Landschap

DJI_0010-1280x960.jpg

Herinrichting Vledder Aa

Ontwerp voor een hedendaagse en natuurlijke beek


Ruimte voor een natuurlijk beeksysteem

De Vledder Aa is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een netwerk dat natuurgebieden met elkaar verbindt. In dit project ontwerpen we in opdracht van en samen met Prolander 204 hectare nieuwe natuur. Met de inrichting geven we ook invulling aan de ‘Kaderrichtlijn Water’ en de opgave ‘Waterberging 21e eeuw’.

De herinrichting van de beek en het beekdal sluit goed aan op de opgave van het waterschap om het gebiedseigen water zoveel mogelijk in het gebied vast te houden. Zo is er voldoende water in droge periodes.

Ook aan de gebruikers van het landschap wordt gedacht. De herinrichting van de Vledder Aa biedt kansen voor recreatieve voorzieningen die passen bij de nieuwe natuur. Dit draagt bij aan de beleving van het Drentse landschap.

Het jaar 2021 staat in het teken van de gezamenlijke planvorming. In 2022 worden de plannen vastgesteld waarna ook de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Het doel is de inrichting van de Vledder Aa (fase 2) in 2023 uit te voeren.







Eeuwenoud landschap

Het landschap dat we vandaag de dag zien en beleven is het resultaat van een eeuwenlange wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving.

In Drenthe vormden beekdalen eeuwenlang een onmisbaar onderdeel in de boerenbedrijfsvoering. De lage, natte graslanden werden gebruikt om te hooien en om vee te laten grazen. Het is een agrarisch landschap ten voeten uit. Alle onderdelen van het landschap waren met elkaar verbonden en hadden een eigen functie in het landbouwsysteem.

De esdorpen Vledder, Doldersum en Wapse hadden elk een eigen deel van het beekdal van de Vledder Aa in gebruik. Het beekdal werd door de boeren verkaveld in lange, smalle percelen. Hiervoor werden sloten gegraven, loodrecht op de Vledder Aa. Door al die smalle percelen kreeg het beekdal het open karakter zoals wij het vandaag de dag kennen.



Naoorlogse ruilverkaveling

Van oorsprong is de Vledder Aa een langzaam stromende, kronkelende beek. Na de Tweede Wereldoorlog ging de beek op de schop als onderdeel van de ruilverkavelingen. Onder het mom van ‘nooit meer honger’ moesten technische maatregelen de landbouw efficiënter maken. Daarvoor moest de afwatering worden versneld. Niet alleen werd de Vledder Aa rechtgetrokken en verdiept (normalisatie). Ook werden er diepe sloten gegraven om percelen voldoende droog te maken. Smalle kavels werden samengevoegd, overbodige kavelsloten gedempt en houtwallen gekapt. Zo ontstonden de grote landbouwpercelen die ons herinneren aan de naoorlogse tijdgeest.







Van afvoeren naar vasthouden

De Vledder Aa vindt zijn oorsprong in de natuurgebieden van Drents-Friese Wold. Het is de enige beek in Nederland die ontspringt te midden van natuur. Hierdoor heeft de Vledder Aa verschillende ecologische, hydrologische en landschappelijke potenties. Het zijn kansen die we met een herinrichting willen benutten.

Het doel in dit project is om een natuurlijk en klimaatbestendig beeksysteem te ontwikkelen dat goed past in de omgeving. Onderdeel daarvan is het vertragen en vasthouden van water in het gebied. Ook willen we diepe kwelstromen beter gebruiken, zodat bijzondere planten en dieren weer terug kunnen komen.

Hoe gaat het verloop van de nieuwe beek er straks uitzien? We streven naar een herkenbaar, toekomstbestendig landschap met een rijke biodiversiteit en een gezonde waterhuishouding.





Voor plant en dier

Het beekdal van de Vledder Aa is van oudsher enorme rijk aan planten en dieren. Niet alleen in het water, maar ook op het land. Tot de ruilverkaveling in de jaren ’60 was de Vledder Aa een natuurlijk functionerend watersysteem. Het beekdal kende allerlei overgangen van hoog en droog naar laag en nat. Tijdens de ruilverkaveling werd de beek van zijn bochten ontdaan en verdiept om de waterafvoer te versnellen. Ook werden stuwen geplaatst om het waterpeil te kunnen sturen. Daarmee verdwenen, naast de stroomsnelheid, natuurlijke processen zoals de verplaatsing van zand en slib. Hierdoor verdwenen ook bijzondere soorten die hiervan afhankelijk zijn. De diepe ontwateringssloten voeren het bijzondere kwelwater snel af. Het gevolg is dat vegetatietypen die juist van vochtige omstandigheden en kwel houden niet konden overleven en uit het gebied zijn verdwenen.

Er is veel veranderd in het landschap, maar er liggen mooie kansen. In de sloten wijst een roestbruine kleur op de aanwezigheid van kwel, net als de aanwezigheid van planten als holpijp en dotterbloem. Let er maar eens op. We willen de variatie in het landschap met de bijbehorende rijkdom aan planten en dieren herstellen. Door de waterkwaliteit te verbeteren dragen we ook bij aan de kwaliteit van benedenstroomse natuurgebieden.









Een hedendaagse beek

Met een nieuwe inrichting willen we niet terug in de tijd, maar willen we juist ook vooruit kijken. We werken aan het beekdal en de cultuurhistorie van de toekomst. Daarbij worden we wel geholpen door de gelaagdheid van het gebied. En soms loont het ook wel om oude structuren terug te brengen.

Kijken we door onze oogharen naar het schetsontwerp dan zien we cultuurhistorische elementen terug in het landschap rondom Vledder en Doldersum, met de karakteristieke madegronden en enkele natuurakkers. Indien mogelijk voegen we daar ook het cultuurhistorische gebruik als hooi- en weidegrond aan toe. Het kavelpatroon, gemarkeerd door sloten, houtwallen en singels blijft als laag zichtbaar.

