Portfolio | Hofstra|Heersche

7A27BB0D-FD4F-4423-A16F-0D7D46BFDC01_1_105_c.jpeg

COVID19

Creatief samenwerken

Juist in moeilijke tijden staan wij een creatieve manier van werken voor. Wij zetten al onze vindingrijkheid in om samen plannen te kunnen maken, bewoners te betrekken en besluitvormingsprocessen niet te vertragen.


Samenwerken als expertise

Wij hebben ons de afgelopen jaren bekwaamd in samenwerkingsprocessen. Zo maken wij ontwerpen met én voor mensen. Een wezenlijk onderdeel van onze aanpak is de intensieve samenwerking. Bij voorkeur in het veld. Of anders op locatie rond een kaart aan tafel.

De RIVM richtlijnen noopten ons onze aanpak, samenwerkingsvormen en werkwijzen tegen het licht te houden. Dat ging aanvankelijk nog wat onwennig en met lichte tegenzin, maar ondertussen moeten we constateren dat een nieuwe manier van samenwerken vorm heeft gekregen en we onze interactieve aanpak en diensten onverminderd kunnen blijven inzetten.

Wij bieden de kennis om intensief samen te kunnen blijven werken. In elke omvang, in elke vorm.







Naar buiten!

Meer nog dan ooit tevoren organiseren wij onze bijeenkomsten buiten. Dat was al effectiever en leuker, maar nu ook gezonder.

Ons mobiele kantoor met alle benodigde middelen nemen we, samen met onze mooie verhalen, gewoon mee. We vinden altijd wel een geschikte locatie. Want rond een lange picknicktafel of in een grote kring in de buitenlucht is het fijn en effectief overleggen. Het vergroot de betrokkenheid van de groep, binding met het gebied en zicht op de mogelijkheden.

Eropuit!



XL : maak het groter!

Als we niet naar buiten kunnen verschalen we onze middelen. Zo passen we onze omgeving aan op onze werkwijze.

Een kantoor wordt een zaaltje. A4 wordt een poster. En als de opkomst groot is, werken wij nog groter. Hiertoe werken wij samen met de opdrachtgever een corona-bestendig draaiboek uit voor elke afzonderlijke bijeenkomst en opkomst.

Zo hebben we al met succes een schetsschuit georganiseerd voor 30 deelnemers. Hiervoor hebben we reusachtige voorbereid, en een gymzaal biedt voldoende ruimte om goed samen te kunnen werken zonder dat de afstandsregels in het gedrang komen.







Doe het digitaal

Tegelijkertijd zien wij ook dat veel van het analoge samenzijn verschuift naar digitaal samenzijn. Hier hebben we ondertussen een waaier aan mogelijkheden toe. Afgestemd op cliënt kiezen we voor een bepaald platform: zoom, meet, miro, teams, u zegt het maar. Bij ons draaien deze programma’s naast elkaar.

Naast het bijdragen aan een regulier overleg zijn we in staat online presentaties te geven. Met Miro zijn we in staat in werkgroepverband te tekenen op dezelfde ondergronden en tezamen onderwerpen in beeld te brengen en te bespreken. Tot slot kunnen we ook onszelf streamen terwijl we aan het werk zijn op een analoge of digitale ondergrond, zodat we nog persoonlijker van gedachte kunnen wisselen.







Het beste van twee werelden

Door te blijven vernieuwen bieden we effectieve en boeiende interactieve online werkvormen. Zo kunnen we samen brainstormen, presentaties geven, stemmen, plannen bespreken, beoordelen en op kaart schetsen.

Ook zijn we in staat om analoog en digitaal werken te combineren. Dan werken we in een studio-opstelling vanuit kantoor aan onze schetsen en tekeningen, en filmen we onze vorderingen live. Deze stream is onderdeel van een digitaal overleg of digitale brainstorm.

We denken graag met u mee om te komen tot de meest geschikte werkvorm voor uw vraagstuk.



Creatief in crisistijd



collage-pompidou-in-Nijmegen-1-1280x578.jpg

Naar een duurzame toekomst

Hernieuwbare energie

De transitie naar duurzame energie trekt een zware wissel op het landschap. Desalniettemin pogen wij middels onderzoek en experiment te komen tot vernieuwende oplossingen die kunnen bijdragen aan de acceptatie, innovatie en vernieuwing in dit vraagstuk. Dat doen we op diverse manieren.


Onderzoek en experiment

De energietransitie heeft onherroepelijk impact op het hedendaagse landschap. In onze projecten onderzoeken wij de diverse toepassingen van de verschillende hernieuwbare energiebronnen en de effecten hiervan op het Nederlandse landschap en de gemeenschap.

Zo hebben we onlangs hebben we samen met Jan Maurits van Linge van Xi ontwerp en KameleonSolar een mooi experiment uitgevoerd. Daarbij hebben we onderzocht in  binnen welk palet van kleuren zonnepanelen zich laten bedrukken zonder verlies van opbrengst. Als eerste resultaat van deze experimenten is een eerste proefopstelling geplaatst op de dijk van de spuikom in Ritthem, Zeeland.

De prints van KameleonSolar kennen een heel eigen spectrum van kleuren. In algemene zin is dit smaller dan we gewend zijn bij gewone afbeeldingen. Binnen de reeksen en voorbeelden hebben we de uitersten verkent. Qua beschikbare kleuren en contrasten, maar ook de grafische mogelijkheden. De resultaten gaan we beoordelen op rendement en (on)zichtbaarheid in het landschap. Daarnaast onderzoeken Rijkswaterstaat en het Waterschap Scheldestromen in het programma Zon op Dijken in welke mate de opstelling van invloed is op de veiligheid van de dijk.




Foto Waterschap Scheldestromen





Energiecoöperaties

Wij streven naar samenwerkingsvormen waarbij de gemeenschap meeprofiteert van hernieuwbare energie. De energie wordt immers opgewekt in het publieke domein. Dan kan in de vorm van rendement, maar ook door maatschappelijke nevendoelen te realiseren.

Een energiecoöperatie is een goed voorbeeld waarbij certificaathouders gezamenlijk besluiten nemen en rendement verdelen. Zo streeft het Traais energie collectief (TEC) naar een energieneutraal Terheijden. Het TEC is een initiatief van en voor mensen uit Terheijden dat haar eigen, duurzame energie gaat opwekken van verschillende bron. Zo wordt TEC eigenaar van windmolens, zonnepanelen en geothermie en kan iedereen meeprofiteren door te participeren in de coöperatie. Wij mochten samen met de bewoners een plan maken voor een zonnepark dat tevens dienst doet als écht park.



Voor nieuwe natuur

Het plaatsen van nieuwe zonnepanelen of windmolens in natuurgebieden is uitgesloten. Maar waarom geen nieuwe natuur maken dankzij hernieuwbare energie? Voor een energiecoöperatie onderzochten we de mogelijkheid landbouwgrond om te zetten in nieuwe natuur! En wat voor natuur: droge heide met jeneverbesstruwelen en bremstruwelen. Schapen zorgen voor de begrazing tussen de panelen. Na de terugverdientijd en de verkoop van de panelen rest er enkel nog natuur voor de eeuwigheid.

Op deze manier kan tijdelijk zonnepark een permanente en positieve bijdrage leveren aan de natuurkwaliteit van Nederland.








Foto Rijkswaterstaat



Langs infrastructuur

In opdracht van overheden hebben we onderzocht welke bijdrage zij kunnen leveren aan de versnelling van de klimaatdoelstellingen. Voor Rijkswaterstaat hebben we bijvoorbeeld gekeken op welke wijze het wegennet ingezet kan worden om de opwekking van duurzame energie te bevorderen.

