Portfolio

1Tekengebied-1-2-1280x857.jpg

Zonnepark op complex historische buitenplaats

In de Achterhoek

Een Achterhoeks landgoed heeft het voornemen om haar energiebehoefte duurzaam op te wekken. Idee is om hiertoe een aantal zonnepanelen op het landgoed te realiseren. Het terrein ligt binnen de zogenaamde de begrenzing die aanduidt wat als ‘complex historische buitenplaats’ wordt gezien.


Duurzame energie op een rijksmonument

De rentmeester van het landgoed heeft ons gevraagd te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn op een passende wijze zonnepanelen te plaatsen op het beschreven perceel. Daarbij liggen er wat ons betreft kansen in het verleden van de beoogde locatie als moestuin. Daarbij hebben we verschillende scenario’s uitgewerkt.







De revitalisatie van het historisch gebruik als moestuin, met toepassing van koude bakken (of platte bakken) als drager van zonnepanelen ligt om verschillende redenen zeer voor de hand. Zo lijkt het te passen binnen het historische grondgebruik op de specifieke plek. Daarnaast zijn koude bakken in de regel gericht op het zuiden. Ideaal voor plaatsing van zonnepanelen. Tot slot is het gebruik van koude bakken op historische buitenplaatsen wijdverbreid. Daarmee kan deze toepassing mogelijk een breder vervolg krijgen op andere landgoederen en buitenplaatsen.

In een vergelijkende studie hebben we de meest voorkomende gedaantes van koude baken onderzocht. De referentiebeelden laten een brede selectie aan koude bakken zien op historische buitenplaatsen. In de regel zijn de bakken opgetrokken uit metselwerk. De glashoek bevindt zich typisch tussen de 15° en de 30°. Wanneer het bouwwerk tegen een muur staat betreft het doorgaans een druivenkas. De druivenkas is toegankelijk en voorzien van een glashoek boven de 45°.



De detaillering van de verschillende koude bakken verschilt op onderdelen. Het metselwerk is doorgaans uitgevoerd als halfsteensverband of wildverband. De bovenzijde afgewerkt met een rollaag, halfsteens metselwerk, natuursteen deklaag of staalconstructie. Een enkele koude bak is uitgevoerd in (prefab) beton of stucwerk. De gemetselde varianten hebben geregeld natuurstenen hoekstukken.
De bakken zijn bedekt met helder glas. De ramen zijn vervat in een houten sponning of in stalen hoekprofielen. Soms gebeitst, soms onbehandeld en roestig qua uitstraling. Bij moderne varianten is de stalen sponning gegalvaniseerd of donker gebeitst.
Het glas op de koude bak wordt gedragen door vaste dwarsbalken. Soms zijn deze integraal onderdeel van de hoofdconstructie en uitgevoerd in hetzelfde materiaal als de ombouw. In andere gevallen worden houten balken of stalen profielen als ligger gebruikt.
Het glas kan altijd worden geopend of weggenomen. De wijze waarop kan verschillen. De éénruiters kunnen door middel van een stok of baksteen worden opengezet. Soms is er sprake van een schuifmechanisme waarbij de ruiten naar de boven- en onderzijde kunnen worden uitgeschoven. Het midden wordt zo geopend. In een andere variant kunnen de ramen met handvatten worden opgepakt en elders worden neergelegd. De bakken van de Keukenhof zijn trapsgewijs regelbaar met bijzondere maatwerk profielen. De herstelde bak op landgoed Eyckenstein heeft een mobiele kraan die in staat is de enorme ruiten te verplaatsen.








De architectuur op het landgoed kent een sterke samenhang. Alle hoofdgebouwen zijn opgetrokken uit dezelfde rode metselsteen. Ook de toegepaste verbanden zijn identiek. Het hoofdhuis kent een wat voornamere uitstraling door de toepassing van traveeën en reliëf in de gevel.

Alle ondergeschikte bouwwerken zijn allen gebouwd uit hout. Een aanwezige droogschuur is voor de helft van hout opgetrokken. Je zou kunnen zeggen dat de variatie in het voorkomen van de gebouwen uitdrukking geeft aan de verschillende functies en hiërarchie.

Het gehele bebouwde complex krijgt hierdoor, ondanks de vele verschillende volumes en hoofdvormen een vanzelfsprekende samenhang.



Voor de koude bakken volgen we eenzelfde strategie: we kiezen voor het gebruik van hout in een eenvoudige hoofdvorm. De functie behoeft vanwege het rendement goede koeling.

Net als de droogschuur realiseren we dit door de opstelling te voorzien van een open gevel welke is opgetrokken uit houten regelwerk afkomstig van het landgoed.

Tussen open ruimte tussen de in breedte variërende regels voorzien in de benodigde verkoelende werking. De gehele opstellen zal na voltooiing zwart worden gebeitst.






  • Kenmerken
Kenmerken

Zonnepark op complex historische buitenplaats

Locatie: Gelderland

Opdrachtgever: De Rentmeesterscoöperatie, Zupthen

Status: Ontwerp

Periode: 2020


Ondanks de vele verschillende volumes en hoofdvormen ontstaat een vanzelfsprekende samenhang



DJI_0083-1280x960.jpg

Historische analyse Ster van Loosdrecht en Weersloot

Oostelijke Vechtplassen

Oostelijke Vechtplassen is de verzamelnaam van het uitgestrekte laagveenmoeras dat is gelegen tussen de rivier de Vecht en het Gooi. Het gebied bestaat uit een veelheid aan meren, plassen, trilvenen, legakkers en rietlanden. Tezamen vormen al deze stadia van verlanding en veenvorming een bijna 7000 hectare groot Natura-2000 gebied.


Gewaardeerd historisch landschap

Het natuurgebied vormt het decor voor een veelheid aan watersport-activiteiten, (verblijfs-)recreatie, agrarisch gebruik en woonvormen.  De provincie Noord-Holland is met de verschillende partijen in de Oostelijke Vechtplassen een Gebiedsakkoord overeengekomen. Hierin zijn ambities en doelstellingen opgenomen op het gebied van landschap, ecologie en recreatie. Het akkoord beoogt voor deze thema’s een integrale kwaliteitsverbetering te bewerkstelligen. Om die verbetering te realiseren is een samenhangend pakket aan maatregelen geformuleerd.

Voor de deelgebieden Ster van Loosdrecht en Weersloot hebben we een landschappelijke analyse opgesteld. In de landschappelijke analyse onderzoeken we de kenmerken van beide deelgebieden gedurende de afgelopen 200 jaar.