Wat betreft de Vledder Aa vallen we niet terug op een oude loop. En eigenlijk past dat ook wel, want grondradaronderzoek heeft uitgewezen dat er van één loop geen sprake is. Wij ontwerpen een beekloop die past bij het huidige systeem. Ook de wederopbouwperiode en de tijd van de ruilverkavelingen met hun weidsheid en grote percelen en rechtlijnige ontginningen zijn onderdeel van de cultuurhistorie van deze plek. In het schetsontwerp  worden de wederopbouwerven als groene eilanden in het beekdal zichtbaar gemaakt en blijven de relatief grote percelen uit deze periode herkenbaar in het gebied.

Al met al werken we aan een robuust en eigentijds beekdal dat de uitdagingen van deze tijd, onder andere op het gebied van klimaat, waterberging en ecologie aan kan. Het rijke verleden is daarbij een belangrijke inspiratiebron.



Interactief planproces

Het schetsontwerp kent een drietal pijlers. De belangrijkste basis wordt gevormd door twee ‘schets-sessies’. Tijdens deze bijeenkomsten is met gebiedspartijen, belangrijke stakeholders uit het gebied en specialisten van Hofstra|Heersche en Prolander geschetst aan het beekdal van de Vledder Aa. Voorafgaand aan deze schetsschuiten organiseerde we samen met Prolander een fietstocht en een aantal wandelingen door het plangebied voor geïnteresseerden. Wensen, ideeën en kennis die hier is opgehaald is ingebracht in de schets-sessies en, waar mogelijk, verwerkt in het schetsplan. De derde pijler wordt gevormd door de eerste resultaten van onderzoek dat in het gebied heeft plaatsgevonden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het grondradaronderzoek dat de ondergrond gedetailleerd in kaart heeft gebracht.

Het schetsontwerp brengt de hele oogst bij elkaar in een inrichtingsplan dat in de basis de uitkomst vormt van het doorlopen proces, en tegelijkertijd een functionerend en samenhangend plan vormt. Een in hoofdlijnen gedragen plan, dat de basis vormt voor nadere uitwerking in de volgende fase van het proces.

In de volgende fase werken we plan uit tot een uitvoerings-gereed ontwerp. Daarbij worden we gevoed door diverse onderzoeken die op dit moment worden uitgevoerd. Dit zal ons helpen om het voorliggende plaatje verder uit te werken tot een realistisch een maakbaar ontwerp.





  • Kenmerken
Kenmerken

Middenloop Vledder Aa

Locatie: Vledder, Drenthe

Opdrachtgever: Prolander

Partners: Witteveen en Bos

Status: Schetsontwerp

Periode: 2021-2022

Thema: Natuur, water, cultuurhistorie, agrarisch natuurbeheer, participatie



Genormaliseerde beek zoekt de ruimte


collage-pompidou-in-Nijmegen-1-1280x578.jpg
Naar een duurzame toekomst

Hernieuwbare energie

De transitie naar duurzame energie trekt een zware wissel op het landschap. Desalniettemin pogen wij middels onderzoek en experiment te komen tot vernieuwende oplossingen die kunnen bijdragen aan de acceptatie, innovatie en vernieuwing in dit vraagstuk. Dat doen we op diverse manieren.


Onderzoek en experiment

De energietransitie heeft onherroepelijk impact op het hedendaagse landschap. In onze projecten onderzoeken wij de diverse toepassingen van de verschillende hernieuwbare energiebronnen en de effecten hiervan op het Nederlandse landschap en de gemeenschap.

Zo hebben we onlangs hebben we samen met Jan Maurits van Linge van Xi ontwerp en KameleonSolar een mooi experiment uitgevoerd. Daarbij hebben we onderzocht in  binnen welk palet van kleuren zonnepanelen zich laten bedrukken zonder verlies van opbrengst. Als eerste resultaat van deze experimenten is een eerste proefopstelling geplaatst op de dijk van de spuikom in Ritthem, Zeeland.

De prints van KameleonSolar kennen een heel eigen spectrum van kleuren. In algemene zin is dit smaller dan we gewend zijn bij gewone afbeeldingen. Binnen de reeksen en voorbeelden hebben we de uitersten verkent. Qua beschikbare kleuren en contrasten, maar ook de grafische mogelijkheden. De resultaten gaan we beoordelen op rendement en (on)zichtbaarheid in het landschap. Daarnaast onderzoeken Rijkswaterstaat en het Waterschap Scheldestromen in het programma Zon op Dijken in welke mate de opstelling van invloed is op de veiligheid van de dijk.




Foto Waterschap Scheldestromen





Energiecoöperaties

Wij streven naar samenwerkingsvormen waarbij de gemeenschap meeprofiteert van hernieuwbare energie. De energie wordt immers opgewekt in het publieke domein. Dan kan in de vorm van rendement, maar ook door maatschappelijke nevendoelen te realiseren.

Een energiecoöperatie is een goed voorbeeld waarbij certificaathouders gezamenlijk besluiten nemen en rendement verdelen. Zo streeft het Traais energie collectief (TEC) naar een energieneutraal Terheijden. Het TEC is een initiatief van en voor mensen uit Terheijden dat haar eigen, duurzame energie gaat opwekken van verschillende bron. Zo wordt TEC eigenaar van windmolens, zonnepanelen en geothermie en kan iedereen meeprofiteren door te participeren in de coöperatie. Wij mochten samen met de bewoners een plan maken voor een zonnepark dat tevens dienst doet als écht park.



Voor nieuwe natuur

Het plaatsen van nieuwe zonnepanelen of windmolens in natuurgebieden is uitgesloten. Maar waarom geen nieuwe natuur maken dankzij hernieuwbare energie? Voor een energiecoöperatie onderzochten we de mogelijkheid landbouwgrond om te zetten in nieuwe natuur! En wat voor natuur: droge heide met jeneverbesstruwelen en bremstruwelen. Schapen zorgen voor de begrazing tussen de panelen. Na de terugverdientijd en de verkoop van de panelen rest er enkel nog natuur voor de eeuwigheid.

Op deze manier kan tijdelijk zonnepark een permanente en positieve bijdrage leveren aan de natuurkwaliteit van Nederland.