Daaruit concluderen we dat het niet louter gaat om het plaatsen van zoveel mogelijk windmolens of zonnepanelen langs snelwegen en knooppunten. Er liggen kans voor het Rijk, de provincie en gemeenten om samen op te trekken met gebiedspartijen. Als alle partijen breder kijken dan het eigen eigendom en het gesprek met gebouw- en terreineigenaren gaan voeren ontstaan er meer mogelijkheden en synergievoordeel in het gebruik van de ruimte. Dus niet méér ruimtegebruik maar intensief, tijdelijk en slim ruimtegebruik.



Meervoudig ruimtegebruik

Zonneparken hebben de mare landbouwgrond te verdringen en de bodem blijvend aan te tasten. In samenwerking met enkele boeren gaan we de uitdaging aan en onderzoeken we verschillende vormen van meervoudig ruimtegebruik.

Hierbij wordt de ruimte tussen de zonnepanelen geoptimaliseerd voor een divers agrarisch gebruik. Van melkveehouderij tot akkerbouw. De opstelling van de panelen wordt op de mechanisatie aangepast.

Daarnaast zullen de panelen worden geplaatst op een wijze waarbij zonlicht en regenwater zoveel als mogelijk in staat zijn door te dringen tot de bodem en de vegetatie om negatieve effecten hierop te verminderen of zelfs geheel weg te nemen.

Voor een aantal projecten hebben we een monitoringsprogramma opgenomen, waarbij de effecten op de vegetatie, bodem en natuurontwikkeling wordt gemonitord.








Energieneutrale landgoederen en buitenplaatsen

Een landgoed in de Achterhoek heeft de ambitie in haar eigen warmte en stroom te voorzien. Hiervoor is een kleinschalige biomassa centrale in één van de monumentale bijgebouwen bedacht. De stroom zal worden opgewekt door de plaatsing van zonnepanelen in de oorspronkelijke moestuin.

Hiertoe hebben we onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke ‘koude bakken’ zoals die voorkomen op historische landgoederen. Aan de hand van deze referentiestudie en de historie van de moestuin hebben we ontwerp gemaakt voor een zonnepaneel dat toont als het glas van een oorspronkelijke koude bak. Op deze manier is het landgoed in staat alle gebouwen en eventuele toekomstige elektrische auto’s van voldoende stroom te voorzien.  Het is zelfs denkbaar met deels transparante panelen opnieuw plantgoed op te kweken onder het glas van het PV paneel!





Architectonische inpassing

Doorgaans wordt een zonneweide met landschappelijke middelen ingepast. In het geval van dit zonnepark in Nijmegen bevindt de opstelling zich aan een snelweglandschap te midden van grootschalige bedrijven. Het beeldkwaliteitsplan schrijft dan ook voor dat de zonneweide présence geeft naar de snelweg. Om te komen tot een bijzondere inpassing hebben we de samenwerking gezocht met Kosmo van Fair2Media.

De achterzijde van het zonnepark wordt in het voorstel gespiegeld tot een dynamische voorzijde. Voor de constructie wordt gebruik gemaakt van de techniek zoals ook gebruikt wordt voor de prefab onderbouw.  De vormgeving van de wand is gebaseerd op de kleuren en kristallijnen structuur van zonnecellen en haar elektroden. Langs het raamwerk worden fruitbomen geleid.




Beeld Fair2Media






Beeld Fair2Media






Op locatie en in de streek

De basis voor elk ontwerp vormt de sociale en landschappelijke context van een initiatief. Wat is de draagkracht van het gebied? Hoe is de betrokkenheid van belanghebbenden?  Met welke ambitie wordt er aan de plannen gewerkt? Wij gaan voor plannen met landschappelijke, natuurlijke en maatschappelijke meerwaarde.






  • Kenmerken
Kenmerken

Hernieuwbare energie

Locatie: Landelijk

Opdrachtgever: Landeigenaren, onderzoekinstellingen, energiecoöperaties

Partners: Wiek-II, Izzy Projects, Burgers geven energie, TEC, Fair2Media, ROM3D, Pondera Consultancy, BlueTerra, Rijkswaterstaat, Xi ontwerp, KameleonSolar, Oomen landschap, de Rentmeesterscoöperatie, TNO.

Status: In onderzoek en uitvoering

Periode: 2020

Thema: Landschap, onderzoek, duurzame energie


Voorop in de ontwikkeling



Eelink_2020-Basiskaart-A0-1op1000-230120_DEF-1280x905.jpg

Wonen in een Nationaal landschap

Villawijk landgoed Eelink

Op landgoed Eelink in Winterswijk is het mogelijk zelf je huis te bouwen aan de oevers van de Wehmerbeek. Wij stellen de kaders voor de gebouwde en landschappelijke kwaliteit.


Wonen in het landschap

‘Landgoed Eelink’ is een villawijk die wordt gerealiseerd aan de zuidkant van Winterswijk. Het gebied heeft alle kenmerken van het karakteristieke landschap van Winterswijk: de slingerende Wehmerbeek, fraaie, oude beplantingsstructuren en karakteristieke erven.  In het beeldkwaliteitsplan zijn deze kwaliteiten aangegrepen om te komen tot een landschappelijk kader waarbinnen initiatiefnemers op ruime kavels hun eigen woning kunnen bouwen. Het landschappelijke kader bestaat uit brede, bloemrijke bermen en een doorlopende meidoornhaag die de kavels aan de voorzijde begrenst.







Streekeigen

Landgoed Eelink is gelegen in een waardevol en karakteristiek Winterswijks coulissenlandschap. Je zou kunnen zeggen dat alle karakteristieke elementen uit de streek op deze locatie samenkomen: boerenerf ‘Den Harden’, een kleinschalig agrarisch kampje, de groenblauwe dooradering van de meanderende Wehmerbeek en de aanwezigheid van een groende dooradering van bos en houtwallen. De ontwikkeling van Landgoed Eelink moet bijdragen aan behoud en versterking van de aanwezige landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten. Hiertoe zijn voor de kavels die grenzen aan de verschillende bestaande landschappelijke waarden specifieke regels opgesteld.



Stedenbouwkundig plan

Het stedenbouwkundig plan gaat in op de verkaveling van Eelink-Noord. Per kavel is aangegeven wat het bouwvlak is waarbinnen hoofdgebouw en bijgebouw(en) geplaatst mogen worden. Ook is aangegeven op welke plaatsen in de openbare ruimte beplanting met bomen wordt voorgesteld.
Vervolgens gaan we in op de regels ten aanzien van beeldkwaliteit, waarbij we beginnen met het landschappelijke kader. Hiermee willen we borgen dat het lommerrijke, karakteristieke landschap behouden blijft en zich zelfs nog verder kan ontwikkelen. Bomen die we nu aanplanten kunnen zich immers ontwikkelen tot het monumentale groen van de toekomst.









Percelen grenzend aan het landschap

Groene dooradering (bos, houtwallen en opgaand groen)
Het landschappelijk raamwerk van opgaand groen is in de eerste plaats belangrijk voor flora en fauna, waaronder een lokaal aanwezige vleermuizenkolonie. Daarnaast is de groene dooradering bepalend voor de groene uitstraling van de wijk. Bestaande houtwallen, opgaand groen en bos worden daarom duurzaam in stand  gehouden.

Het dal van de Wehmerbeek
De Wehmerbeek is het benedenstroomse deel van de Vossenveldsbeek en stroomt na Winterswijk uit in de Groenlose Slinge. Het is een zogenaamde ‘plateaubeek’: een bijzonder type laaglandbeek welke is gelegen in een smal beekdal in een halfopen tot besloten landschap. Karakteristiek zijn de vele meanders, de aanwezigheid van oeverwallen, steilranden, holle oevers en oude beekarmen. Bij de herinrichting van de Wehmerbeek zijn poelen, bossages en plas-drasbermen ingericht. De aanwezigheid van opgaande beekbegeleidende beplanting is waardevol vanwege de beschaduwing van de beek. Ook brengt de vegetatie structuur aan in de beekoevers door doorworteling, stronken en overhangende takken.
De Wehmerbeek heeft een belangrijke rol voor de afvoer van overtollig (regen)water. Daarnaast heeft de beek sinds de herinrichting ecologische waarde voor het gehele beekecosysteem en een verbindende functie voor de uitwisseling van planten en dieren tussen leefgebieden boven- en benedenstrooms. Bijvoorbeeld voor de beekforel en de kamsalamander. Tot slot draagt de Wehmerbeek bij aan de landschappelijke en recreatieve belevingswaarde voor bewoners en recreanten.

