kreekrug en omringdijk

Door de wateropgave aan de voormalige kustlijn te koppelen ontstaat een uitgestrekt merenstelsel op de rand van het oude land en de droogmakerijen. Door het nieuwe water in de natuurlijke laagte in te passen tussen de Westfriese Omringdijk en de kreekrug waar alle historische bebouwing op ligt, sluit het meer naadloos aan op de oude kernen in het gebied. Daarmee komen plaatsen die ooit aan de Zuiderzee lagen, zoals Schagen, Kolhorn en Winkel, plotsklaps weer aan het water te liggen.



Historie beleefbaar gemaakt

In de droogmakerijen voeden nieuw leven ingeblazen kreken het landbouwland. De zoetwaterbuffer vormt een magnifiek bevaarbaar recreatiegebied waarvan de kustlijn verschillende cultuurhistorische identiteiten herbergt: de terpenkust, dijkkust en natuurkust. Op basis hiervan wordt het woningbouwprogramma ingepast. Moderne terpen, dijkwoningen en havens krijgen hiermee een vanzelfsprekende plek in het plan.











  • Kenmerken
Kenmerken

MeerKust

Locatie: Kop van Noord-Holland

Opdrachtgever: Academie van Bouwkunst, Amsterdam

Afstudeerwerk onder begeleiding van Jeroen Bosch, Allies Rommerts en Robbert de Koning.

Periode: 2009

Thema: Wateropgave.  Landbouw. Recreatie. Erfgoed.


Oude kustlijn herleeft als zoetwaterbuffer voor de landbouw



DJI_0016-1280x720.jpg

Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel

Kasteel Keppel

Als groene gemeente met de hoogste dichtheid aan landgoederen in Nederland wil de gemeente Bronckhorst haar landgoederen actief ondersteunen bij het realiseren van hun (maatschappelijke) doelstellingen. Voor veel landgoederen is de duurzame instandhouding een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Daarom bood de gemeente landgoed Keppel een ‘schetsschuit’ aan: een interactieve aanpak waarmee zij een impuls wil geven aan de actuele ontwikkelingen en een bijdrage hoopt te leveren aan de duurzame instandhouding van Kasteel Keppel. Hofstra|Heersche organiseerde het gehele proces, van werksessie tot uitwerking. Tijdens de werksessie had Willem van Wingerden van Gesprek in Beweging de rol van dagvoorzitter. Zo kon Hofstra|Heersche zich richten op de inhoud van het project.


Vervlochten met de omgeving

Kasteel Keppel, op een eiland in de Oude IJssel, is de kern van landgoed Keppel. Aan de voet van dit kasteel ligt de buurtschap Laag-Keppel. Rond het eiland ligt een domein van ongeveer zeshonderdtwintig hectare met bos- en natuurgebieden, landbouwgronden en een historische tuin- en parkaanleg.







Verbeterslag

Landgoed Keppel en het kasteel op het eiland zijn nauw met elkaar verbonden. De duurzame instandhouding van het landgoed kon dan ook niet los worden gezien van ontwikkelingen op het eiland. De volgende vragen stonden centraal in het proces:

  •  Welke kansen liggen er op landgoed Keppel om de landgoedkwaliteiten te waarborgen en zo mogelijk te verbeteren en vermogen te genereren dat nodig is om het landgoed duurzaam in stand te houden?
  • Hoe kan de leefbaarheid van het ‘eiland Keppel’ worden verbeterd worden en hoe kan de recreatieve aantrekkelijkheid worden verhoogd?

Tijdens de schetsschuit kwamen verschillende thema’s aan bod die bijdroegen aan het beantwoorden van deze vragen. Om goed aan de slag te kunnen is het belangrijk dat iedere deelnemer basiskennis heeft van het landgoed en wat er speelt. Daartoe is een achtergronddocument opgesteld met daarin de ontstaansgeschiedenis van het landgoed. Ook komen de verschillende pijlers onder het landgoed aan bod en worden de in de schetsschuit te behandelen thema’s geïntroduceerd en toegelicht.