Foto Rijkswaterstaat



Langs infrastructuur

In opdracht van overheden hebben we onderzocht welke bijdrage zij kunnen leveren aan de versnelling van de klimaatdoelstellingen. Voor Rijkswaterstaat hebben we bijvoorbeeld gekeken op welke wijze het wegennet ingezet kan worden om de opwekking van duurzame energie te bevorderen.

Daaruit concluderen we dat het niet louter gaat om het plaatsen van zoveel mogelijk windmolens of zonnepanelen langs snelwegen en knooppunten. Er liggen kans voor het Rijk, de provincie en gemeenten om samen op te trekken met gebiedspartijen. Als alle partijen breder kijken dan het eigen eigendom en het gesprek met gebouw- en terreineigenaren gaan voeren ontstaan er meer mogelijkheden en synergievoordeel in het gebruik van de ruimte. Dus niet méér ruimtegebruik maar intensief, tijdelijk en slim ruimtegebruik.



Meervoudig ruimtegebruik

Zonneparken hebben de mare landbouwgrond te verdringen en de bodem blijvend aan te tasten. In samenwerking met enkele boeren gaan we de uitdaging aan en onderzoeken we verschillende vormen van meervoudig ruimtegebruik.

Hierbij wordt de ruimte tussen de zonnepanelen geoptimaliseerd voor een divers agrarisch gebruik. Van melkveehouderij tot akkerbouw. De opstelling van de panelen wordt op de mechanisatie aangepast.

Daarnaast zullen de panelen worden geplaatst op een wijze waarbij zonlicht en regenwater zoveel als mogelijk in staat zijn door te dringen tot de bodem en de vegetatie om negatieve effecten hierop te verminderen of zelfs geheel weg te nemen.

Voor een aantal projecten hebben we een monitoringsprogramma opgenomen, waarbij de effecten op de vegetatie, bodem en natuurontwikkeling wordt gemonitord.








Energieneutrale landgoederen en buitenplaatsen

Een landgoed in de Achterhoek heeft de ambitie in haar eigen warmte en stroom te voorzien. Hiervoor is een kleinschalige biomassa centrale in één van de monumentale bijgebouwen bedacht. De stroom zal worden opgewekt door de plaatsing van zonnepanelen in de oorspronkelijke moestuin.

Hiertoe hebben we onderzoek gedaan naar de oorspronkelijke ‘koude bakken’ zoals die voorkomen op historische landgoederen. Aan de hand van deze referentiestudie en de historie van de moestuin hebben we ontwerp gemaakt voor een zonnepaneel dat toont als het glas van een oorspronkelijke koude bak. Op deze manier is het landgoed in staat alle gebouwen en eventuele toekomstige elektrische auto’s van voldoende stroom te voorzien.  Het is zelfs denkbaar met deels transparante panelen opnieuw plantgoed op te kweken onder het glas van het PV paneel!





Architectonische inpassing

Doorgaans wordt een zonneweide met landschappelijke middelen ingepast. In het geval van dit zonnepark in Nijmegen bevindt de opstelling zich aan een snelweglandschap te midden van grootschalige bedrijven. Het beeldkwaliteitsplan schrijft dan ook voor dat de zonneweide présence geeft naar de snelweg. Om te komen tot een bijzondere inpassing hebben we de samenwerking gezocht met Kosmo van Fair2Media.

De achterzijde van het zonnepark wordt in het voorstel gespiegeld tot een dynamische voorzijde. Voor de constructie wordt gebruik gemaakt van de techniek zoals ook gebruikt wordt voor de prefab onderbouw.  De vormgeving van de wand is gebaseerd op de kleuren en kristallijnen structuur van zonnecellen en haar elektroden. Langs het raamwerk worden fruitbomen geleid.




Beeld Fair2Media






Beeld Fair2Media






Op locatie en in de streek

De basis voor elk ontwerp vormt de sociale en landschappelijke context van een initiatief. Wat is de draagkracht van het gebied? Hoe is de betrokkenheid van belanghebbenden?  Met welke ambitie wordt er aan de plannen gewerkt? Wij gaan voor plannen met landschappelijke, natuurlijke en maatschappelijke meerwaarde.






  • Kenmerken
Kenmerken

Hernieuwbare energie

Locatie: Landelijk

Opdrachtgever: Landeigenaren, onderzoekinstellingen, energiecoöperaties

Partners: Wiek-II, Izzy Projects, Burgers geven energie, TEC, Fair2Media, ROM3D, Pondera Consultancy, BlueTerra, Rijkswaterstaat, Xi ontwerp, KameleonSolar, Oomen landschap, de Rentmeesterscoöperatie, TNO.

Status: In onderzoek en uitvoering

Periode: 2020

Thema: Landschap, onderzoek, duurzame energie


Voorop in de ontwikkeling


Eelink_2020-Basiskaart-A0-1op1000-230120_DEF-1280x905.jpg
Wonen in een Nationaal landschap

Villawijk landgoed Eelink

Op landgoed Eelink in Winterswijk is het mogelijk zelf je huis te bouwen aan de oevers van de Wehmerbeek. Wij stellen de kaders voor de gebouwde en landschappelijke kwaliteit.


Wonen in het landschap

‘Landgoed Eelink’ is een villawijk die wordt gerealiseerd aan de zuidkant van Winterswijk. Het gebied heeft alle kenmerken van het karakteristieke landschap van Winterswijk: de slingerende Wehmerbeek, fraaie, oude beplantingsstructuren en karakteristieke erven.  In het beeldkwaliteitsplan zijn deze kwaliteiten aangegrepen om te komen tot een landschappelijk kader waarbinnen initiatiefnemers op ruime kavels hun eigen woning kunnen bouwen. Het landschappelijke kader bestaat uit brede, bloemrijke bermen en een doorlopende meidoornhaag die de kavels aan de voorzijde begrenst.







Streekeigen

Landgoed Eelink is gelegen in een waardevol en karakteristiek Winterswijks coulissenlandschap. Je zou kunnen zeggen dat alle karakteristieke elementen uit de streek op deze locatie samenkomen: boerenerf ‘Den Harden’, een kleinschalig agrarisch kampje, de groenblauwe dooradering van de meanderende Wehmerbeek en de aanwezigheid van een groende dooradering van bos en houtwallen. De ontwikkeling van Landgoed Eelink moet bijdragen aan behoud en versterking van de aanwezige landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten. Hiertoe zijn voor de kavels die grenzen aan de verschillende bestaande landschappelijke waarden specifieke regels opgesteld.