Waarderen van het bestaande

In een landschappelijke analyse onderzoeken we de kenmerken van twee deelgebieden van de Oostelijke Vechtplassen: de Ster van Loosdrecht en de Weersloot. Dit doen we door gebruik te maken van historische kaarten en GIS data. De belangrijkste ontwikkelingen in een tijdvak vertalen we naar landschappelijke kenmerken op hoofdlijnen. Met de kennis van de gebiedskarakteristiek formuleren we de bouwstenen voor de toekomstige ontwikkeling.

De analyse, overzichtskaarten en bouwstenen tezamen vormen de landschappelijke analyse. Het stuk biedt inzicht in de kwaliteiten van het gebied en handvatten voor de volgende fase in het proces, de inrichtingsfase.



‘Misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet.’

(Multatuli)

We weten niet precies hoe Nederland er in de prehistorie precies uitzag. We weten zeker niet hoe een bepaalde plek in Nederland er precies uit zag. Met behulp van historische kaarten kunnen we, met enig gemak, ongeveer 150 jaar terug kijken. Daarna wordt het al snel moeilijk. Toch hebben we ons best gedaan om voor de Ster van Loosdrecht en het gebied rond de Weersloot wat verder terug te kijken om zo de geschiedenis van dit landschap, dat zich kenmerkt door een bijzondere verkaveling, te kunnen duiden.

We hebben ons daarbij gebaseerd op hetgeen door verschillende mensen op verschillende momenten is uitgezocht en beschreven. De gedetailleerde kaart die in 1734 door Jan Spruytenburgh van het gebied werd gemaakt bracht ons in één sprong een stuk verder terug in de tijd.

Door veel te lezen, veel te vergelijken en telkens te toetsen aan verschillende kaarten uit verschillende tijden hebben we een beeld kunnen schetsen van het ontstaan van het landschap. Maar, zoals dat gaat met het beschrijven van geschiedenis, ‘misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet’. In grote lijnen zal het verhaal echter zeker kloppen, helemaal als we het hebben kunnen staven aan de hand van kaartbeelden of hebben gezien in het veld.

Verschillende inwoners van het gebied hebben ons rondgeleid en geholpen de meest recente geschiedenis van de Ster van Loosdrecht en het gebied rond de Weersloot in kaart te brengen. De Historische Kring Loosdrecht hielp ons aan een grote hoeveelheid interessante literatuur en kaartmateriaal.








In het onderzoeksgebied is de verschijningsvorm van het huidige landschap is niet los te zien van de unieke landschappelijke omstandigheden ter plaatse: de aanwezigheid van een (hoge) stuwwal in het oosten en de aanwezigheid van de Vecht in het westen. Daartussen voert de Drecht overtollig water af. Beide gebieden zijn als woeste veengronden in cultuur gebracht voor landbouwkundige doeleinden.

Deze intrinsieke verbondenheid heeft geleid tot de huidige verschijningsvorm van het huidige -open- landschap. Hierdoor is een duidelijk leesbaar landschap ontstaan. Het slotenpatroon van de Ster van Loosdrecht en -zij het in iets mindere mate- de Weersloot is sinds de ontginning in de 17e eeuw vrijwel ongewijzigd.



De aanwezigheid van de verkaveling en landschapselementen is, tot aan de recente geschiedenis, duidelijk te relateren aan omstandigheden ter plaatse: de aanwezigheid van veen in de ondergrond, de aanwezigheid van een zandige bodem of de aanwezigheid van, bijvoorbeeld, een landgoed. De vormgeving (of uiterlijk) van het landschap en gebruik van het landschap kennen een duidelijke wisselwerking: door vervening ontstaat open water op plaatsen waar geschikt veen aanwezig was. Door beweiding van de percelen en sloten die gebruikt worden als veekering zijn de oevers begraasd. Wordt een perceel niet gemaaid en/of onderhouden dan ontstaat direct ruigte in de slootkant en vervolgens (elzen)bos als gevolg van successie.

Uniek aan het gebied is verder dat schaalvergroting in de landbouw met betrekking tot de verkaveling, aan dit landschap voorbij gegaan. De laatste eeuwen is er aan de verkaveling nauwelijks iets veranderd. De boerderijen die ooit bij de kavels hoorden zijn terug te vinden in het huidige bebouwingslint. Er is dus sprake van een gaaf, historisch agrarisch landschap.






  • Kenmerken
Kenmerken

Oostelijke Vechtplassen

Locatie: Noord-Holland

Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

Status: Onderzoek

Periode: 2019


Het slotenpatroon is sinds de ontginning in de 17e eeuw vrijwel ongewijzigd



DSC0379-1280x850.jpg

Beeldkwaliteit onder de zon

Park Le Duc

Parc Le Duc is gelegen in het departement Hérault, één van de vijf departementen in de provincie Languedoc. Centraal punt aan de horizon vormt de Pic Saint Loup. De 658 meter hoge berg torent boven alle heuveltoppen in de omgeving uit en is zichtbaar in grote delen van het gebied rond Montpellier. Op de voorgrond van dit landmark ligt al jaren de vakantiebestemming van menig landgenoot: Parc Le Duc.


Route naar de zon

In 2018 bereikte ons de vraag of we mee wilden denken over een Beeldkwaliteitsplan voor een vakantiepark in Zuid-Frankrijk: Parc Le Duc. Omdat wij een uitdaging niet uit de weg gaan zijn wij met deze opdracht aan de slag gegaan. In eerste instantie met voorbereidende werkzaamheden vanuit Nederland. In het voorjaar van 2019 stond een tweedaags bezoek aan Parc Le Duc op het programma. Benieuwd naar wat we aan zouden treffen togen we naar het zuiden van Frankrijk.

Ter plaatse hebben we een intensief programma gevolgd waarbij we het gesprek met bewoners zijn aangegaan, een workshop hebben gehouden met de klankbordgroep en over het park hebben gestruind en het terrein en alle bomen met een drone hebben ingemeten. Alles om, terug in Nederland, genoeg munitie te hebben om een goed en gedragen plan in elkaar te zetten.







Levendig centrum van de streek

Het landschap in de directe omgeving van Parc Le Duc karakteriseert zich door een mozaïek van wijngaarden en lavendelvelden. Dit mozaïek wordt doorsneden door dichte bossen en garrigues, vaak op de plaatsen die landschappelijk ongeschikt zijn voor landbouw. De meest dominante soorten in de bossen zijn de steeneik (Quercus ilex) en de aleppoden (Pinus halepensis). Beide soorten verdragen de hoge temperaturen en de droogte in de zomermaanden goed. Dit is ook in het uiterlijk van beide bomen te zien: de stevige naalden van de aleppoden hebben een minimale oppervlakte, wat de verdamping minimaliseert. Ook de steeneik heeft dik, donkergroen, leerachtig blad. Zo is ook deze soort beter bestand tegen de warmte en de hoge temperaturen.