Agrarisch erf ‘Den Harden’
In het verleden behoorde ‘Den Harden’ tot het gezamenlijk eigendom van de familie Huitink. Zij bezaten eveneens de hofsteden Aolbrink, Harmsman en de boerderij Alves. De geschiedenis van het erf gaat terug tot de eerste helft van de 19e eeuw.
De bouwopgave van Eelink-Noord ligt voor een belangrijk deel op de voormalige hoge akkergronden van Den Harden. Om het historische erf voldoende tot haar recht te laten komen zijn er regels opgesteld voor de belendende bouwkavels.



Aansprekende concepten

Om te komen tot een passende Winterswijkse villawijk hebben we de bestaande architectuur van Winterswijk in beeld gebracht. Concluderend zou je kunnen stellen dat Winterswijk een traditie heeft in het bouwen van bijzondere gebouwen, zowel woningen en stadsvilla’s als industriële gebouwen en boerderijen. Zeker voor de monumentale bebouwing binnen de bebouwde kom geldt dat hier (bijna) altijd een meer of minder bekende architect bij betrokken is. Voor de bebouwing in het buitengebied is dit niet altijd zo, in ieder geval is het niet altijd bekend. Met betrekking tot de scholtenboerderijen geldt wel dat het vaak onderscheidende gebouwen zijn, zowel in grootte als in vormgeving en mate van detaillering.

Ook Landgoed Eelink moet zich daarom kunnen ontwikkelen tot een bijzondere villawijk met een onderscheidend karakter: het cultuurhistorisch erfgoed en de monumenten van de toekomst. Zonder bijzondere bouwwerken uit te willen sluiten willen we echter wel komen tot een villawijk die een zekere eenheid uitstraalt en die wat sfeer en karakter betreft past bij Winterswijk. Hiertoe hebben we specifieke bouwregels voor landgoed Eelink opgesteld.

Hierbij beogen we groene wijk met volwaardige, herkenbare, complexe en volumineuze kapvormen ten bate van de uniciteit van elke afzonderlijke woning. Afgezwakte vormen van de hoofdvorm worden door deze regels uitgesloten. De samenhang wordt gewaarborgd door een palet aan hoogwaardige en duurzame materialen. Baksteen en hout zijn veel voorkomende bouwmaterialen in Winterswijk. In mindere mate wordt ook wel natuursteen (zandsteen of leisteen) gebruikt. Baksteen en hout vormen ook voor Landgoed Eelink de belangrijkste basis.







Architectuur met aandacht en ambacht

Een nieuwe villa op landgoed Eelink dient kwaliteit en een zekere allure uit te stralen. De nieuwbouw van een onder architectuur gebouwde villa nodigt uit tot het aanbrengen en uitdenken van details die het gebouw verbijzonderen en de uitstraling ervan versterken.
De detaillering kan zich uiten in afwisseling en ritmiek in het metselwerk of het combineren van diverse hoogwaardige materialen in de gevel. Ook zorgvuldig uitgewerkte verhoudingen, de mate van contrast tussen verschillende gebouwdelen en de zorgvuldige materialisering die het karakter van een gebouw versterken zijn voorbeelden van detaillering. Voor het aanbrengen van unieke architectonische details is het gebruik van afwijkende (hoogwaardige) bouwmaterialen als beton, staal, glas, geglazuurde baksteen, natuursteen en hout toegestaan.








  • Kenmerken
Kenmerken

Villawijk landgoed Eelink

Locatie: Winterswijk, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Winterswijk

Partners: WBC projecten, JS4EVER

Status: Vastgesteld

Periode: 2020

Thema: Stedenbouw, landschap, architectuur.


Landschappelijk wonen in unieke architectuur



1Tekengebied-1-2-1280x857.jpg

Zonnepark op complex historische buitenplaats

In de Achterhoek

Een Achterhoeks landgoed heeft het voornemen om haar energiebehoefte duurzaam op te wekken. Idee is om hiertoe een aantal zonnepanelen op het landgoed te realiseren. Het terrein ligt binnen de zogenaamde de begrenzing die aanduidt wat als ‘complex historische buitenplaats’ wordt gezien.


Duurzame energie op een rijksmonument

De rentmeester van het landgoed heeft ons gevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn op een passende wijze zonnepanelen te plaatsen op het beschreven perceel. Daarbij liggen er wat ons betreft kansen in het verleden van de beoogde locatie als moestuin. Daarbij hebben we verschillende scenario’s uitgewerkt.







De revitalisatie van het historisch gebruik als moestuin, met toepassing van koude bakken (of platte bakken) als drager van zonnepanelen ligt om verschillende redenen zeer voor de hand. Zo lijkt het te passen binnen het historische grondgebruik op de specifieke plek. Daarnaast zijn koude bakken in de regel gericht op het zuiden. Ideaal voor plaatsing van zonnepanelen. Tot slot is het gebruik van koude bakken op historische buitenplaatsen wijdverbreid. Daarmee kan deze toepassing mogelijk een breder vervolg krijgen op andere landgoederen en buitenplaatsen.

In een vergelijkende studie hebben we de meest voorkomende gedaantes van koude baken onderzocht. De referentiebeelden laten een brede selectie aan koude bakken zien op historische buitenplaatsen. In de regel zijn de bakken opgetrokken uit metselwerk. De glashoek bevindt zich typisch tussen de 15° en de 30°. Wanneer het bouwwerk tegen een muur staat betreft het doorgaans een druivenkas. De druivenkas is toegankelijk en voorzien van een glashoek boven de 45°.



De detaillering van de verschillende koude bakken verschilt op onderdelen. Het metselwerk is doorgaans uitgevoerd als halfsteensverband of wildverband. De bovenzijde afgewerkt met een rollaag, halfsteens metselwerk, natuursteen deklaag of staalconstructie. Een enkele koude bak is uitgevoerd in (prefab) beton of stucwerk. De gemetselde varianten hebben geregeld natuurstenen hoekstukken.
De bakken zijn bedekt met helder glas. De ramen zijn vervat in een houten sponning of in stalen hoekprofielen. Soms gebeitst, soms onbehandeld en roestig qua uitstraling. Bij moderne varianten is de stalen sponning gegalvaniseerd of donker gebeitst.
Het glas op de koude bak wordt gedragen door vaste dwarsbalken. Soms zijn deze integraal onderdeel van de hoofdconstructie en uitgevoerd in hetzelfde materiaal als de ombouw. In andere gevallen worden houten balken of stalen profielen als ligger gebruikt.
Het glas kan altijd worden geopend of weggenomen. De wijze waarop kan verschillen. De éénruiters kunnen door middel van een stok of baksteen worden opengezet. Soms is er sprake van een schuifmechanisme waarbij de ruiten naar de boven- en onderzijde kunnen worden uitgeschoven. Het midden wordt zo geopend. In een andere variant kunnen de ramen met handvatten worden opgepakt en elders worden neergelegd. De bakken van de Keukenhof zijn trapsgewijs regelbaar met bijzondere maatwerk profielen. De herstelde bak op landgoed Eyckenstein heeft een mobiele kraan die in staat is de enorme ruiten te verplaatsen.








De architectuur op het landgoed kent een sterke samenhang. Alle hoofdgebouwen zijn opgetrokken uit dezelfde rode metselsteen. Ook de toegepaste verbanden zijn identiek. Het hoofdhuis kent een wat voornamere uitstraling door de toepassing van traveeën en reliëf in de gevel.