Interactieve werkwijze

De werksessies werden ingevuld volgens de methode ‘schetsschuit’. Tijdens een schetsschuit worden ideeën en feiten niet alleen opgeschreven, maar ook opgetekend op een kaart. Voor dat doel zijn er op de dag van de schetsschuit verschillende themakaarten op groot formaat beschikbaar. Deze manier van verbeelden maakt het gesprek concreet en werkt stimulerend. De deelnemers worden op basis van hun expertise ingedeeld bij een themagroep. Iedere groep wordt begeleid door een landschapsarchitect die het gesprek leidt en zorgt dat feiten, wensen en ideeën daadwerkelijk op de kaart landen. Voorafgaand aan het werk in de groepen is er een korte excursie over het landgoed en het eiland Keppel. Tijdens deze wandeling is er de mogelijkheid om elkaar te wijzen op wat er speelt en nader kennis te maken.






Bruikbaar resultaat

Deze aanpak leverde inzicht op in de huidige situatie van het landgoed en het eiland en maakte kansen inzichtelijk. De resultaten van deze eerste schetsdag zijn door ons verwerkt in een verslag dat als basis dient voor een terugkomdag. Tijdens deze terugkomdag werden de meest kansrijke ideeën en thema’s verder uitgewerkt in concrete vervolgacties voor landgoed, gemeente en andere ‘actiehouders’.

Thema’s die aan de orde kwamen, zijn onder andere de Dorpsstraat van Laag-Keppel, duurzame energie, de inrichting van de voormalige moestuin en recreatie. De resultaten van de beide schetsdagen zijn verwerkt in een beeldend verslag. Dit verslag is aangeboden aan de gemeenteraad en dient als basis voor verdere samenwerking tussen landgoed en gemeente.




  • Kenmerken
Kenmerken

Landgoed kasteel Keppel

Locatie: Laag-Keppel, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Bronckhorst

Partners: Gesprek in Beweging, Eelco Schurer

Status: Advies

Periode: 2017

Thema: Erfgoed, onderzoek, proces


Omschrijving kort: Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel



Ortolaan-collage-zonder-tekstbalonnen-ORIGINEEL-EOWijers-1-1280x400.jpg

Naar een energie-producerende landbouw

EO Wijers: eervolle vermelding Plan Ortolaan

De jongste EO Wijers prijsvraag stond in het teken van het realiseren van een energie-neutrale stedendriehoek, het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Hofstra|Heersche heeft samen met Bioniers (Adrie Otte) en Christina Oosterhoff een inzending voorbereid die werd beloond met een eervolle vermelding.


Aanpak

Wetenschappers hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel zeven joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector. Omdat het produceren van voedsel zo energie-intensief is, bedachten we voor de overwegend agrarische stedendriehoek een plan om de landbouw om te vormen tot energieproducent.







Toerist in eigen land

‘Plan Ortolaan’ stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem verbetert, kringlopen van mineralen sluit en de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot. Landbouw volgens Plan Ortolaan is bovendien financieel gezonder dan gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. Naast de financiële voordelen vergroot Plan Ortolaan de landschappelijke kwaliteit in de stedendriehoek.



Aansprekende concepten

De kern van het idee is bio-mimicry: het nabootsen van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem, maar dan nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hier hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die honderd jaar geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. In een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie, is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang.









Wat is Plan Ortolaan?

  • Energie
  • Producten
  • Bedrijf
  • Bedrijf

Naar een energieproducerende landbouw…

Het produceren van voedsel is energie-intensief. Wetenschappers van de Universiteit van Michigan hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel 7 joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren[1]. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector (exclusief de glastuinbouw). Elektriciteit (26%) en aardgas (19%) volgen op ruime afstand[2]. Indirect energieverbruik komt voor rekening van de productie en vervoer van kunstmest, veevoer, landbouwmachines en andere productiemiddelen.

Om te komen tot een energieleverende landbouw is het nodig om de directe én indirecte energiebehoefte terug te dringen en energie te produceren – uit biomassa, wind en zon – zonder dat dit ten koste gaat van de voedselproductie. En dat gaan we doen in Plan Ortolaan.