Stedenbouwkundig plan

Het stedenbouwkundig plan gaat in op de verkaveling van Eelink-Noord. Per kavel is aangegeven wat het bouwvlak is waarbinnen hoofdgebouw en bijgebouw(en) geplaatst mogen worden. Ook is aangegeven op welke plaatsen in de openbare ruimte beplanting met bomen wordt voorgesteld.
Vervolgens gaan we in op de regels ten aanzien van beeldkwaliteit, waarbij we beginnen met het landschappelijke kader. Hiermee willen we borgen dat het lommerrijke, karakteristieke landschap behouden blijft en zich zelfs nog verder kan ontwikkelen. Bomen die we nu aanplanten kunnen zich immers ontwikkelen tot het monumentale groen van de toekomst.









Percelen grenzend aan het landschap

Groene dooradering (bos, houtwallen en opgaand groen)
Het landschappelijk raamwerk van opgaand groen is in de eerste plaats belangrijk voor flora en fauna, waaronder een lokaal aanwezige vleermuizenkolonie. Daarnaast is de groene dooradering bepalend voor de groene uitstraling van de wijk. Bestaande houtwallen, opgaand groen en bos worden daarom duurzaam in stand  gehouden.

Het dal van de Wehmerbeek
De Wehmerbeek is het benedenstroomse deel van de Vossenveldsbeek en stroomt na Winterswijk uit in de Groenlose Slinge. Het is een zogenaamde ‘plateaubeek’: een bijzonder type laaglandbeek welke is gelegen in een smal beekdal in een halfopen tot besloten landschap. Karakteristiek zijn de vele meanders, de aanwezigheid van oeverwallen, steilranden, holle oevers en oude beekarmen. Bij de herinrichting van de Wehmerbeek zijn poelen, bossages en plas-drasbermen ingericht. De aanwezigheid van opgaande beekbegeleidende beplanting is waardevol vanwege de beschaduwing van de beek. Ook brengt de vegetatie structuur aan in de beekoevers door doorworteling, stronken en overhangende takken.
De Wehmerbeek heeft een belangrijke rol voor de afvoer van overtollig (regen)water. Daarnaast heeft de beek sinds de herinrichting ecologische waarde voor het gehele beekecosysteem en een verbindende functie voor de uitwisseling van planten en dieren tussen leefgebieden boven- en benedenstrooms. Bijvoorbeeld voor de beekforel en de kamsalamander. Tot slot draagt de Wehmerbeek bij aan de landschappelijke en recreatieve belevingswaarde voor bewoners en recreanten.

Agrarisch erf ‘Den Harden’
In het verleden behoorde ‘Den Harden’ tot het gezamenlijk eigendom van de familie Huitink. Zij bezaten eveneens de hofsteden Aolbrink, Harmsman en de boerderij Alves. De geschiedenis van het erf gaat terug tot de eerste helft van de 19e eeuw.
De bouwopgave van Eelink-Noord ligt voor een belangrijk deel op de voormalige hoge akkergronden van Den Harden. Om het historische erf voldoende tot haar recht te laten komen zijn er regels opgesteld voor de belendende bouwkavels.



Aansprekende concepten

Om te komen tot een passende Winterswijkse villawijk hebben we de bestaande architectuur van Winterswijk in beeld gebracht. Concluderend zou je kunnen stellen dat Winterswijk een traditie heeft in het bouwen van bijzondere gebouwen, zowel woningen en stadsvilla’s als industriële gebouwen en boerderijen. Zeker voor de monumentale bebouwing binnen de bebouwde kom geldt dat hier (bijna) altijd een meer of minder bekende architect bij betrokken is. Voor de bebouwing in het buitengebied is dit niet altijd zo, in ieder geval is het niet altijd bekend. Met betrekking tot de scholtenboerderijen geldt wel dat het vaak onderscheidende gebouwen zijn, zowel in grootte als in vormgeving en mate van detaillering.

Ook Landgoed Eelink moet zich daarom kunnen ontwikkelen tot een bijzondere villawijk met een onderscheidend karakter: het cultuurhistorisch erfgoed en de monumenten van de toekomst. Zonder bijzondere bouwwerken uit te willen sluiten willen we echter wel komen tot een villawijk die een zekere eenheid uitstraalt en die wat sfeer en karakter betreft past bij Winterswijk. Hiertoe hebben we specifieke bouwregels voor landgoed Eelink opgesteld.

Hierbij beogen we groene wijk met volwaardige, herkenbare, complexe en volumineuze kapvormen ten bate van de uniciteit van elke afzonderlijke woning. Afgezwakte vormen van de hoofdvorm worden door deze regels uitgesloten. De samenhang wordt gewaarborgd door een palet aan hoogwaardige en duurzame materialen. Baksteen en hout zijn veel voorkomende bouwmaterialen in Winterswijk. In mindere mate wordt ook wel natuursteen (zandsteen of leisteen) gebruikt. Baksteen en hout vormen ook voor Landgoed Eelink de belangrijkste basis.







Architectuur met aandacht en ambacht

Een nieuwe villa op landgoed Eelink dient kwaliteit en een zekere allure uit te stralen. De nieuwbouw van een onder architectuur gebouwde villa nodigt uit tot het aanbrengen en uitdenken van details die het gebouw verbijzonderen en de uitstraling ervan versterken.
De detaillering kan zich uiten in afwisseling en ritmiek in het metselwerk of het combineren van diverse hoogwaardige materialen in de gevel. Ook zorgvuldig uitgewerkte verhoudingen, de mate van contrast tussen verschillende gebouwdelen en de zorgvuldige materialisering die het karakter van een gebouw versterken zijn voorbeelden van detaillering. Voor het aanbrengen van unieke architectonische details is het gebruik van afwijkende (hoogwaardige) bouwmaterialen als beton, staal, glas, geglazuurde baksteen, natuursteen en hout toegestaan.