Alle ondergeschikte bouwwerken zijn allen gebouwd uit hout. Een aanwezige droogschuur is voor de helft van hout opgetrokken. Je zou kunnen zeggen dat de variatie in het voorkomen van de gebouwen uitdrukking geeft aan de verschillende functies en hiërarchie.

Het gehele bebouwde complex krijgt hierdoor, ondanks de vele verschillende volumes en hoofdvormen een vanzelfsprekende samenhang.



Voor de koude bakken volgen we eenzelfde strategie: we kiezen voor het gebruik van hout in een eenvoudige hoofdvorm. De functie behoeft vanwege het rendement goede koeling.

Net als de droogschuur realiseren we dit door de opstelling te voorzien van een open gevel welke is opgetrokken uit houten regelwerk afkomstig van het landgoed.

Tussen open ruimte tussen de in breedte variërende regels voorzien in de benodigde verkoelende werking. De gehele opstellen zal na voltooiing zwart worden gebeitst.






  • Kenmerken
Kenmerken

Zonnepark op complex historische buitenplaats

Locatie: Gelderland

Opdrachtgever: De Rentmeesterscoöperatie, Zupthen

Status: Ontwerp

Periode: 2020


Ondanks de vele verschillende volumes en hoofdvormen ontstaat een vanzelfsprekende samenhang



DJI_0083-1280x960.jpg

Historische analyse Ster van Loosdrecht en Weersloot

Oostelijke Vechtplassen

Oostelijke Vechtplassen is de verzamelnaam van het uitgestrekte laagveenmoeras dat is gelegen tussen de rivier de Vecht en het Gooi. Het gebied bestaat uit een veelheid aan meren, plassen, trilvenen, legakkers en rietlanden. Tezamen vormen al deze stadia van verlanding en veenvorming een bijna 7000 hectare groot Natura-2000 gebied.


Gewaardeerd historisch landschap

Het natuurgebied vormt het decor voor een veelheid aan watersport-activiteiten, (verblijfs-)recreatie, agrarisch gebruik en woonvormen.  De provincie Noord-Holland is met de verschillende partijen in de Oostelijke Vechtplassen een Gebiedsakkoord overeengekomen. Hierin zijn ambities en doelstellingen opgenomen op het gebied van landschap, ecologie en recreatie. Het akkoord beoogt voor deze thema’s een integrale kwaliteitsverbetering te bewerkstelligen. Om die verbetering te realiseren is een samenhangend pakket aan maatregelen geformuleerd.

Voor de deelgebieden Ster van Loosdrecht en Weersloot hebben we een landschappelijke analyse opgesteld. In de landschappelijke analyse onderzoeken we de kenmerken van beide deelgebieden gedurende de afgelopen 200 jaar.







Waarderen van het bestaande

In een landschappelijke analyse onderzoeken we de kenmerken van twee deelgebieden van de Oostelijke Vechtplassen: de Ster van Loosdrecht en de Weersloot. Dit doen we door gebruik te maken van historische kaarten en GIS data. De belangrijkste ontwikkelingen in een tijdvak vertalen we naar landschappelijke kenmerken op hoofdlijnen. Met de kennis van de gebiedskarakteristiek formuleren we de bouwstenen voor de toekomstige ontwikkeling.

De analyse, overzichtskaarten en bouwstenen tezamen vormen de landschappelijke analyse. Het stuk biedt inzicht in de kwaliteiten van het gebied en handvatten voor de volgende fase in het proces, de inrichtingsfase.



‘Misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet.’

(Multatuli)

We weten niet precies hoe Nederland er in de prehistorie precies uitzag. We weten zeker niet hoe een bepaalde plek in Nederland er precies uit zag. Met behulp van historische kaarten kunnen we, met enig gemak, ongeveer 150 jaar terug kijken. Daarna wordt het al snel moeilijk. Toch hebben we ons best gedaan om voor de Ster van Loosdrecht en het gebied rond de Weersloot wat verder terug te kijken om zo de geschiedenis van dit landschap, dat zich kenmerkt door een bijzondere verkaveling, te kunnen duiden.

We hebben ons daarbij gebaseerd op hetgeen door verschillende mensen op verschillende momenten is uitgezocht en beschreven. De gedetailleerde kaart die in 1734 door Jan Spruytenburgh van het gebied werd gemaakt bracht ons in één sprong een stuk verder terug in de tijd.

Door veel te lezen, veel te vergelijken en telkens te toetsen aan verschillende kaarten uit verschillende tijden hebben we een beeld kunnen schetsen van het ontstaan van het landschap. Maar, zoals dat gaat met het beschrijven van geschiedenis, ‘misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet’. In grote lijnen zal het verhaal echter zeker kloppen, helemaal als we het hebben kunnen staven aan de hand van kaartbeelden of hebben gezien in het veld.

Verschillende inwoners van het gebied hebben ons rondgeleid en geholpen de meest recente geschiedenis van de Ster van Loosdrecht en het gebied rond de Weersloot in kaart te brengen. De Historische Kring Loosdrecht hielp ons aan een grote hoeveelheid interessante literatuur en kaartmateriaal.








In het onderzoeksgebied is de verschijningsvorm van het huidige landschap is niet los te zien van de unieke landschappelijke omstandigheden ter plaatse: de aanwezigheid van een (hoge) stuwwal in het oosten en de aanwezigheid van de Vecht in het westen. Daartussen voert de Drecht overtollig water af. Beide gebieden zijn als woeste veengronden in cultuur gebracht voor landbouwkundige doeleinden.

Deze intrinsieke verbondenheid heeft geleid tot de huidige verschijningsvorm van het huidige -open- landschap. Hierdoor is een duidelijk leesbaar landschap ontstaan. Het slotenpatroon van de Ster van Loosdrecht en -zij het in iets mindere mate- de Weersloot is sinds de ontginning in de 17e eeuw vrijwel ongewijzigd.



De aanwezigheid van de verkaveling en landschapselementen is, tot aan de recente geschiedenis, duidelijk te relateren aan omstandigheden ter plaatse: de aanwezigheid van veen in de ondergrond, de aanwezigheid van een zandige bodem of de aanwezigheid van, bijvoorbeeld, een landgoed. De vormgeving (of uiterlijk) van het landschap en gebruik van het landschap kennen een duidelijke wisselwerking: door vervening ontstaat open water op plaatsen waar geschikt veen aanwezig was. Door beweiding van de percelen en sloten die gebruikt worden als veekering zijn de oevers begraasd. Wordt een perceel niet gemaaid en/of onderhouden dan ontstaat direct ruigte in de slootkant en vervolgens (elzen)bos als gevolg van successie.

Uniek aan het gebied is verder dat schaalvergroting in de landbouw met betrekking tot de verkaveling, aan dit landschap voorbij gegaan. De laatste eeuwen is er aan de verkaveling nauwelijks iets veranderd. De boerderijen die ooit bij de kavels hoorden zijn terug te vinden in het huidige bebouwingslint. Er is dus sprake van een gaaf, historisch agrarisch landschap.






  • Kenmerken
Kenmerken

Oostelijke Vechtplassen

Locatie: Noord-Holland

Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

Status: Onderzoek

Periode: 2019


Het slotenpatroon is sinds de ontginning in de 17e eeuw vrijwel ongewijzigd



DSC0379-1280x850.jpg

Beeldkwaliteit onder de zon

Park Le Duc

Parc Le Duc is gelegen in het departement Hérault, één van de vijf departementen in de provincie Languedoc. Centraal punt aan de horizon vormt de Pic Saint Loup. De 658 meter hoge berg torent boven alle heuveltoppen in de omgeving uit en is zichtbaar in grote delen van het gebied rond Montpellier. Op de voorgrond van dit landmark ligt al jaren de vakantiebestemming van menig landgenoot: Parc Le Duc.