Met een eigen restaurant en (semi) openbaar zwembad vervult Parc Le Duc bijna de rol van een dorp in deze omgeving, waar verdere bebouwing en voorzieningen schaars zijn. Via een geasfalteerde toegangsweg kom je bij wat je het ‘centrum’ van dit dorp zou kunnen noemen: een cluster van beheerderswoning, receptie en restaurant met bijbehorende gebouwen. Ook het zwembad is hier te vinden, net als, op enige afstand, de Jeux-des-Boules-baan en de speeltuin.



Regie op kwaliteit

Het zijn geen regels geworden die we in beton willen gieten. Veel eerder willen we inspireren en verleiden. We hebben gemerkt dat er al veel moois is op Parc Le Duc. Maar met een paar ingrepen en aanpassingen kan dat moois wat ons betreft nog veel mooier worden. Aan de bewoners zal het niet liggen. Tijdens ons verblijf hebben we veel plezierige gesprekken gevoerd.

Het beeldkwaliteitsplan schetst, voor verschillende onderdelen, het streefbeeld waar door bestuur en bewoners naartoe wordt gewerkt. Enerzijds gaat het daarbij om het de openbare ruimte en de openbare gebouwen. Dit zijn zaken waar het bestuur van Parc Le Duc zeggenschap over heeft en waar het bestuur dus ook mee aan de slag kan en gaat. Anderzijds doet het beeldkwaliteitsplan ook uitspraken over zaken die de bewoners aan gaan: de manier waarop wordt omgegaan met beplanting op de kavel, de hoeveelheid verharding, maar ook de kleur van de wooneenheid en eventuele bergingen.








De wortel en de stok

Voor een groot deel dient het beeldkwaliteitsplan als bron van inspiratie. Niemand kan een bewoner bijvoorbeeld dwingen om een boom te kappen. Wel hopen we dat de mensen, met dit beeldkwaliteitsplan in de hand, nog eens kritisch kijken naar hun kavel. Is de boom inderdaad nog zo mooi als gedacht en heeft hij voldoende ruimte om vrij uit te groeien? En levert halfverharding op een groot deel van mijn kavel inderdaad ook een beeld op dat recht doet aan Parc Le Duc, of zijn er andere oplossingen denkbaar die misschien meer bijdragen aan de beeldkwaliteit? Vaak gaat het om creëren van bewustzijn. Over een nét andere kijk op de zaak, een kijk waar de bewoner zelf misschien nog niet aan had gedacht.



Niet op alle punten is het beeldkwaliteitsplan echter vrijblijvend. Een aantal zaken is in vastgelegd in de bouwvoorschriften en is in dit beeldkwaliteitsplan geactualiseerd. De veranderingen die dit  beeldkwaliteitsplan voorstaan zullen dan ook voor een deel pas op de langere termijn zichtbaar worden op het park. Ook over de situering op de kavel, verhardingen, kavelgrenzen en bergingen zijn regels opgenomen in de Bouw – / en wijzigingsvoorschriften Parc Le Duc. Bouwvoorschriften en beeldkwaliteitsplan zullen dan ook op elkaar worden afgestemd. De bouwvoorschriften gaan over de afmetingen van zaken, terwijl het beeldkwaliteitsplan in gaat op de verschijningsvorm. In de bouwvoorschriften zal ook worden verwezen naar dit beeldkwaliteitsplan.




  • Kenmerken
Kenmerken

Parc Le Duc

Locatie: Vacquières, Frankrijk

Opdrachtgever: Bestuur Parc Le Duc

Partners: Cok Versluis, stedenbouwkundig ontwerper

Status: Advies

Periode: 2019


Hedendaagse kwaliteit op Par Le Duc



Schoorsteen-op-het-bouwhuis-1280x850.jpg

Open oproep Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie:

Erfgoed vol energie

In maart 2017 lanceerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie het nieuwe ontwerpprogramma ‘Erfgoed en Ruimte’. Binnen dit programma is een Open Oproep uitgeschreven met het thema ‘Nieuwe energie voor het landschap’. Drie adviseurs hebben zich gebogen over de voorstellen: Sven Stremke (expert energietransitie, WUR, AvB), Riëtte Bosch (stedenbouwkundige en landschapsarchitect, RVB) en Marlijn Baarveld (VER programmaleider Transformatie van het landschap, RCE). Zij hebben de voorstellen beoordeeld op vraagstelling, plan van aanpak, betrokken deskundigheid en de coherentie daartussen. Na twee beoordelingsrondes kwamen zij tot een selectie van vier voorstellen die zij graag verder uitgewerkt zouden zien. Ons voorstel zit daarbij.



Urgentie

Wij stellen in ons projectvoorstel ‘Erfgoed vol Energie’ dat, behalve de bekende energielandschappen als het veenweidegebied, ook het kleinschalige houtwallenlandschap van oudsher een energielandschap was. Het leverde de boer immers bouwhout, brandhout en hout voor stelen. Dit waardevolle landschap staat echter onder druk door verdergaande schaalvergroting in de landbouw en doordat de oorspronkelijke functies verloren zijn gegaan.

Via ontwerpend onderzoek willen wij een nieuw type houtwal ontwikkelen die een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Nederland. Ook moet deze houtwal bijdragen aan de instandhouding van een bijzonder en gewaardeerd landschap.







Duurzame landgoederen

Ons plan voorziet in de realisatie van een nieuw type houtwal voor de oogst van biomassa in een cultuurhistorisch waardevol en kleinschalig landschap. De huidige biomassa die wordt gebruikt voor de bijstook in biomassa-centrales wordt aangevoerd vanuit Noord-Amerika en is ondanks de milieuwinst niet optimaal duurzaam. De vraag naar biomassa blijft echter toenemen en de groei van houtpellets voor biomassa groeit elk jaar met 10%.

Naast de grootschalige energiecentrales zijn kleinschalige biomassa-centrales bezig aan een opmars. Vooral op landgoederen waar grote gebouwen staan die veel energie behoeven. De landgoederen onttrekken het hout van bestaande landschapselementen op het landgoed. Het oogsten van deze houtwallen is echter, ook met de inzet van vrijwilligers, niet kostendekkend. Wij ontwerpen een machinaal oogstbare houtwal die rendabel in stand kan worden gehouden en worden geoogst. Zo leveren we een bijdrage aan het behalen van de gestelde klimaatdoelen.



Rendabele houtwallen

In de huidige situatie werken landgoederen en boeren met behulp van een beheer-subsidie en vrijwilligers aan de oogst van de biomassa uit houtwallen. Op dit moment vormt dit een kostenpost. Het is niet voor niets dat houtwal onder druk staat in het Nederlandse landschap.