  • Kenmerken
Kenmerken

Villawijk landgoed Eelink

Locatie: Winterswijk, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Winterswijk

Partners: WBC projecten, JS4EVER

Status: Vastgesteld

Periode: 2020

Thema: Stedenbouw, landschap, architectuur.


Landschappelijk wonen in unieke architectuur


DJI_0083-1280x960.jpg
Historische analyse Ster van Loosdrecht en Weersloot

Oostelijke Vechtplassen

Oostelijke Vechtplassen is de verzamelnaam van het uitgestrekte laagveenmoeras dat is gelegen tussen de rivier de Vecht en het Gooi. Het gebied bestaat uit een veelheid aan meren, plassen, trilvenen, legakkers en rietlanden. Tezamen vormen al deze stadia van verlanding en veenvorming een bijna 7000 hectare groot Natura-2000 gebied.


Gewaardeerd historisch landschap

Het natuurgebied vormt het decor voor een veelheid aan watersport-activiteiten, (verblijfs-)recreatie, agrarisch gebruik en woonvormen.  De provincie Noord-Holland is met de verschillende partijen in de Oostelijke Vechtplassen een Gebiedsakkoord overeengekomen. Hierin zijn ambities en doelstellingen opgenomen op het gebied van landschap, ecologie en recreatie. Het akkoord beoogt voor deze thema’s een integrale kwaliteitsverbetering te bewerkstelligen. Om die verbetering te realiseren is een samenhangend pakket aan maatregelen geformuleerd.

Voor de deelgebieden Ster van Loosdrecht en Weersloot hebben we een landschappelijke analyse opgesteld. In de landschappelijke analyse onderzoeken we de kenmerken van beide deelgebieden gedurende de afgelopen 200 jaar.







Waarderen van het bestaande

In een landschappelijke analyse onderzoeken we de kenmerken van twee deelgebieden van de Oostelijke Vechtplassen: de Ster van Loosdrecht en de Weersloot. Dit doen we door gebruik te maken van historische kaarten en GIS data. De belangrijkste ontwikkelingen in een tijdvak vertalen we naar landschappelijke kenmerken op hoofdlijnen. Met de kennis van de gebiedskarakteristiek formuleren we de bouwstenen voor de toekomstige ontwikkeling.

De analyse, overzichtskaarten en bouwstenen tezamen vormen de landschappelijke analyse. Het stuk biedt inzicht in de kwaliteiten van het gebied en handvatten voor de volgende fase in het proces, de inrichtingsfase.



‘Misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet.’

(Multatuli)

We weten niet precies hoe Nederland er in de prehistorie precies uitzag. We weten zeker niet hoe een bepaalde plek in Nederland er precies uit zag. Met behulp van historische kaarten kunnen we, met enig gemak, ongeveer 150 jaar terug kijken. Daarna wordt het al snel moeilijk. Toch hebben we ons best gedaan om voor de Ster van Loosdrecht en het gebied rond de Weersloot wat verder terug te kijken om zo de geschiedenis van dit landschap, dat zich kenmerkt door een bijzondere verkaveling, te kunnen duiden.

We hebben ons daarbij gebaseerd op hetgeen door verschillende mensen op verschillende momenten is uitgezocht en beschreven. De gedetailleerde kaart die in 1734 door Jan Spruytenburgh van het gebied werd gemaakt bracht ons in één sprong een stuk verder terug in de tijd.

Door veel te lezen, veel te vergelijken en telkens te toetsen aan verschillende kaarten uit verschillende tijden hebben we een beeld kunnen schetsen van het ontstaan van het landschap. Maar, zoals dat gaat met het beschrijven van geschiedenis, ‘misschien is niets geheel waar, en zelfs dat niet’. In grote lijnen zal het verhaal echter zeker kloppen, helemaal als we het hebben kunnen staven aan de hand van kaartbeelden of hebben gezien in het veld.

Verschillende inwoners van het gebied hebben ons rondgeleid en geholpen de meest recente geschiedenis van de Ster van Loosdrecht en het gebied rond de Weersloot in kaart te brengen. De Historische Kring Loosdrecht hielp ons aan een grote hoeveelheid interessante literatuur en kaartmateriaal.








In het onderzoeksgebied is de verschijningsvorm van het huidige landschap is niet los te zien van de unieke landschappelijke omstandigheden ter plaatse: de aanwezigheid van een (hoge) stuwwal in het oosten en de aanwezigheid van de Vecht in het westen. Daartussen voert de Drecht overtollig water af. Beide gebieden zijn als woeste veengronden in cultuur gebracht voor landbouwkundige doeleinden.

Deze intrinsieke verbondenheid heeft geleid tot de huidige verschijningsvorm van het huidige -open- landschap. Hierdoor is een duidelijk leesbaar landschap ontstaan. Het slotenpatroon van de Ster van Loosdrecht en -zij het in iets mindere mate- de Weersloot is sinds de ontginning in de 17e eeuw vrijwel ongewijzigd.



De aanwezigheid van de verkaveling en landschapselementen is, tot aan de recente geschiedenis, duidelijk te relateren aan omstandigheden ter plaatse: de aanwezigheid van veen in de ondergrond, de aanwezigheid van een zandige bodem of de aanwezigheid van, bijvoorbeeld, een landgoed. De vormgeving (of uiterlijk) van het landschap en gebruik van het landschap kennen een duidelijke wisselwerking: door vervening ontstaat open water op plaatsen waar geschikt veen aanwezig was. Door beweiding van de percelen en sloten die gebruikt worden als veekering zijn de oevers begraasd. Wordt een perceel niet gemaaid en/of onderhouden dan ontstaat direct ruigte in de slootkant en vervolgens (elzen)bos als gevolg van successie.

Uniek aan het gebied is verder dat schaalvergroting in de landbouw met betrekking tot de verkaveling, aan dit landschap voorbij gegaan. De laatste eeuwen is er aan de verkaveling nauwelijks iets veranderd. De boerderijen die ooit bij de kavels hoorden zijn terug te vinden in het huidige bebouwingslint. Er is dus sprake van een gaaf, historisch agrarisch landschap.