Route naar de zon

In 2018 bereikte ons de vraag of we mee wilden denken over een Beeldkwaliteitsplan voor een vakantiepark in Zuid-Frankrijk: Parc Le Duc. Omdat wij een uitdaging niet uit de weg gaan zijn wij met deze opdracht aan de slag gegaan. In eerste instantie met voorbereidende werkzaamheden vanuit Nederland. In het voorjaar van 2019 stond een tweedaags bezoek aan Parc Le Duc op het programma. Benieuwd naar wat we aan zouden treffen togen we naar het zuiden van Frankrijk.

Ter plaatse hebben we een intensief programma gevolgd waarbij we het gesprek met bewoners zijn aangegaan, een workshop hebben gehouden met de klankbordgroep en over het park hebben gestruind en het terrein en alle bomen met een drone hebben ingemeten. Alles om, terug in Nederland, genoeg munitie te hebben om een goed en gedragen plan in elkaar te zetten.







Levendig centrum van de streek

Het landschap in de directe omgeving van Parc Le Duc karakteriseert zich door een mozaïek van wijngaarden en lavendelvelden. Dit mozaïek wordt doorsneden door dichte bossen en garrigues, vaak op de plaatsen die landschappelijk ongeschikt zijn voor landbouw. De meest dominante soorten in de bossen zijn de steeneik (Quercus ilex) en de aleppoden (Pinus halepensis). Beide soorten verdragen de hoge temperaturen en de droogte in de zomermaanden goed. Dit is ook in het uiterlijk van beide bomen te zien: de stevige naalden van de aleppoden hebben een minimale oppervlakte, wat de verdamping minimaliseert. Ook de steeneik heeft dik, donkergroen, leerachtig blad. Zo is ook deze soort beter bestand tegen de warmte en de hoge temperaturen.

Met een eigen restaurant en (semi) openbaar zwembad vervult Parc Le Duc bijna de rol van een dorp in deze omgeving, waar verdere bebouwing en voorzieningen schaars zijn. Via een geasfalteerde toegangsweg kom je bij wat je het ‘centrum’ van dit dorp zou kunnen noemen: een cluster van beheerderswoning, receptie en restaurant met bijbehorende gebouwen. Ook het zwembad is hier te vinden, net als, op enige afstand, de Jeux-des-Boules-baan en de speeltuin.



Regie op kwaliteit

Het zijn geen regels geworden die we in beton willen gieten. Veel eerder willen we inspireren en verleiden. We hebben gemerkt dat er al veel moois is op Parc Le Duc. Maar met een paar ingrepen en aanpassingen kan dat moois wat ons betreft nog veel mooier worden. Aan de bewoners zal het niet liggen. Tijdens ons verblijf hebben we veel plezierige gesprekken gevoerd.

Het beeldkwaliteitsplan schetst, voor verschillende onderdelen, het streefbeeld waar door bestuur en bewoners naartoe wordt gewerkt. Enerzijds gaat het daarbij om het de openbare ruimte en de openbare gebouwen. Dit zijn zaken waar het bestuur van Parc Le Duc zeggenschap over heeft en waar het bestuur dus ook mee aan de slag kan en gaat. Anderzijds doet het beeldkwaliteitsplan ook uitspraken over zaken die de bewoners aan gaan: de manier waarop wordt omgegaan met beplanting op de kavel, de hoeveelheid verharding, maar ook de kleur van de wooneenheid en eventuele bergingen.








De wortel en de stok

Voor een groot deel dient het beeldkwaliteitsplan als bron van inspiratie. Niemand kan een bewoner bijvoorbeeld dwingen om een boom te kappen. Wel hopen we dat de mensen, met dit beeldkwaliteitsplan in de hand, nog eens kritisch kijken naar hun kavel. Is de boom inderdaad nog zo mooi als gedacht en heeft hij voldoende ruimte om vrij uit te groeien? En levert halfverharding op een groot deel van mijn kavel inderdaad ook een beeld op dat recht doet aan Parc Le Duc, of zijn er andere oplossingen denkbaar die misschien meer bijdragen aan de beeldkwaliteit? Vaak gaat het om creëren van bewustzijn. Over een nét andere kijk op de zaak, een kijk waar de bewoner zelf misschien nog niet aan had gedacht.



Niet op alle punten is het beeldkwaliteitsplan echter vrijblijvend. Een aantal zaken is in vastgelegd in de bouwvoorschriften en is in dit beeldkwaliteitsplan geactualiseerd. De veranderingen die dit  beeldkwaliteitsplan voorstaan zullen dan ook voor een deel pas op de langere termijn zichtbaar worden op het park. Ook over de situering op de kavel, verhardingen, kavelgrenzen en bergingen zijn regels opgenomen in de Bouw – / en wijzigingsvoorschriften Parc Le Duc. Bouwvoorschriften en beeldkwaliteitsplan zullen dan ook op elkaar worden afgestemd. De bouwvoorschriften gaan over de afmetingen van zaken, terwijl het beeldkwaliteitsplan in gaat op de verschijningsvorm. In de bouwvoorschriften zal ook worden verwezen naar dit beeldkwaliteitsplan.




  • Kenmerken
Kenmerken

Parc Le Duc

Locatie: Vacquières, Frankrijk

Opdrachtgever: Bestuur Parc Le Duc

Partners: Cok Versluis, stedenbouwkundig ontwerper

Status: Advies

Periode: 2019


Hedendaagse kwaliteit op Par Le Duc



Schoorsteen-op-het-bouwhuis-1280x850.jpg

Open oproep Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie:

Erfgoed vol energie

In maart 2017 lanceerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie het nieuwe ontwerpprogramma ‘Erfgoed en Ruimte’. Binnen dit programma is een Open Oproep uitgeschreven met het thema ‘Nieuwe energie voor het landschap’. Drie adviseurs hebben zich gebogen over de voorstellen: Sven Stremke (expert energietransitie, WUR, AvB), Riëtte Bosch (stedenbouwkundige en landschapsarchitect, RVB) en Marlijn Baarveld (VER programmaleider Transformatie van het landschap, RCE). Zij hebben de voorstellen beoordeeld op vraagstelling, plan van aanpak, betrokken deskundigheid en de coherentie daartussen. Na twee beoordelingsrondes kwamen zij tot een selectie van vier voorstellen die zij graag verder uitgewerkt zouden zien. Ons voorstel zit daarbij.



Urgentie

Wij stellen in ons projectvoorstel ‘Erfgoed vol Energie’ dat, behalve de bekende energielandschappen als het veenweidegebied, ook het kleinschalige houtwallenlandschap van oudsher een energielandschap was. Het leverde de boer immers bouwhout, brandhout en hout voor stelen. Dit waardevolle landschap staat echter onder druk door verdergaande schaalvergroting in de landbouw en doordat de oorspronkelijke functies verloren zijn gegaan.

Via ontwerpend onderzoek willen wij een nieuw type houtwal ontwikkelen die een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Nederland. Ook moet deze houtwal bijdragen aan de instandhouding van een bijzonder en gewaardeerd landschap.







Duurzame landgoederen

Ons plan voorziet in de realisatie van een nieuw type houtwal voor de oogst van biomassa in een cultuurhistorisch waardevol en kleinschalig landschap. De huidige biomassa die wordt gebruikt voor de bijstook in biomassa-centrales wordt aangevoerd vanuit Noord-Amerika en is ondanks de milieuwinst niet optimaal duurzaam. De vraag naar biomassa blijft echter toenemen en de groei van houtpellets voor biomassa groeit elk jaar met 10%.