Het zou een groot verschil kunnen maken als de houtwal niet langer een kostenpost is, maar een verdienmodel. Deze omslag willen we bereiken door een efficiënt te oogsten houtwal te ontwerpen. De achteruitgang van het aantal landschapselementen kan hiermee gekeerd worden en cultuurhistorisch waardevolle landschappen kunnen zo mogelijk worden hersteld.







Streven naar realisatie van de eerste nieuwe houtwal

Hiervoor zullen we op een aantal vlakken antwoorden moeten vinden:

  • Biosfeer: we zullen onderzoeken welke gewassen het meest geschikt zijn voor gebruik in de nieuwe houtwal en welke gewassen de hoogste calorische waarde bevatten.
  • Technosfeer: de techniek zal de randvoorwaarden bepalen voor de mechanische oogst. Hoe dik mag een boom worden, en hoe wijd mogen de bomen uit elkaar staan? Zijn de toepassingen en kosten te organiseren per landgoed of loonwerker, of moeten de landgoederen zich organiseren om de investeringen te kunnen organiseren rendabel te maken.
  • Regelgeving: de maatregelen moeten passen binnen financiële, planologische en juridische kaders. Wat is de bestemming van de nieuwe houtwal, is de boswet van toepassing, en wat is de waarde van de grond na inrichting?





Pilot- locatie

Landgoed ’t Medler in Vorden is bereid gevonden om binnen dit project te fungeren als pilotlocatie. De gemeente Bronckhorst denkt eveneens met ons mee. Tijdens de startfase wordt het project verder uitgewerkt en zal een klankbordgroep worden samengesteld met boeren, een loonbedrijf, energiespecialisten, wetenschappers en erfgoedprofessionals.

Door in eerste instantie aan de slag te gaan binnen een duidelijk, afgebakend gebied en met een duidelijke opgave vergroten we de kans op een praktische uitwerking en uitvoering. De lijnen zijn kort en het aantal belanghebbenden is te overzien. Tegelijkertijd is de ligging van ’t Medler als projectgebied interessant. De gemeente Bronckhorst, waarbinnen ’t Medler ligt, kent namelijk een hoge dichtheid aan landgoederen. Allen hebben zij een vergelijkbare uitdaging, namelijk het vinden van nieuwe verdienmodellen. Allen hebben zij over het algemeen ook dezelfde, hoge energierekening als het gaat om het verwarmen van de gebouwen. En allen hebben zij over het algemeen de zorg voor een landschap met een hoge dichtheid aan kleinschalige landschapselementen. Vraag en aanbod liggen dus bij meerdere landgoederen dicht bij elkaar. Daarom ligt een eventuele schaalsprong van landgoed ’t Medler naar andere landgoederen binnen de gemeente Bronckhorst dan ook voor de hand.




Werkwijze

Na toekenning van de subsidie zijn we van start gegaan met de randvoorwaardelijke onderwerpen. De randvoorwaarden zijn reeds op een aantrekkelijke en toegankelijke wijze in beeld gebracht.

Met de opgedane kennis van alle randvoorwaarden starten we met het ontwerpend onderzoek. We brengen alle variabelen in beeld en denken na over een rendabel sortiment voor de verschillende toepassingen, inclusief een beschrijving van de landschappelijke waarde van de plant. Het resultaat is een lexicon van soorten en houtwallen met elk een eigen kwaliteit, gebruikswaarde en economische betekenis. Het eerste concept staat in de stijgers.

Deze gereedschapskist vol mogelijkheden gaan we testen op de bruikbaarheid in cultuurhistorische context. Zijn er gewassen die zich lenen ter vervanging van een oude hoogstamboomgaard? Kunnen we een hakhoutbosje maken in het jonge ontginningenlandschap? Wat is de invloed van de toepassing van deze houtwallen op een landgoed er zijn er ook grenzen? Wanneer begint het te kraken? Deze vragen worden beantwoord in een beeldende ontwerpstudie op kaart. De meest kansrijke, vindingrijke of vernieuwende mogelijkheden werken we uit in sprekende beelden.

Het sluitstuk van het project is de aanplant van een echte houtwal schaal 1:1. Hiervoor stellen we een inrichtingsplan op, maken we een beplantingsplan en vragen we een vergunning aan. In het plantseizoen van volgend voorjaar gaan de planten de grond in.




  • Kenmerken
Kenmerken

Open oproep: Erfgoed vol energie

Locatie: Vorden, Gelderland

Opdrachtgever: Landgoed ‘t Medler

Partners: Stoken op Streekhout, WUR, AGEM, Landschapsbeheer Gelderland.

Status: Prijsvraag Stimuleringsfonds

Periode: 2018 – 2020


Erfgoed als producent van duurzame energie



WhatsApp-Image-2018-05-30-at-13.14.04-1-1280x720.jpeg

Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld

Atlas van de Waterkwaliteit

In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel werken we aan geheel nieuw type atlas. In deze ‘Atlas van de Waterkwaliteit’ brengen we in beeld hoe het ervoor staat met de waterkwaliteit in de beken, plassen en sloten in het gebied van waterschap Rijn en IJssel.
Voor deze atlas hebben we de redactie, GIS analyse, illustraties, opmaak en het drukwerk verzorgd.


Aanpak

De atlas brengt ook in beeld wat de ontwikkelingen in de waterkwaliteit zijn geweest gedurende de afgelopen decennia, en wat er aan inspanningen is verricht om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarbij geeft de atlas inzichten in de invloeden die er anno 2017 op de waterkwaliteit zijn.

Doel is om de toestand van de waterkwaliteit te kennen en te begrijpen. Daarmee vormt de atlas een belangrijke pijler om samen met partners uit het hele gebied en de bovenstroomse gebieden in Duitsland de mogelijkheden te verkennen om de waterkwaliteit in de toekomst nog beter te maken. In de Atlas is actuele beschikbare kennis uit monitoringsresultaten en relevante onderzoeksrapporten middels tekst, GIS en infographics op een leesbare en aantrekkelijke wijze gebundeld.







Prettig leesbaar

De Atlas is opgedeeld in een aantal onderdelen. De Samenvatting biedt in het kort de actuele stand van de waterkwaliteit. Het hoofdstuk ‘Introductie op de waterkwaliteit’ geeft een inleiding op de verschillende aspecten die relevant zijn voor de waterkwaliteit.
Het volgende hoofdstuk, ‘Beschrijving van het watersysteem’ bestaat uit twee delen. We gaan uitgebreid in op de rol van voedingsstoffen omdat deze wezenlijk zijn voor het ecologisch functioneren. Het eerste onderdeel beschrijft de relatie van een hoge voedselrijkdom van het water en de waterbodem met het ecologisch functioneren. Het tweede deel beschrijft de toestand en trends van voedingsstoffen in het oppervlaktewater. De concentraties voedingsstoffen zelf worden weergegeven en de trends die deze concentraties de afgelopen decennia hebben gevolgd.