[1] Heller, M.C. & G.A. Keoleian (2000). Life Cycle-Based Sustainability Indicators for Assessment of the U.S. Food System. Center for Sustainable Systems, University of Michigan. Report No. CSS00-04, December 6, 2000.

[2] Bron: CBS.

…met een grote verscheidenheid aan kwalitatief hoogstaande producten…

Plan Ortolaan stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem sterk verbetert, kringlopen van mineralen sluit, de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot en de landschappelijke kwaliteit verbetert.

Het systeem gaat uit van de kracht van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem: het ecosysteem wordt nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren.

Dergelijke landbouwsystemen zijn over de hele wereld sporadisch toegepast. Plan Ortolaan is gebaseerd op het systeem dat Mark Shepard beschrijft in zijn boek Herstellende Landbouw[1]. Hij heeft zijn gangbare landbouwbedrijf langzamerhand omgebouwd naar een agro-ecosysteem met vele soorten gewassen, vee en pluimvee. Het van nature voorkomende ecosysteem heeft hij nagebouwd met notenbomen, fruitbomen, hazelaars en bessenstruiken. Hiertussen groeien eenjarige gewassen, gras en kruiden. Vee scharrelt onder de bomen en eet te vroeg afgevallen fruit en noten, kruiden en gras. Het gelaagde systeem benut het zonlicht optimaal. De dieren zet hij ook in als landbouwinstrument, bijvoorbeeld bij de bestrijding van onkruiden en het openhouden van de bodem. Elk gewas en dier heeft meerdere functies binnen het systeem.

[1] Shepard, M. (2014). Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui. UItgeverij Jan van Arkel.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.


Wat krijgen we daarvoor terug?

  • Kwaliteit
  • Werk
  • Bedrijf
  • Draagvlak
  • Innovatie
  • Pilot

Een prachtig landschap en gezonde natuur, goed voor de recreatieve sector…

De landschappen in de Stedendriehoek –Achterhoek, rivierlandschap en Veluwe – worden gekenmerkt door een aansprekende afwisseling van landschappen, met vele landgoederen en natuurgebieden met bijzondere natuurwaarden. Plan Ortolaan vergroot de landschappelijke kwaliteit door uit te gaan van het van nature aanwezige ecosysteem. Het plan past daarmee uitstekend binnen beleidsambities van de provincie[1] over de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die 100 geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. En in een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang[2].

[1] Plan Bureau voor de Leefomgeving, Toets herijking Ecologishe Hoofdstukctuur Gelderland, 4 juni 2012

[2] Bijvoorbeeld: de Agenda Stedendriehoek (april 2013), Beleidsuitwerking Natuur en Landschap, Provincie Gelderland (2012)

…en gezonde agrarische bedrijven en werkgelegenheid in de voedselketen.

De economische waarde van Plan Ortolaan zit niet alleen in gezonde agrarische bedrijven en kansen voor recreatie, maar ook in versterking van de voedselketen. Het economisch belang van de voedselketen in de Achterhoek is groot en zorgt voor veel bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar die staat wel onder druk[1]. Om de negatieve ontwikkelingen te stoppen, is het cruciaal dat er meer intersectorale samenwerking op regionaal niveau plaats vindt. Een eerste kansrijke verbinding is die tussen de recreatieve sector en de voedselketen. Door deze verbindingen zullen er meer recreanten komen, die voor een deel ook in de Stedendriehoek gaan wonen. Een tweede kansrijke verbinding is die tussen voedselverwerkende industrie, detailhandel en horeca. Zo kunnen verwerkers meer consumenten betrekken bij het verwerkingsproces, kunnen supermarkten streekmarkten en workshops houden over de lokale eetcultuur en kan de horeca inspelen op de wensen van de toeristen.