Naast de grootschalige energiecentrales zijn kleinschalige biomassa-centrales bezig aan een opmars. Vooral op landgoederen waar grote gebouwen staan die veel energie behoeven. De landgoederen onttrekken het hout van bestaande landschapselementen op het landgoed. Het oogsten van deze houtwallen is echter, ook met de inzet van vrijwilligers, niet kostendekkend. Wij ontwerpen een machinaal oogstbare houtwal die rendabel in stand kan worden gehouden en worden geoogst. Zo leveren we een bijdrage aan het behalen van de gestelde klimaatdoelen.



Rendabele houtwallen

In de huidige situatie werken landgoederen en boeren met behulp van een beheer-subsidie en vrijwilligers aan de oogst van de biomassa uit houtwallen. Op dit moment vormt dit een kostenpost. Het is niet voor niets dat houtwal onder druk staat in het Nederlandse landschap.

Het zou een groot verschil kunnen maken als de houtwal niet langer een kostenpost is, maar een verdienmodel. Deze omslag willen we bereiken door een efficiënt te oogsten houtwal te ontwerpen. De achteruitgang van het aantal landschapselementen kan hiermee gekeerd worden en cultuurhistorisch waardevolle landschappen kunnen zo mogelijk worden hersteld.







Streven naar realisatie van de eerste nieuwe houtwal

Hiervoor zullen we op een aantal vlakken antwoorden moeten vinden:

  • Biosfeer: we zullen onderzoeken welke gewassen het meest geschikt zijn voor gebruik in de nieuwe houtwal en welke gewassen de hoogste calorische waarde bevatten.
  • Technosfeer: de techniek zal de randvoorwaarden bepalen voor de mechanische oogst. Hoe dik mag een boom worden, en hoe wijd mogen de bomen uit elkaar staan? Zijn de toepassingen en kosten te organiseren per landgoed of loonwerker, of moeten de landgoederen zich organiseren om de investeringen te kunnen organiseren rendabel te maken.
  • Regelgeving: de maatregelen moeten passen binnen financiële, planologische en juridische kaders. Wat is de bestemming van de nieuwe houtwal, is de boswet van toepassing, en wat is de waarde van de grond na inrichting?





Pilot- locatie

Landgoed ’t Medler in Vorden is bereid gevonden om binnen dit project te fungeren als pilotlocatie. De gemeente Bronckhorst denkt eveneens met ons mee. Tijdens de startfase wordt het project verder uitgewerkt en zal een klankbordgroep worden samengesteld met boeren, een loonbedrijf, energiespecialisten, wetenschappers en erfgoedprofessionals.

Door in eerste instantie aan de slag te gaan binnen een duidelijk, afgebakend gebied en met een duidelijke opgave vergroten we de kans op een praktische uitwerking en uitvoering. De lijnen zijn kort en het aantal belanghebbenden is te overzien. Tegelijkertijd is de ligging van ’t Medler als projectgebied interessant. De gemeente Bronckhorst, waarbinnen ’t Medler ligt, kent namelijk een hoge dichtheid aan landgoederen. Allen hebben zij een vergelijkbare uitdaging, namelijk het vinden van nieuwe verdienmodellen. Allen hebben zij over het algemeen ook dezelfde, hoge energierekening als het gaat om het verwarmen van de gebouwen. En allen hebben zij over het algemeen de zorg voor een landschap met een hoge dichtheid aan kleinschalige landschapselementen. Vraag en aanbod liggen dus bij meerdere landgoederen dicht bij elkaar. Daarom ligt een eventuele schaalsprong van landgoed ’t Medler naar andere landgoederen binnen de gemeente Bronckhorst dan ook voor de hand.




Werkwijze

Na toekenning van de subsidie zijn we van start gegaan met de randvoorwaardelijke onderwerpen. De randvoorwaarden zijn reeds op een aantrekkelijke en toegankelijke wijze in beeld gebracht.

Met de opgedane kennis van alle randvoorwaarden starten we met het ontwerpend onderzoek. We brengen alle variabelen in beeld en denken na over een rendabel sortiment voor de verschillende toepassingen, inclusief een beschrijving van de landschappelijke waarde van de plant. Het resultaat is een lexicon van soorten en houtwallen met elk een eigen kwaliteit, gebruikswaarde en economische betekenis. Het eerste concept staat in de stijgers.

Deze gereedschapskist vol mogelijkheden gaan we testen op de bruikbaarheid in cultuurhistorische context. Zijn er gewassen die zich lenen ter vervanging van een oude hoogstamboomgaard? Kunnen we een hakhoutbosje maken in het jonge ontginningenlandschap? Wat is de invloed van de toepassing van deze houtwallen op een landgoed er zijn er ook grenzen? Wanneer begint het te kraken? Deze vragen worden beantwoord in een beeldende ontwerpstudie op kaart. De meest kansrijke, vindingrijke of vernieuwende mogelijkheden werken we uit in sprekende beelden.

Het sluitstuk van het project is de aanplant van een echte houtwal schaal 1:1. Hiervoor stellen we een inrichtingsplan op, maken we een beplantingsplan en vragen we een vergunning aan. In het plantseizoen van volgend voorjaar gaan de planten de grond in.




  • Kenmerken
Kenmerken

Open oproep: Erfgoed vol energie

Locatie: Vorden, Gelderland

Opdrachtgever: Landgoed ‘t Medler

Partners: Stoken op Streekhout, WUR, AGEM, Landschapsbeheer Gelderland.

Status: Prijsvraag Stimuleringsfonds

Periode: 2018 – 2020


Erfgoed als producent van duurzame energie



WhatsApp-Image-2018-05-30-at-13.14.04-1-1280x720.jpeg

Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld

Atlas van de Waterkwaliteit

In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel werken we aan geheel nieuw type atlas. In deze ‘Atlas van de Waterkwaliteit’ brengen we in beeld hoe het ervoor staat met de waterkwaliteit in de beken, plassen en sloten in het gebied van waterschap Rijn en IJssel.
Voor deze atlas hebben we de redactie, GIS analyse, illustraties, opmaak en het drukwerk verzorgd.


Aanpak

De atlas brengt ook in beeld wat de ontwikkelingen in de waterkwaliteit zijn geweest gedurende de afgelopen decennia, en wat er aan inspanningen is verricht om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarbij geeft de atlas inzichten in de invloeden die er anno 2017 op de waterkwaliteit zijn.

Doel is om de toestand van de waterkwaliteit te kennen en te begrijpen. Daarmee vormt de atlas een belangrijke pijler om samen met partners uit het hele gebied en de bovenstroomse gebieden in Duitsland de mogelijkheden te verkennen om de waterkwaliteit in de toekomst nog beter te maken. In de Atlas is actuele beschikbare kennis uit monitoringsresultaten en relevante onderzoeksrapporten middels tekst, GIS en infographics op een leesbare en aantrekkelijke wijze gebundeld.







Prettig leesbaar

De Atlas is opgedeeld in een aantal onderdelen. De Samenvatting biedt in het kort de actuele stand van de waterkwaliteit. Het hoofdstuk ‘Introductie op de waterkwaliteit’ geeft een inleiding op de verschillende aspecten die relevant zijn voor de waterkwaliteit.
Het volgende hoofdstuk, ‘Beschrijving van het watersysteem’ bestaat uit twee delen. We gaan uitgebreid in op de rol van voedingsstoffen omdat deze wezenlijk zijn voor het ecologisch functioneren. Het eerste onderdeel beschrijft de relatie van een hoge voedselrijkdom van het water en de waterbodem met het ecologisch functioneren. Het tweede deel beschrijft de toestand en trends van voedingsstoffen in het oppervlaktewater. De concentraties voedingsstoffen zelf worden weergegeven en de trends die deze concentraties de afgelopen decennia hebben gevolgd.