Onderwerpen

In het hoofdstuk ‘Herkomst van voedingsstoffen’ staan per deelstroomgebied de meest relevante bronnen van voedingsstoffen centraal. De huidige toestand van de
microverontreinigingen in het oppervlaktewater wordt behandeld in het hoofdstuk ‘Beschrijving van het watersysteem – microverontreinigingen’. Omdat er verschillende soorten microverontreinigingen zijn, wordt per stof beschreven waar deze wordt aangetroffen en wat de verwachte effecten, bronnen en eventuele kennishiaten zijn. Tot slot geeft het hoofdstuk ‘Schoon water voor de mens’ een beeld van de waterkwaliteit in relatie tot een aantal specifieke mens-gerelateerde belangen van schoon water: de waterkwaliteit in de bebouwde omgeving, de zwemwaterkwaliteit, de risico’s voor drinkwaterwinningslocaties en de rol van oppervlaktewaterkwaliteit in relatie tot de
volksgezondheid.






  • Kenmerken
Kenmerken

Atlas van de waterkwaliteit

Locatie: Doetinchem, Gelderland

Opdrachtgever: Waterschap Rijn en IJssel

Partners: Damen drukkers

Status: Eerste druk

Periode: 2017-2018

Thema: Waterkwaliteit. GIS. Onderzoek.


Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld



DJI_0016-1280x720.jpg

Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel

Kasteel Keppel

Als groene gemeente met de hoogste dichtheid aan landgoederen in Nederland wil de gemeente Bronckhorst haar landgoederen actief ondersteunen bij het realiseren van hun (maatschappelijke) doelstellingen. Voor veel landgoederen is de duurzame instandhouding een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Daarom bood de gemeente landgoed Keppel een ‘schetsschuit’ aan: een interactieve aanpak waarmee zij een impuls wil geven aan de actuele ontwikkelingen en een bijdrage hoopt te leveren aan de duurzame instandhouding van Kasteel Keppel. Hofstra|Heersche organiseerde het gehele proces, van werksessie tot uitwerking. Tijdens de werksessie had Willem van Wingerden van Gesprek in Beweging de rol van dagvoorzitter. Zo kon Hofstra|Heersche zich richten op de inhoud van het project.


Vervlochten met de omgeving

Kasteel Keppel, op een eiland in de Oude IJssel, is de kern van landgoed Keppel. Aan de voet van dit kasteel ligt de buurtschap Laag-Keppel. Rond het eiland ligt een domein van ongeveer zeshonderdtwintig hectare met bos- en natuurgebieden, landbouwgronden en een historische tuin- en parkaanleg.







Verbeterslag

Landgoed Keppel en het kasteel op het eiland zijn nauw met elkaar verbonden. De duurzame instandhouding van het landgoed kon dan ook niet los worden gezien van ontwikkelingen op het eiland. De volgende vragen stonden centraal in het proces:

  •  Welke kansen liggen er op landgoed Keppel om de landgoedkwaliteiten te waarborgen en zo mogelijk te verbeteren en vermogen te genereren dat nodig is om het landgoed duurzaam in stand te houden?
  • Hoe kan de leefbaarheid van het ‘eiland Keppel’ worden verbeterd worden en hoe kan de recreatieve aantrekkelijkheid worden verhoogd?

Tijdens de schetsschuit kwamen verschillende thema’s aan bod die bijdroegen aan het beantwoorden van deze vragen. Om goed aan de slag te kunnen is het belangrijk dat iedere deelnemer basiskennis heeft van het landgoed en wat er speelt. Daartoe is een achtergronddocument opgesteld met daarin de ontstaansgeschiedenis van het landgoed. Ook komen de verschillende pijlers onder het landgoed aan bod en worden de in de schetsschuit te behandelen thema’s geïntroduceerd en toegelicht.



Interactieve werkwijze

De werksessies werden ingevuld volgens de methode ‘schetsschuit’. Tijdens een schetsschuit worden ideeën en feiten niet alleen opgeschreven, maar ook opgetekend op een kaart. Voor dat doel zijn er op de dag van de schetsschuit verschillende themakaarten op groot formaat beschikbaar. Deze manier van verbeelden maakt het gesprek concreet en werkt stimulerend. De deelnemers worden op basis van hun expertise ingedeeld bij een themagroep. Iedere groep wordt begeleid door een landschapsarchitect die het gesprek leidt en zorgt dat feiten, wensen en ideeën daadwerkelijk op de kaart landen. Voorafgaand aan het werk in de groepen is er een korte excursie over het landgoed en het eiland Keppel. Tijdens deze wandeling is er de mogelijkheid om elkaar te wijzen op wat er speelt en nader kennis te maken.








Bruikbaar resultaat

Deze aanpak leverde inzicht op in de huidige situatie van het landgoed en het eiland en maakte kansen inzichtelijk. De resultaten van deze eerste schetsdag zijn door ons verwerkt in een verslag dat als basis dient voor een terugkomdag. Tijdens deze terugkomdag werden de meest kansrijke ideeën en thema’s verder uitgewerkt in concrete vervolgacties voor landgoed, gemeente en andere ‘actiehouders’.

Thema’s die aan de orde kwamen, zijn onder andere de Dorpsstraat van Laag-Keppel, duurzame energie, de inrichting van de voormalige moestuin en recreatie. De resultaten van de beide schetsdagen zijn verwerkt in een beeldend verslag. Dit verslag is aangeboden aan de gemeenteraad en dient als basis voor verdere samenwerking tussen landgoed en gemeente.




  • Kenmerken
Kenmerken

Landgoed kasteel Keppel

Locatie: Laag-Keppel, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Bronckhorst

Partners: Gesprek in Beweging, Eelco Schurer

Status: Advies

Periode: 2017

Thema: Erfgoed, onderzoek, proces


Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel



Ortolaan-collage-zonder-tekstbalonnen-ORIGINEEL-EOWijers-1-1280x400.jpg

Naar een energie-producerende landbouw

EO Wijers: eervolle vermelding Plan Ortolaan

De jongste EO Wijers prijsvraag stond in het teken van het realiseren van een energie-neutrale stedendriehoek, het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Hofstra|Heersche heeft samen met Bioniers (Adrie Otte) en Christina Oosterhoff een inzending voorbereid die werd beloond met een eervolle vermelding.


Aanpak

Wetenschappers hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel zeven joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector. Omdat het produceren van voedsel zo energie-intensief is, bedachten we voor de overwegend agrarische stedendriehoek een plan om de landbouw om te vormen tot energieproducent.