[1] Fontein, R.J., V. Linderhof, M. Stuiver, R. Michels & G. Tacken (2013). Kracht van de Achterhoek. De waarde van voedselketens voor de regio. Alterra rapport 2449, Alterra Wageningen UR.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

Duurzaamheid als ‘licence to produce’…

Uit de ‘Basisverkenning Gelderse Land- en Tuinbouw’[1] blijkt dat de agrarische sector steeds meer inzet op duurzaamheid: dierenwelzijn, water en energieverbruik, minder bestrijdingsmiddelen, preventie van dierziektes, duurzame agrologistiek, en de productie van duurzame energie (in de multifunctionele landbouw de sterkste stijger!). En voor het verkrijgen van Europese subsidies zijn vergroeningsmaatregelen verplicht.

Duurzame landbouw wordt door de sector steeds meer gezien als voorwaarde voor maatschappelijk draagvlak: een ‘license to produce’. De consument wordt belangrijker, en die vraagt naar duurzaam en gezond voedsel, en transparantie over herkomst en productiewijze. Er is een duidelijke local for local trend met een herwaardering voor producten uit de regio. In de Stedendriehoek vind je bijvoorbeeld IJsselVallei, Veel Luwe, Slow Food en Achterhoek producten.  

[1] Basisverkenning Gelderse Land- en tuinbouw, Bureau Bartels, februari 2015

… passend bij de trend van innovatieve boerenbedrijven.

De al genoemde Basisverkenning beschrijft verschillende trends in de landbouw. Een van de trends is die van de ‘innovatieve’ boeren, die streven naar een hogere toegevoegde waarde en onderscheidende producten. Zij zien meerwaarde in samenwerking in de keten en produceren voor de lokale of regionale markt. In kwaliteit boven kwantiteit. Bij deze innovatieve boeren past Plan Ortolaan.

Kennisopbouw in een lokale pilot…

Door samen te werken aan aansprekende voorbeelden in de regio waarin gezonde landbouw, natuur en landschap gecombineerd worden. Niet alleen om het concept te vertalen naar de Nederlandse situatie, maar ook om te laten zien dat het in de praktijk werkbaar en economisch haalbaar is. En ook om te verkennen hoe een gangbaar landbouwbedrijf stapsgewijs omgevormd kan worden. Een geslaagde pilot zal de agrarische sector het vertrouwen geven dat een andere aanpak mogelijk is. Dit is de belangrijkste stimulans voor een daadwerkelijke omschakeling binnen de sector.

Wat leren we van de pilots?

Kennis over de productie. We verkennen hoe een ecosysteemlandbouwbedrijf in Nederland rendabel kan produceren. Rondom de pilot vormen we een leergemeenschap van boeren, LTO, kennisinstellingen, de overheid.

Kennis rond de afzetmarkt. We verkennen welke producten interessant zijn voor de markt. Hierin kunnen coöperaties en producentenorganisaties een belangrijke rol spelen[1]. De oude zuivelcoöperaties, maar ook de nieuwe energiecoöperaties, en nog op te richten coöperaties voor bijvoorbeeld de notenoogst.

Nieuwe kaders van de overheid, waarin de opgaven voor energie, landschap, natuur en landbouw worden verbonden. En een daarbij passend wettelijk instrumentarium, eventueel eerst tijd- en plaatsgebonden.

…en het delen van die kennis met anderen, binnen de keten en met andere sectoren.

De rol van de overheid is in meerdere opzichten cruciaal. Zij zal een stuwende rol moeten te spelen in de ontwikkeling van kennis en de leeromgeving moeten faciliteren. Zij zal beleid en wet- en regelgeving indien nodig aan moeten passen. En daarnaast zal de overheid zal haar vertrouwen in en goedkeuring voor deze ontwikkeling moeten uitspreken. Dit geeft de ondernemers de steun in de rug die zijn nodig hebben om deze belangrijke stap te zetten.

En de overheid kan samen met de betrokkenen zorgen voor publiciteit. Zodat de resultaten van de pilot breed bekend worden en navolging krijgen. Want we zijn nog lang niet uitgeleerd.