Onderwerpen

In het hoofdstuk ‘Herkomst van voedingsstoffen’ staan per deelstroomgebied de meest relevante bronnen van voedingsstoffen centraal. De huidige toestand van de
microverontreinigingen in het oppervlaktewater wordt behandeld in het hoofdstuk ‘Beschrijving van het watersysteem – microverontreinigingen’. Omdat er verschillende soorten microverontreinigingen zijn, wordt per stof beschreven waar deze wordt aangetroffen en wat de verwachte effecten, bronnen en eventuele kennishiaten zijn. Tot slot geeft het hoofdstuk ‘Schoon water voor de mens’ een beeld van de waterkwaliteit in relatie tot een aantal specifieke mens-gerelateerde belangen van schoon water: de waterkwaliteit in de bebouwde omgeving, de zwemwaterkwaliteit, de risico’s voor drinkwaterwinningslocaties en de rol van oppervlaktewaterkwaliteit in relatie tot de
volksgezondheid.






  • Kenmerken
Kenmerken

Atlas van de waterkwaliteit

Locatie: Doetinchem, Gelderland

Opdrachtgever: Waterschap Rijn en IJssel

Partners: Damen drukkers

Status: Eerste druk

Periode: 2017-2018

Thema: Waterkwaliteit. GIS. Onderzoek.


Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld



DJI_0016-1280x720.jpg

Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel

Kasteel Keppel

Als groene gemeente met de hoogste dichtheid aan landgoederen in Nederland wil de gemeente Bronckhorst haar landgoederen actief ondersteunen bij het realiseren van hun (maatschappelijke) doelstellingen. Voor veel landgoederen is de duurzame instandhouding een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Daarom bood de gemeente landgoed Keppel een ‘schetsschuit’ aan: een interactieve aanpak waarmee zij een impuls wil geven aan de actuele ontwikkelingen en een bijdrage hoopt te leveren aan de duurzame instandhouding van Kasteel Keppel. Hofstra|Heersche organiseerde het gehele proces, van werksessie tot uitwerking. Tijdens de werksessie had Willem van Wingerden van Gesprek in Beweging de rol van dagvoorzitter. Zo kon Hofstra|Heersche zich richten op de inhoud van het project.


Vervlochten met de omgeving

Kasteel Keppel, op een eiland in de Oude IJssel, is de kern van landgoed Keppel. Aan de voet van dit kasteel ligt de buurtschap Laag-Keppel. Rond het eiland ligt een domein van ongeveer zeshonderdtwintig hectare met bos- en natuurgebieden, landbouwgronden en een historische tuin- en parkaanleg.







Verbeterslag

Landgoed Keppel en het kasteel op het eiland zijn nauw met elkaar verbonden. De duurzame instandhouding van het landgoed kon dan ook niet los worden gezien van ontwikkelingen op het eiland. De volgende vragen stonden centraal in het proces:

  •  Welke kansen liggen er op landgoed Keppel om de landgoedkwaliteiten te waarborgen en zo mogelijk te verbeteren en vermogen te genereren dat nodig is om het landgoed duurzaam in stand te houden?
  • Hoe kan de leefbaarheid van het ‘eiland Keppel’ worden verbeterd worden en hoe kan de recreatieve aantrekkelijkheid worden verhoogd?

Tijdens de schetsschuit kwamen verschillende thema’s aan bod die bijdroegen aan het beantwoorden van deze vragen. Om goed aan de slag te kunnen is het belangrijk dat iedere deelnemer basiskennis heeft van het landgoed en wat er speelt. Daartoe is een achtergronddocument opgesteld met daarin de ontstaansgeschiedenis van het landgoed. Ook komen de verschillende pijlers onder het landgoed aan bod en worden de in de schetsschuit te behandelen thema’s geïntroduceerd en toegelicht.



Interactieve werkwijze

De werksessies werden ingevuld volgens de methode ‘schetsschuit’. Tijdens een schetsschuit worden ideeën en feiten niet alleen opgeschreven, maar ook opgetekend op een kaart. Voor dat doel zijn er op de dag van de schetsschuit verschillende themakaarten op groot formaat beschikbaar. Deze manier van verbeelden maakt het gesprek concreet en werkt stimulerend. De deelnemers worden op basis van hun expertise ingedeeld bij een themagroep. Iedere groep wordt begeleid door een landschapsarchitect die het gesprek leidt en zorgt dat feiten, wensen en ideeën daadwerkelijk op de kaart landen. Voorafgaand aan het werk in de groepen is er een korte excursie over het landgoed en het eiland Keppel. Tijdens deze wandeling is er de mogelijkheid om elkaar te wijzen op wat er speelt en nader kennis te maken.








Bruikbaar resultaat

Deze aanpak leverde inzicht op in de huidige situatie van het landgoed en het eiland en maakte kansen inzichtelijk. De resultaten van deze eerste schetsdag zijn door ons verwerkt in een verslag dat als basis dient voor een terugkomdag. Tijdens deze terugkomdag werden de meest kansrijke ideeën en thema’s verder uitgewerkt in concrete vervolgacties voor landgoed, gemeente en andere ‘actiehouders’.

Thema’s die aan de orde kwamen, zijn onder andere de Dorpsstraat van Laag-Keppel, duurzame energie, de inrichting van de voormalige moestuin en recreatie. De resultaten van de beide schetsdagen zijn verwerkt in een beeldend verslag. Dit verslag is aangeboden aan de gemeenteraad en dient als basis voor verdere samenwerking tussen landgoed en gemeente.




  • Kenmerken
Kenmerken

Landgoed kasteel Keppel

Locatie: Laag-Keppel, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Bronckhorst

Partners: Gesprek in Beweging, Eelco Schurer

Status: Advies

Periode: 2017

Thema: Erfgoed, onderzoek, proces


Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel



Ortolaan-collage-zonder-tekstbalonnen-ORIGINEEL-EOWijers-1-1280x400.jpg

Naar een energie-producerende landbouw

EO Wijers: eervolle vermelding Plan Ortolaan

De jongste EO Wijers prijsvraag stond in het teken van het realiseren van een energie-neutrale stedendriehoek, het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Hofstra|Heersche heeft samen met Bioniers (Adrie Otte) en Christina Oosterhoff een inzending voorbereid die werd beloond met een eervolle vermelding.


Aanpak

Wetenschappers hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel zeven joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector. Omdat het produceren van voedsel zo energie-intensief is, bedachten we voor de overwegend agrarische stedendriehoek een plan om de landbouw om te vormen tot energieproducent.







Toerist in eigen land

‘Plan Ortolaan’ stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem verbetert, kringlopen van mineralen sluit en de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot. Landbouw volgens Plan Ortolaan is bovendien financieel gezonder dan gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. Naast de financiële voordelen vergroot Plan Ortolaan de landschappelijke kwaliteit in de stedendriehoek.



Aansprekende concepten

De kern van het idee is bio-mimicry: het nabootsen van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem, maar dan nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hier hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die honderd jaar geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. In een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie, is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang.









Wat is Plan Ortolaan?

  • Energie
  • Producten
  • Bedrijf
  • Bedrijf

Naar een energieproducerende landbouw…

Het produceren van voedsel is energie-intensief. Wetenschappers van de Universiteit van Michigan hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel 7 joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren[1]. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector (exclusief de glastuinbouw). Elektriciteit (26%) en aardgas (19%) volgen op ruime afstand[2]. Indirect energieverbruik komt voor rekening van de productie en vervoer van kunstmest, veevoer, landbouwmachines en andere productiemiddelen.

Om te komen tot een energieleverende landbouw is het nodig om de directe én indirecte energiebehoefte terug te dringen en energie te produceren – uit biomassa, wind en zon – zonder dat dit ten koste gaat van de voedselproductie. En dat gaan we doen in Plan Ortolaan.

[1] Heller, M.C. & G.A. Keoleian (2000). Life Cycle-Based Sustainability Indicators for Assessment of the U.S. Food System. Center for Sustainable Systems, University of Michigan. Report No. CSS00-04, December 6, 2000.

[2] Bron: CBS.