  • Kenmerken
Kenmerken

Oostelijke Vechtplassen

Locatie: Noord-Holland

Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

Status: Onderzoek

Periode: 2019


Het slotenpatroon is sinds de ontginning in de 17e eeuw vrijwel ongewijzigd


Schoorsteen-op-het-bouwhuis-1280x850.jpg
Open oproep Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie:

Erfgoed vol energie

In maart 2017 lanceerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie het nieuwe ontwerpprogramma ‘Erfgoed en Ruimte’. Binnen dit programma is een Open Oproep uitgeschreven met het thema ‘Nieuwe energie voor het landschap’. Drie adviseurs hebben zich gebogen over de voorstellen: Sven Stremke (expert energietransitie, WUR, AvB), Riëtte Bosch (stedenbouwkundige en landschapsarchitect, RVB) en Marlijn Baarveld (VER programmaleider Transformatie van het landschap, RCE). Zij hebben de voorstellen beoordeeld op vraagstelling, plan van aanpak, betrokken deskundigheid en de coherentie daartussen. Na twee beoordelingsrondes kwamen zij tot een selectie van vier voorstellen die zij graag verder uitgewerkt zouden zien. Ons voorstel zit daarbij.



Urgentie

Wij stellen in ons projectvoorstel ‘Erfgoed vol Energie’ dat, behalve de bekende energielandschappen als het veenweidegebied, ook het kleinschalige houtwallenlandschap van oudsher een energielandschap was. Het leverde de boer immers bouwhout, brandhout en hout voor stelen. Dit waardevolle landschap staat echter onder druk door verdergaande schaalvergroting in de landbouw en doordat de oorspronkelijke functies verloren zijn gegaan.

Via ontwerpend onderzoek willen wij een nieuw type houtwal ontwikkelen die een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Nederland. Ook moet deze houtwal bijdragen aan de instandhouding van een bijzonder en gewaardeerd landschap.







Duurzame landgoederen

Ons plan voorziet in de realisatie van een nieuw type houtwal voor de oogst van biomassa in een cultuurhistorisch waardevol en kleinschalig landschap. De huidige biomassa die wordt gebruikt voor de bijstook in biomassa-centrales wordt aangevoerd vanuit Noord-Amerika en is ondanks de milieuwinst niet optimaal duurzaam. De vraag naar biomassa blijft echter toenemen en de groei van houtpellets voor biomassa groeit elk jaar met 10%.

Naast de grootschalige energiecentrales zijn kleinschalige biomassa-centrales bezig aan een opmars. Vooral op landgoederen waar grote gebouwen staan die veel energie behoeven. De landgoederen onttrekken het hout van bestaande landschapselementen op het landgoed. Het oogsten van deze houtwallen is echter, ook met de inzet van vrijwilligers, niet kostendekkend. Wij ontwerpen een machinaal oogstbare houtwal die rendabel in stand kan worden gehouden en worden geoogst. Zo leveren we een bijdrage aan het behalen van de gestelde klimaatdoelen.



Rendabele houtwallen

In de huidige situatie werken landgoederen en boeren met behulp van een beheer-subsidie en vrijwilligers aan de oogst van de biomassa uit houtwallen. Op dit moment vormt dit een kostenpost. Het is niet voor niets dat houtwal onder druk staat in het Nederlandse landschap.

Het zou een groot verschil kunnen maken als de houtwal niet langer een kostenpost is, maar een verdienmodel. Deze omslag willen we bereiken door een efficiënt te oogsten houtwal te ontwerpen. De achteruitgang van het aantal landschapselementen kan hiermee gekeerd worden en cultuurhistorisch waardevolle landschappen kunnen zo mogelijk worden hersteld.







Streven naar realisatie van de eerste nieuwe houtwal

Hiervoor zullen we op een aantal vlakken antwoorden moeten vinden:

  • Biosfeer: we zullen onderzoeken welke gewassen het meest geschikt zijn voor gebruik in de nieuwe houtwal en welke gewassen de hoogste calorische waarde bevatten.
  • Technosfeer: de techniek zal de randvoorwaarden bepalen voor de mechanische oogst. Hoe dik mag een boom worden, en hoe wijd mogen de bomen uit elkaar staan? Zijn de toepassingen en kosten te organiseren per landgoed of loonwerker, of moeten de landgoederen zich organiseren om de investeringen te kunnen organiseren rendabel te maken.
  • Regelgeving: de maatregelen moeten passen binnen financiële, planologische en juridische kaders. Wat is de bestemming van de nieuwe houtwal, is de boswet van toepassing, en wat is de waarde van de grond na inrichting?





Pilot- locatie

Landgoed ’t Medler in Vorden is bereid gevonden om binnen dit project te fungeren als pilotlocatie. De gemeente Bronckhorst denkt eveneens met ons mee. Tijdens de startfase wordt het project verder uitgewerkt en zal een klankbordgroep worden samengesteld met boeren, een loonbedrijf, energiespecialisten, wetenschappers en erfgoedprofessionals.

Door in eerste instantie aan de slag te gaan binnen een duidelijk, afgebakend gebied en met een duidelijke opgave vergroten we de kans op een praktische uitwerking en uitvoering. De lijnen zijn kort en het aantal belanghebbenden is te overzien. Tegelijkertijd is de ligging van ’t Medler als projectgebied interessant. De gemeente Bronckhorst, waarbinnen ’t Medler ligt, kent namelijk een hoge dichtheid aan landgoederen. Allen hebben zij een vergelijkbare uitdaging, namelijk het vinden van nieuwe verdienmodellen. Allen hebben zij over het algemeen ook dezelfde, hoge energierekening als het gaat om het verwarmen van de gebouwen. En allen hebben zij over het algemeen de zorg voor een landschap met een hoge dichtheid aan kleinschalige landschapselementen. Vraag en aanbod liggen dus bij meerdere landgoederen dicht bij elkaar. Daarom ligt een eventuele schaalsprong van landgoed ’t Medler naar andere landgoederen binnen de gemeente Bronckhorst dan ook voor de hand.




Werkwijze

Na toekenning van de subsidie zijn we van start gegaan met de randvoorwaardelijke onderwerpen. De randvoorwaarden zijn reeds op een aantrekkelijke en toegankelijke wijze in beeld gebracht.