Toerist in eigen land

‘Plan Ortolaan’ stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem verbetert, kringlopen van mineralen sluit en de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot. Landbouw volgens Plan Ortolaan is bovendien financieel gezonder dan gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. Naast de financiële voordelen vergroot Plan Ortolaan de landschappelijke kwaliteit in de stedendriehoek.



Aansprekende concepten

De kern van het idee is bio-mimicry: het nabootsen van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem, maar dan nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hier hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die honderd jaar geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. In een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie, is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang.









Wat is Plan Ortolaan?

  • Energie
  • Producten
  • Bedrijf
  • Bedrijf

Naar een energieproducerende landbouw…

Het produceren van voedsel is energie-intensief. Wetenschappers van de Universiteit van Michigan hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel 7 joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren[1]. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector (exclusief de glastuinbouw). Elektriciteit (26%) en aardgas (19%) volgen op ruime afstand[2]. Indirect energieverbruik komt voor rekening van de productie en vervoer van kunstmest, veevoer, landbouwmachines en andere productiemiddelen.

Om te komen tot een energieleverende landbouw is het nodig om de directe én indirecte energiebehoefte terug te dringen en energie te produceren – uit biomassa, wind en zon – zonder dat dit ten koste gaat van de voedselproductie. En dat gaan we doen in Plan Ortolaan.

[1] Heller, M.C. & G.A. Keoleian (2000). Life Cycle-Based Sustainability Indicators for Assessment of the U.S. Food System. Center for Sustainable Systems, University of Michigan. Report No. CSS00-04, December 6, 2000.

[2] Bron: CBS.

…met een grote verscheidenheid aan kwalitatief hoogstaande producten…

Plan Ortolaan stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem sterk verbetert, kringlopen van mineralen sluit, de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot en de landschappelijke kwaliteit verbetert.

Het systeem gaat uit van de kracht van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem: het ecosysteem wordt nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren.

Dergelijke landbouwsystemen zijn over de hele wereld sporadisch toegepast. Plan Ortolaan is gebaseerd op het systeem dat Mark Shepard beschrijft in zijn boek Herstellende Landbouw[1]. Hij heeft zijn gangbare landbouwbedrijf langzamerhand omgebouwd naar een agro-ecosysteem met vele soorten gewassen, vee en pluimvee. Het van nature voorkomende ecosysteem heeft hij nagebouwd met notenbomen, fruitbomen, hazelaars en bessenstruiken. Hiertussen groeien eenjarige gewassen, gras en kruiden. Vee scharrelt onder de bomen en eet te vroeg afgevallen fruit en noten, kruiden en gras. Het gelaagde systeem benut het zonlicht optimaal. De dieren zet hij ook in als landbouwinstrument, bijvoorbeeld bij de bestrijding van onkruiden en het openhouden van de bodem. Elk gewas en dier heeft meerdere functies binnen het systeem.

[1] Shepard, M. (2014). Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui. UItgeverij Jan van Arkel.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.


Wat krijgen we daarvoor terug?

  • Kwaliteit
  • Werk
  • Bedrijf
  • Draagvlak
  • Innovatie
  • Pilot

Een prachtig landschap en gezonde natuur, goed voor de recreatieve sector…

De landschappen in de Stedendriehoek –Achterhoek, rivierlandschap en Veluwe – worden gekenmerkt door een aansprekende afwisseling van landschappen, met vele landgoederen en natuurgebieden met bijzondere natuurwaarden. Plan Ortolaan vergroot de landschappelijke kwaliteit door uit te gaan van het van nature aanwezige ecosysteem. Het plan past daarmee uitstekend binnen beleidsambities van de provincie[1] over de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die 100 geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. En in een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang[2].

[1] Plan Bureau voor de Leefomgeving, Toets herijking Ecologishe Hoofdstukctuur Gelderland, 4 juni 2012

[2] Bijvoorbeeld: de Agenda Stedendriehoek (april 2013), Beleidsuitwerking Natuur en Landschap, Provincie Gelderland (2012)

…en gezonde agrarische bedrijven en werkgelegenheid in de voedselketen.

De economische waarde van Plan Ortolaan zit niet alleen in gezonde agrarische bedrijven en kansen voor recreatie, maar ook in versterking van de voedselketen. Het economisch belang van de voedselketen in de Achterhoek is groot en zorgt voor veel bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar die staat wel onder druk[1]. Om de negatieve ontwikkelingen te stoppen, is het cruciaal dat er meer intersectorale samenwerking op regionaal niveau plaats vindt. Een eerste kansrijke verbinding is die tussen de recreatieve sector en de voedselketen. Door deze verbindingen zullen er meer recreanten komen, die voor een deel ook in de Stedendriehoek gaan wonen. Een tweede kansrijke verbinding is die tussen voedselverwerkende industrie, detailhandel en horeca. Zo kunnen verwerkers meer consumenten betrekken bij het verwerkingsproces, kunnen supermarkten streekmarkten en workshops houden over de lokale eetcultuur en kan de horeca inspelen op de wensen van de toeristen.

[1] Fontein, R.J., V. Linderhof, M. Stuiver, R. Michels & G. Tacken (2013). Kracht van de Achterhoek. De waarde van voedselketens voor de regio. Alterra rapport 2449, Alterra Wageningen UR.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

Duurzaamheid als ‘licence to produce’…

Uit de ‘Basisverkenning Gelderse Land- en Tuinbouw’[1] blijkt dat de agrarische sector steeds meer inzet op duurzaamheid: dierenwelzijn, water en energieverbruik, minder bestrijdingsmiddelen, preventie van dierziektes, duurzame agrologistiek, en de productie van duurzame energie (in de multifunctionele landbouw de sterkste stijger!). En voor het verkrijgen van Europese subsidies zijn vergroeningsmaatregelen verplicht.

Duurzame landbouw wordt door de sector steeds meer gezien als voorwaarde voor maatschappelijk draagvlak: een ‘license to produce’. De consument wordt belangrijker, en die vraagt naar duurzaam en gezond voedsel, en transparantie over herkomst en productiewijze. Er is een duidelijke local for local trend met een herwaardering voor producten uit de regio. In de Stedendriehoek vind je bijvoorbeeld IJsselVallei, Veel Luwe, Slow Food en Achterhoek producten.  

[1] Basisverkenning Gelderse Land- en tuinbouw, Bureau Bartels, februari 2015

… passend bij de trend van innovatieve boerenbedrijven.

De al genoemde Basisverkenning beschrijft verschillende trends in de landbouw. Een van de trends is die van de ‘innovatieve’ boeren, die streven naar een hogere toegevoegde waarde en onderscheidende producten. Zij zien meerwaarde in samenwerking in de keten en produceren voor de lokale of regionale markt. In kwaliteit boven kwantiteit. Bij deze innovatieve boeren past Plan Ortolaan.