[1] Zie ook Kamerbrief Verslag informele Landbouwraad 9-10 september 2013, DGA-ELV/ 13153837






  • Kenmerken
Kenmerken

EO Wijers prijsvraag

Locatie: Stedendriehoek, Gelderland

Opdrachtgever: EO Wijers Stichting

Partners: Christina Oosterhoff, Adrie Otte

Status: Prijsvraag

Periode: 2015

Thema: Landbouw. Energie.


Naar een energie-producerende landbouw



P1050478-1280x1707.jpg

Vroegere sferen samengebracht in herstelplan

Landgoed Wulperhorst

Na de Franse tijd groeide Zeist uit tot de parel van de Stichtse Lustwarande. Een indrukwekkend lint van bijna zevenhonderd landgoederen en buitenplaatsen strekt zich uit langs de flanken van de Utrechtse heuvelrug. Landgoed Wulperhorst is een van deze landgoederen. Samen met slot Zeist en de landgoederen Blikkenburg en Schoonoord vormt Wulperhorst de ‘groene driehoek’ van Zeist. Landgoed Wulperhorst is in bezit van Stichting het Utrechts Landschap. Deze stichting vroeg Dienst Landelijk Gebied een herstelplan op te stellen voor de parkaanleg op het landgoed. Niels Hofstra en Jan Heersche pakten dit project gezamenlijk op.


Stichtse Lustwarande

Landgoed Wulperhorst is gebouwd in de tweede helft van de achttiende eeuw in de formele en symmetrische opzet van de Franse stijl. Een rechthoekige slotgracht rond het hoofdhuis stond via een Grand Canal in verbinding met de zuidelijk gelegen Kromme Rijn. Het geheel was zo goed te bereiken vanuit Utrecht.







Nieuw elan

Halverwege de negentiende eeuw kwamen slot Zeist, Blikkenburg en Wulperhorst in het bezit van patriciërsfamilie Huydecoper. Landgoed Wulperhorst, de laatste toevoeging aan het familiebezit, werd grondig getransformeerd. Zo wordt het witte, neoklassieke huis is in 1858 door architect S.A. van Lunteren gebouwd op de locatie van de oorspronkelijke woning. In tegenstelling tot de eerdere woning wordt het front ditmaal gericht op slot Zeist. Tuinarchitect K.G. Zocher krijgt de opdracht de formele parkaanleg achter slot Zeist om te vormen tot een meer landschappelijke parkaanleg. Ook ontwerpt hij een nieuw hoofdhuis en park voor landgoed Blikkenburg. Tot slot tekent hij een netwerk van slingerende wandelpaden en zichtlijnen die elk van de landgoederen met elkaar verbindt.



Vergane glorie

Vandaag de dag ziet het park van Wulperhorst er verwaarloost uit. Lanen zijn in verval, zichtlijnen overgroeid en het Grand Canal is vergeten. Provisorisch aangelegde bruggetjes vormen de schakels in een wandelroute. Het Utrechts Landschap vroeg ons een inrichtingsplan op te stellen dat het landgoed een nieuwe impuls geeft qua gebruik en beleefbaarheid.








Verleden komt tot leven

In overleg met de monumentencommissie zijn we gekomen tot een samenhangende aanpak die recht doet aan de verschillende tijdslagen op het landgoed: de relicten uit de formele Franse stijl laten we contrasteren met de landschappelijke parkaanleg van Zocher. Het resultaat is een ‘huwelijk’ tussen beide stijlen, in een eigentijds en eigenzinnig ontwerp. In een gedetailleerd inrichtingsplan zijn alle voorstellen gedetailleerd uitgewerkt. Samen met architect Wim Wijsman hebben we een reeks bruggen ontwikkeld van cortenstaal die het unieke Grand Canal weer tevoorschijn halen.




  • Kenmerken
Kenmerken

Landgoed Wulperhorst

Locatie: Zeist, Utrecht

Opdrachtgever: Gebiedscommissie Groenraven Oost

Opdrachtnemer DLG

Partners: Utrechts Landschap

Status: Inrichtingsplan

Periode: 2008

Thema: Erfgoed. Landschap. Inrichting.


Vergane stijlen geaccentueerd op heringericht landgoed