…met een grote verscheidenheid aan kwalitatief hoogstaande producten…

Plan Ortolaan stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem sterk verbetert, kringlopen van mineralen sluit, de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot en de landschappelijke kwaliteit verbetert.

Het systeem gaat uit van de kracht van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem: het ecosysteem wordt nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren.

Dergelijke landbouwsystemen zijn over de hele wereld sporadisch toegepast. Plan Ortolaan is gebaseerd op het systeem dat Mark Shepard beschrijft in zijn boek Herstellende Landbouw[1]. Hij heeft zijn gangbare landbouwbedrijf langzamerhand omgebouwd naar een agro-ecosysteem met vele soorten gewassen, vee en pluimvee. Het van nature voorkomende ecosysteem heeft hij nagebouwd met notenbomen, fruitbomen, hazelaars en bessenstruiken. Hiertussen groeien eenjarige gewassen, gras en kruiden. Vee scharrelt onder de bomen en eet te vroeg afgevallen fruit en noten, kruiden en gras. Het gelaagde systeem benut het zonlicht optimaal. De dieren zet hij ook in als landbouwinstrument, bijvoorbeeld bij de bestrijding van onkruiden en het openhouden van de bodem. Elk gewas en dier heeft meerdere functies binnen het systeem.

[1] Shepard, M. (2014). Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui. UItgeverij Jan van Arkel.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.


Wat krijgen we daarvoor terug?

  • Kwaliteit
  • Werk
  • Bedrijf
  • Draagvlak
  • Innovatie
  • Pilot

Een prachtig landschap en gezonde natuur, goed voor de recreatieve sector…

De landschappen in de Stedendriehoek –Achterhoek, rivierlandschap en Veluwe – worden gekenmerkt door een aansprekende afwisseling van landschappen, met vele landgoederen en natuurgebieden met bijzondere natuurwaarden. Plan Ortolaan vergroot de landschappelijke kwaliteit door uit te gaan van het van nature aanwezige ecosysteem. Het plan past daarmee uitstekend binnen beleidsambities van de provincie[1] over de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die 100 geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. En in een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang[2].

[1] Plan Bureau voor de Leefomgeving, Toets herijking Ecologishe Hoofdstukctuur Gelderland, 4 juni 2012

[2] Bijvoorbeeld: de Agenda Stedendriehoek (april 2013), Beleidsuitwerking Natuur en Landschap, Provincie Gelderland (2012)

…en gezonde agrarische bedrijven en werkgelegenheid in de voedselketen.

De economische waarde van Plan Ortolaan zit niet alleen in gezonde agrarische bedrijven en kansen voor recreatie, maar ook in versterking van de voedselketen. Het economisch belang van de voedselketen in de Achterhoek is groot en zorgt voor veel bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar die staat wel onder druk[1]. Om de negatieve ontwikkelingen te stoppen, is het cruciaal dat er meer intersectorale samenwerking op regionaal niveau plaats vindt. Een eerste kansrijke verbinding is die tussen de recreatieve sector en de voedselketen. Door deze verbindingen zullen er meer recreanten komen, die voor een deel ook in de Stedendriehoek gaan wonen. Een tweede kansrijke verbinding is die tussen voedselverwerkende industrie, detailhandel en horeca. Zo kunnen verwerkers meer consumenten betrekken bij het verwerkingsproces, kunnen supermarkten streekmarkten en workshops houden over de lokale eetcultuur en kan de horeca inspelen op de wensen van de toeristen.

[1] Fontein, R.J., V. Linderhof, M. Stuiver, R. Michels & G. Tacken (2013). Kracht van de Achterhoek. De waarde van voedselketens voor de regio. Alterra rapport 2449, Alterra Wageningen UR.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

Duurzaamheid als ‘licence to produce’…

Uit de ‘Basisverkenning Gelderse Land- en Tuinbouw’[1] blijkt dat de agrarische sector steeds meer inzet op duurzaamheid: dierenwelzijn, water en energieverbruik, minder bestrijdingsmiddelen, preventie van dierziektes, duurzame agrologistiek, en de productie van duurzame energie (in de multifunctionele landbouw de sterkste stijger!). En voor het verkrijgen van Europese subsidies zijn vergroeningsmaatregelen verplicht.

Duurzame landbouw wordt door de sector steeds meer gezien als voorwaarde voor maatschappelijk draagvlak: een ‘license to produce’. De consument wordt belangrijker, en die vraagt naar duurzaam en gezond voedsel, en transparantie over herkomst en productiewijze. Er is een duidelijke local for local trend met een herwaardering voor producten uit de regio. In de Stedendriehoek vind je bijvoorbeeld IJsselVallei, Veel Luwe, Slow Food en Achterhoek producten.  

[1] Basisverkenning Gelderse Land- en tuinbouw, Bureau Bartels, februari 2015

… passend bij de trend van innovatieve boerenbedrijven.

De al genoemde Basisverkenning beschrijft verschillende trends in de landbouw. Een van de trends is die van de ‘innovatieve’ boeren, die streven naar een hogere toegevoegde waarde en onderscheidende producten. Zij zien meerwaarde in samenwerking in de keten en produceren voor de lokale of regionale markt. In kwaliteit boven kwantiteit. Bij deze innovatieve boeren past Plan Ortolaan.

Kennisopbouw in een lokale pilot…

Door samen te werken aan aansprekende voorbeelden in de regio waarin gezonde landbouw, natuur en landschap gecombineerd worden. Niet alleen om het concept te vertalen naar de Nederlandse situatie, maar ook om te laten zien dat het in de praktijk werkbaar en economisch haalbaar is. En ook om te verkennen hoe een gangbaar landbouwbedrijf stapsgewijs omgevormd kan worden. Een geslaagde pilot zal de agrarische sector het vertrouwen geven dat een andere aanpak mogelijk is. Dit is de belangrijkste stimulans voor een daadwerkelijke omschakeling binnen de sector.

Wat leren we van de pilots?

Kennis over de productie. We verkennen hoe een ecosysteemlandbouwbedrijf in Nederland rendabel kan produceren. Rondom de pilot vormen we een leergemeenschap van boeren, LTO, kennisinstellingen, de overheid.

Kennis rond de afzetmarkt. We verkennen welke producten interessant zijn voor de markt. Hierin kunnen coöperaties en producentenorganisaties een belangrijke rol spelen[1]. De oude zuivelcoöperaties, maar ook de nieuwe energiecoöperaties, en nog op te richten coöperaties voor bijvoorbeeld de notenoogst.

Nieuwe kaders van de overheid, waarin de opgaven voor energie, landschap, natuur en landbouw worden verbonden. En een daarbij passend wettelijk instrumentarium, eventueel eerst tijd- en plaatsgebonden.

…en het delen van die kennis met anderen, binnen de keten en met andere sectoren.

De rol van de overheid is in meerdere opzichten cruciaal. Zij zal een stuwende rol moeten te spelen in de ontwikkeling van kennis en de leeromgeving moeten faciliteren. Zij zal beleid en wet- en regelgeving indien nodig aan moeten passen. En daarnaast zal de overheid zal haar vertrouwen in en goedkeuring voor deze ontwikkeling moeten uitspreken. Dit geeft de ondernemers de steun in de rug die zijn nodig hebben om deze belangrijke stap te zetten.

En de overheid kan samen met de betrokkenen zorgen voor publiciteit. Zodat de resultaten van de pilot breed bekend worden en navolging krijgen. Want we zijn nog lang niet uitgeleerd.

[1] Zie ook Kamerbrief Verslag informele Landbouwraad 9-10 september 2013, DGA-ELV/ 13153837






  • Kenmerken
Kenmerken

EO Wijers prijsvraag

Locatie: Stedendriehoek, Gelderland

Opdrachtgever: EO Wijers Stichting

Partners: Christina Oosterhoff, Adrie Otte

Status: Prijsvraag

Periode: 2015

Thema: Landbouw. Energie.


Naar een energie-producerende landbouw