Kennisopbouw in een lokale pilot…

Door samen te werken aan aansprekende voorbeelden in de regio waarin gezonde landbouw, natuur en landschap gecombineerd worden. Niet alleen om het concept te vertalen naar de Nederlandse situatie, maar ook om te laten zien dat het in de praktijk werkbaar en economisch haalbaar is. En ook om te verkennen hoe een gangbaar landbouwbedrijf stapsgewijs omgevormd kan worden. Een geslaagde pilot zal de agrarische sector het vertrouwen geven dat een andere aanpak mogelijk is. Dit is de belangrijkste stimulans voor een daadwerkelijke omschakeling binnen de sector.

Wat leren we van de pilots?

Kennis over de productie. We verkennen hoe een ecosysteemlandbouwbedrijf in Nederland rendabel kan produceren. Rondom de pilot vormen we een leergemeenschap van boeren, LTO, kennisinstellingen, de overheid.

Kennis rond de afzetmarkt. We verkennen welke producten interessant zijn voor de markt. Hierin kunnen coöperaties en producentenorganisaties een belangrijke rol spelen[1]. De oude zuivelcoöperaties, maar ook de nieuwe energiecoöperaties, en nog op te richten coöperaties voor bijvoorbeeld de notenoogst.

Nieuwe kaders van de overheid, waarin de opgaven voor energie, landschap, natuur en landbouw worden verbonden. En een daarbij passend wettelijk instrumentarium, eventueel eerst tijd- en plaatsgebonden.

…en het delen van die kennis met anderen, binnen de keten en met andere sectoren.

De rol van de overheid is in meerdere opzichten cruciaal. Zij zal een stuwende rol moeten te spelen in de ontwikkeling van kennis en de leeromgeving moeten faciliteren. Zij zal beleid en wet- en regelgeving indien nodig aan moeten passen. En daarnaast zal de overheid zal haar vertrouwen in en goedkeuring voor deze ontwikkeling moeten uitspreken. Dit geeft de ondernemers de steun in de rug die zijn nodig hebben om deze belangrijke stap te zetten.

En de overheid kan samen met de betrokkenen zorgen voor publiciteit. Zodat de resultaten van de pilot breed bekend worden en navolging krijgen. Want we zijn nog lang niet uitgeleerd.

[1] Zie ook Kamerbrief Verslag informele Landbouwraad 9-10 september 2013, DGA-ELV/ 13153837






  • Kenmerken
Kenmerken

EO Wijers prijsvraag

Locatie: Stedendriehoek, Gelderland

Opdrachtgever: EO Wijers Stichting

Partners: Christina Oosterhoff, Adrie Otte

Status: Prijsvraag

Periode: 2015

Thema: Landbouw. Energie.


Naar een energie-producerende landbouw



IMG_0159-1280x960.jpg

Zinnenprikkelende stadsoase omgeven door stromend water

Koerdische Koer

De Koerdische Koer ligt in de voorname en reliëfrijke Burgemeesterswijk van Arnhem. De herenhuizen zijn aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd en rijkelijk voorzien van bijzondere details. Zo ook de woning van onze opdrachtgever. De leefruimte bestaat uit een beletage en een souterrain. De tuin is toegankelijk op verschillende niveaus.


Reliëfrijke achtertuin

De Koerdische Koer ligt in de voorname en reliëfrijke Burgemeesterswijk van Arnhem. De herenhuizen zijn aan het begin van de twintigste eeuw gebouwd en rijkelijk voorzien van bijzondere details. Zo ook de woning van onze opdrachtgever. De leefruimte bestaat uit een beletage en een souterrain. De tuin is toegankelijk op verschillende niveaus.

De woning werd eerst grondig gerestaureerd. In samenwerking met JCR architecten en de interieurarchitecten van Monolyt werken we aan de aansluiting op de tuin. Een overdekte loggia werd aan de leefruimte gebouwd die door middel van een stalen trap in verbinding staat met de lager gelegen achtertuin. De achtertuin loopt schuin omhoog naar achteren, het hoogteverschil is over de betrekkelijk korte afstand bijna twee meter.







Elementen

De bakermat van de beschaving, het land van Tigris en Eufraat, tevens herkomst van de opdrachtgever, was onze inspiratiebron. Al in de zesde eeuw na Christus werden hier de eerste tuinen gerealiseerd met het doel het paradijs op aarde na te bootsen.  De vier basiselementen waren stromend water, beplanting, aarde en lucht.



Prikkelend voor de zintuigen

We realiseerden een intieme stadstuin waar veel is te zien en horen. Het hoogteverschil wordt opgevangen met lage, gemetselde keerwanden bekroond met zandsteen. Dit aardekleurige reliëf doet soms dienst als zitplaats en soms als een verkoelend gordijn van stromend water. Op de tussenliggende plateaus liggen de door waterbassins omgeven terrassen met een bijzonder mozaïek van geglazuurde en gebakken klinkers. Bijzondere bomen, zoals de Perzische slaapboom en een oude olijfboom, filteren het licht op het terras. De nieuwe bordestrap vanuit de woonkamer is op een fraaie manier vervlochten met de niveauverschillen in de tuin.

Voor de detaillering is gekeken naar de metselverbanden en het materiaalgebruik in de woning. Door vergelijkbare materialen op een nieuwe manier te combineren en toe te passen is een fraaie mix ontstaan tussen historie, inspiratie en cultuur: een Koerdische Koer.







  • Kenmerken
Kenmerken

Koerdische Koer

Locatie: Arnhem, Gelderland

Opdrachtgever: Particulier

Partners: Monolyt, JCR architecten, Kinran Consultancy

Status: definitief ontwerp

Periode: 2017 – 2018

Thema: Tuin. Beplanting.


Zinnenprikkelende stadsoase omgeven door stromend water



Eendragtspolder-Schetsontwerp-Rapport-041215_Pagina_31-1280x868.jpg

Een historische polder vol voorzieningen onder de rook van Rotterdam

Hennipgaarde

Het Wereldkampioenschap Roeien 2016 werd georganiseerd op de Willem Alexander Baan in de Eendragtspolder. De roeibaan is in 2013 aangelegd. In de aanloop naar het WK bleek de aanleg van extra parkeerplaatsen noodzakelijk. Recreatieschap Rottemeren besloot het parkeren te combineren met de aanleg van een recreatief uitloopgebied voor inwoners van Zevenhuizen. In totaal ging het om negen hectare. Studio Ronald van der Heide en Hofstra|Heersche zijn gevraagd bij te dragen aan een participatieproces. Zij stelden ook het ontwerp op. Bureau Dialoogisch was verantwoordelijk voor de invulling van het participatietraject.