Met de opgedane kennis van alle randvoorwaarden starten we met het ontwerpend onderzoek. We brengen alle variabelen in beeld en denken na over een rendabel sortiment voor de verschillende toepassingen, inclusief een beschrijving van de landschappelijke waarde van de plant. Het resultaat is een lexicon van soorten en houtwallen met elk een eigen kwaliteit, gebruikswaarde en economische betekenis. Het eerste concept staat in de stijgers.

Deze gereedschapskist vol mogelijkheden gaan we testen op de bruikbaarheid in cultuurhistorische context. Zijn er gewassen die zich lenen ter vervanging van een oude hoogstamboomgaard? Kunnen we een hakhoutbosje maken in het jonge ontginningenlandschap? Wat is de invloed van de toepassing van deze houtwallen op een landgoed er zijn er ook grenzen? Wanneer begint het te kraken? Deze vragen worden beantwoord in een beeldende ontwerpstudie op kaart. De meest kansrijke, vindingrijke of vernieuwende mogelijkheden werken we uit in sprekende beelden.

Het sluitstuk van het project is de aanplant van een echte houtwal schaal 1:1. Hiervoor stellen we een inrichtingsplan op, maken we een beplantingsplan en vragen we een vergunning aan. In het plantseizoen van volgend voorjaar gaan de planten de grond in.




  • Kenmerken
Kenmerken

Open oproep: Erfgoed vol energie

Locatie: Vorden, Gelderland

Opdrachtgever: Landgoed ‘t Medler

Partners: Stoken op Streekhout, WUR, AGEM, Landschapsbeheer Gelderland.

Status: Prijsvraag Stimuleringsfonds

Periode: 2018 – 2020


Erfgoed als producent van duurzame energie


DJI_0016-1280x720.jpg
Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel

Kasteel Keppel

Als groene gemeente met de hoogste dichtheid aan landgoederen in Nederland wil de gemeente Bronckhorst haar landgoederen actief ondersteunen bij het realiseren van hun (maatschappelijke) doelstellingen. Voor veel landgoederen is de duurzame instandhouding een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Daarom bood de gemeente landgoed Keppel een ‘schetsschuit’ aan: een interactieve aanpak waarmee zij een impuls wil geven aan de actuele ontwikkelingen en een bijdrage hoopt te leveren aan de duurzame instandhouding van Kasteel Keppel. Hofstra|Heersche organiseerde het gehele proces, van werksessie tot uitwerking. Tijdens de werksessie had Willem van Wingerden van Gesprek in Beweging de rol van dagvoorzitter. Zo kon Hofstra|Heersche zich richten op de inhoud van het project.


Vervlochten met de omgeving

Kasteel Keppel, op een eiland in de Oude IJssel, is de kern van landgoed Keppel. Aan de voet van dit kasteel ligt de buurtschap Laag-Keppel. Rond het eiland ligt een domein van ongeveer zeshonderdtwintig hectare met bos- en natuurgebieden, landbouwgronden en een historische tuin- en parkaanleg.







Verbeterslag

Landgoed Keppel en het kasteel op het eiland zijn nauw met elkaar verbonden. De duurzame instandhouding van het landgoed kon dan ook niet los worden gezien van ontwikkelingen op het eiland. De volgende vragen stonden centraal in het proces:

  •  Welke kansen liggen er op landgoed Keppel om de landgoedkwaliteiten te waarborgen en zo mogelijk te verbeteren en vermogen te genereren dat nodig is om het landgoed duurzaam in stand te houden?
  • Hoe kan de leefbaarheid van het ‘eiland Keppel’ worden verbeterd worden en hoe kan de recreatieve aantrekkelijkheid worden verhoogd?

Tijdens de schetsschuit kwamen verschillende thema’s aan bod die bijdroegen aan het beantwoorden van deze vragen. Om goed aan de slag te kunnen is het belangrijk dat iedere deelnemer basiskennis heeft van het landgoed en wat er speelt. Daartoe is een achtergronddocument opgesteld met daarin de ontstaansgeschiedenis van het landgoed. Ook komen de verschillende pijlers onder het landgoed aan bod en worden de in de schetsschuit te behandelen thema’s geïntroduceerd en toegelicht.



Interactieve werkwijze

De werksessies werden ingevuld volgens de methode ‘schetsschuit’. Tijdens een schetsschuit worden ideeën en feiten niet alleen opgeschreven, maar ook opgetekend op een kaart. Voor dat doel zijn er op de dag van de schetsschuit verschillende themakaarten op groot formaat beschikbaar. Deze manier van verbeelden maakt het gesprek concreet en werkt stimulerend. De deelnemers worden op basis van hun expertise ingedeeld bij een themagroep. Iedere groep wordt begeleid door een landschapsarchitect die het gesprek leidt en zorgt dat feiten, wensen en ideeën daadwerkelijk op de kaart landen. Voorafgaand aan het werk in de groepen is er een korte excursie over het landgoed en het eiland Keppel. Tijdens deze wandeling is er de mogelijkheid om elkaar te wijzen op wat er speelt en nader kennis te maken.








Bruikbaar resultaat

Deze aanpak leverde inzicht op in de huidige situatie van het landgoed en het eiland en maakte kansen inzichtelijk. De resultaten van deze eerste schetsdag zijn door ons verwerkt in een verslag dat als basis dient voor een terugkomdag. Tijdens deze terugkomdag werden de meest kansrijke ideeën en thema’s verder uitgewerkt in concrete vervolgacties voor landgoed, gemeente en andere ‘actiehouders’.

Thema’s die aan de orde kwamen, zijn onder andere de Dorpsstraat van Laag-Keppel, duurzame energie, de inrichting van de voormalige moestuin en recreatie. De resultaten van de beide schetsdagen zijn verwerkt in een beeldend verslag. Dit verslag is aangeboden aan de gemeenteraad en dient als basis voor verdere samenwerking tussen landgoed en gemeente.