Gevarieerde kavels

De historische ontwikkeling van de Eendragtspolder inspireerde de ontwerpers. Van smalle, opstrekkende kavels naar grotere eenheden en uiteindelijk blokken met kaarsrechte kavelpaden. Een schril contrast met de kleinschaligheid rond de bebouwing, die tot halverwege de vorige eeuw in stand bleef.







Intensief traject met omwonenden

Tijdens verschillende bijeenkomsten met bewoners zijn ideeën, bouwstenen en wensen besproken en gedeeld. Onder leiding van Hofstra|Heersche en Studio Ronald van der Heide hebben verschillende inrichtingselementen een plek op de kaart gekregen. Zo ontstond een kleinschalige wereld achter de woningen: een wereld van fruitbomen, plukweides, beweegpolder en een speelpolder. Achter deze wereld opent zich een weids polderpanorama. De kavels zijn hier groter, maar niet zo groot als in de huidige situatie. De percelen kunnen gebruikt worden voor stadslandbouw of biologische landbouw. Ze kunnen ook verpacht worden aan een lokale boer. Als het weidse karakter maar in stand blijft.



Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image


Ruimtelijk concept

Het weidse polderlandschap eindigt in een griendenlandschap met stinzenplanten op de bodem en filterend het zicht op het parkeerterrein. Het parkeerterrein is de grootste maat in het ontwerp. De groene aankleding maakt recreatief medegebruik en beweiding mogelijk.

Alle ontwerpelementen worden aaneengeregen door een centraal wandelpad, geflankeerd door brede toegankelijke watergangen. Deze ‘ruggengraat’ van het ontwerp is ietwat verhoogd en richt zich als een vizier op de Eendragtsmolen aan de horizon. Een nieuwe verbinding tussen Zevenhuizen en de Slingerkade.









Samenwerking

Hofstra|Heersche werkte het schetsontwerp, in samenwerking met SmitsRinsma, uit tot een definitief ontwerp met kostenraming. In een intensief traject met bewonersgroepen hebben de speelpolder, educatieve natuurakkers en een ijsbaan hun vorm gekregen. Het startschot voor de aanleg van de laatste fase is in november 2017 gegeven. ‘Hennipgaarde’. Dat is de naam die bewoners dit bijzondere gebied gaven.





  • Kenmerken
Kenmerken

Hennipgaarde

Locatie: Zevenhuizen, Zuid-Holland

Opdrachtgever: G.Z-H

Partners: Studio Ronald van der Heide, SmitsRinsma advies

Status: Uitgevoerd

Periode: 2015-2017

Thema: Recreatie. Bewonersparticipatie. Landbouw.



Uitloopgebied vol voorzieningen voor de inwoners van Zevenhuizen



PB-rapportage-UO-140228hr-def-18-1280x905.jpg

Vergeten groenten in een eeuwenoud landbouwgebied

Park Bredelaar

Park Lingezegen is een groot landschapspark tussen Arnhem en Nijmegen. Binnen dit grote geheel worden de zogenaamde ‘pocketparks’ aangelegd. Park Bredelaar is er één van. Projectbureau Park Lingezegen vroeg Jan Heersche een ontwerp voor dit park te maken. Hij werkte hiervoor samen met de ontwerpers van Vandatsoortdingen|5D. Het zo ontstane, kleurrijke ontwerpteam keek niet alleen met een landschappelijke bril, maar ontwierp ook de details. Van bank tot logo. Na het opheffen van Dienst Landelijk Gebied heeft Hofstra|Heersche het project, samen met Vandatsoortdingen|5D succesvol afgerond.


Bijzondere locatie

Park Bredelaar werd ontwikkeld op een perceel van één hectare. Die hectare is niet zomaar gekozen. Het park beschermt een archeologisch Rijksmonument. De archeologie werd zichtbaar en beleefbaar gemaakt en er werd voor gezorgd dat Park Bredelaar voor recreanten aantrekkelijke is. Welke archeologische vondsten we kunnen verwachten, weten we niet. Wel is bekend dat het gebied al sinds de prehistorie bij de landbouw in gebruik is.







Ruimte voor inbreng

Omdat de aanleg van het park de directe leefomgeving van bewoners beïnvloedt, werden de bewoners zo veel mogelijk bij het ontwerpproces betrokken. De eerste maanden is er op vaste dagen gewerkt vanuit een leegstaande boerderij, grenzend aan het toekomstige park. Zo werd voor bewoners de drempel laag om te komen met suggesties, op- en aanmerkingen of wensen. Tijdens informatieavonden met koffie en gebak werden mensen meegenomen in het ontwerpproces. Zo ontstond wat bewoners later ‘het eerste buurtfeest in de buurt’ noemden.



Verleden komt tot leven

Dit gebied voorzag mensen eeuwenlang van voedsel, van de prehistorie tot nu. Landbouw werd dan ook het inrichtingsthema van het park. Het telen van vergeten groenten en het presenteren van middeleeuwse en romeinse gerechten vormen de link met de archeologie. Het opgehoogde en bol gelegde maaiveld beschermt de archeologische waarden in de bodem. Net zoals al die eeuwen voor het boerenbedrijf zijn voor de inrichting eenvoudige en nuchtere materialen gebruikt. Een centraal ‘picknickkleed’ biedt ruimte voor sport en spel, een paviljoen biedt informatie en panoramisch zicht. In een mobiele kiosk zijn vergeten groenten te koop.






Samenwerking

Hofstra|Heersche en Vandatsoortdingen|5D waren intensief betrokken bij de detaillering en uitvoering van het ontwerp. Bovendien was Hofstra|Heersche betrokken bij de selectie van een beheerteam voor dit bijzondere park.

Inmiddels beheert de Stichting Park Bredelaar het park. Zij teelt vergeten groenten, exploiteert het park, organiseert activiteiten en ondersteunt en promoot eerlijke en duurzame voedsel- en landbouwsystemen. Precies wat de ontwerpers voor ogen hadden. Nieuwsgierig? Kijk op www.parkbredelaar.nl of bezoek het park. Park Bredelaar. Kom. Proef. Beleef. Wij hebben al genoten van de eerste oogst.






  • Kenmerken
Kenmerken

Park Bredelaar

Locatie: Elst, Provincie Gelderland

Opdrachtgever: Projectbureau Park Lingezegen

Opdrachtnemer: DLG / Hofstra|Heersche

Partners: VanDatSoortDingen|5D, Rod’Or, Varix architecten

Status: Uitgevoerd

Periode: 2014 – 2016

Thema: Gebiedsontwikkeling. Recreatie.


Landbouw als cultuurhistorie vormt de basis voor het parkontwerp.