  • Kenmerken
Kenmerken

Landgoed kasteel Keppel

Locatie: Laag-Keppel, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Bronckhorst

Partners: Gesprek in Beweging, Eelco Schurer

Status: Advies

Periode: 2017

Thema: Erfgoed, onderzoek, proces


Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel


Ortolaan-collage-zonder-tekstbalonnen-ORIGINEEL-EOWijers-1-1280x400.jpg
Naar een energie-producerende landbouw

EO Wijers: eervolle vermelding Plan Ortolaan

De jongste EO Wijers prijsvraag stond in het teken van het realiseren van een energie-neutrale stedendriehoek, het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Hofstra|Heersche heeft samen met Bioniers (Adrie Otte) en Christina Oosterhoff een inzending voorbereid die werd beloond met een eervolle vermelding.


Aanpak

Wetenschappers hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel zeven joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector. Omdat het produceren van voedsel zo energie-intensief is, bedachten we voor de overwegend agrarische stedendriehoek een plan om de landbouw om te vormen tot energieproducent.







Toerist in eigen land

‘Plan Ortolaan’ stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem verbetert, kringlopen van mineralen sluit en de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot. Landbouw volgens Plan Ortolaan is bovendien financieel gezonder dan gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. Naast de financiële voordelen vergroot Plan Ortolaan de landschappelijke kwaliteit in de stedendriehoek.



Aansprekende concepten

De kern van het idee is bio-mimicry: het nabootsen van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem, maar dan nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hier hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die honderd jaar geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. In een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie, is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang.









Wat is Plan Ortolaan?

  • Energie
  • Producten
  • Bedrijf
  • Bedrijf

Naar een energieproducerende landbouw…

Het produceren van voedsel is energie-intensief. Wetenschappers van de Universiteit van Michigan hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel 7 joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren[1]. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector (exclusief de glastuinbouw). Elektriciteit (26%) en aardgas (19%) volgen op ruime afstand[2]. Indirect energieverbruik komt voor rekening van de productie en vervoer van kunstmest, veevoer, landbouwmachines en andere productiemiddelen.

Om te komen tot een energieleverende landbouw is het nodig om de directe én indirecte energiebehoefte terug te dringen en energie te produceren – uit biomassa, wind en zon – zonder dat dit ten koste gaat van de voedselproductie. En dat gaan we doen in Plan Ortolaan.

[1] Heller, M.C. & G.A. Keoleian (2000). Life Cycle-Based Sustainability Indicators for Assessment of the U.S. Food System. Center for Sustainable Systems, University of Michigan. Report No. CSS00-04, December 6, 2000.

[2] Bron: CBS.

…met een grote verscheidenheid aan kwalitatief hoogstaande producten…

Plan Ortolaan stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem sterk verbetert, kringlopen van mineralen sluit, de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot en de landschappelijke kwaliteit verbetert.

Het systeem gaat uit van de kracht van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem: het ecosysteem wordt nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren.

Dergelijke landbouwsystemen zijn over de hele wereld sporadisch toegepast. Plan Ortolaan is gebaseerd op het systeem dat Mark Shepard beschrijft in zijn boek Herstellende Landbouw[1]. Hij heeft zijn gangbare landbouwbedrijf langzamerhand omgebouwd naar een agro-ecosysteem met vele soorten gewassen, vee en pluimvee. Het van nature voorkomende ecosysteem heeft hij nagebouwd met notenbomen, fruitbomen, hazelaars en bessenstruiken. Hiertussen groeien eenjarige gewassen, gras en kruiden. Vee scharrelt onder de bomen en eet te vroeg afgevallen fruit en noten, kruiden en gras. Het gelaagde systeem benut het zonlicht optimaal. De dieren zet hij ook in als landbouwinstrument, bijvoorbeeld bij de bestrijding van onkruiden en het openhouden van de bodem. Elk gewas en dier heeft meerdere functies binnen het systeem.

[1] Shepard, M. (2014). Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui. UItgeverij Jan van Arkel.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.


Wat krijgen we daarvoor terug?

  • Kwaliteit
  • Werk
  • Bedrijf
  • Draagvlak
  • Innovatie
  • Pilot

Een prachtig landschap en gezonde natuur, goed voor de recreatieve sector…

De landschappen in de Stedendriehoek –Achterhoek, rivierlandschap en Veluwe – worden gekenmerkt door een aansprekende afwisseling van landschappen, met vele landgoederen en natuurgebieden met bijzondere natuurwaarden. Plan Ortolaan vergroot de landschappelijke kwaliteit door uit te gaan van het van nature aanwezige ecosysteem. Het plan past daarmee uitstekend binnen beleidsambities van de provincie[1] over de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die 100 geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. En in een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang[2].

[1] Plan Bureau voor de Leefomgeving, Toets herijking Ecologishe Hoofdstukctuur Gelderland, 4 juni 2012

[2] Bijvoorbeeld: de Agenda Stedendriehoek (april 2013), Beleidsuitwerking Natuur en Landschap, Provincie Gelderland (2012)

…en gezonde agrarische bedrijven en werkgelegenheid in de voedselketen.

De economische waarde van Plan Ortolaan zit niet alleen in gezonde agrarische bedrijven en kansen voor recreatie, maar ook in versterking van de voedselketen. Het economisch belang van de voedselketen in de Achterhoek is groot en zorgt voor veel bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar die staat wel onder druk[1]. Om de negatieve ontwikkelingen te stoppen, is het cruciaal dat er meer intersectorale samenwerking op regionaal niveau plaats vindt. Een eerste kansrijke verbinding is die tussen de recreatieve sector en de voedselketen. Door deze verbindingen zullen er meer recreanten komen, die voor een deel ook in de Stedendriehoek gaan wonen. Een tweede kansrijke verbinding is die tussen voedselverwerkende industrie, detailhandel en horeca. Zo kunnen verwerkers meer consumenten betrekken bij het verwerkingsproces, kunnen supermarkten streekmarkten en workshops houden over de lokale eetcultuur en kan de horeca inspelen op de wensen van de toeristen.

[1] Fontein, R.J., V. Linderhof, M. Stuiver, R. Michels & G. Tacken (2013). Kracht van de Achterhoek. De waarde van voedselketens voor de regio. Alterra rapport 2449, Alterra Wageningen UR.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

Duurzaamheid als ‘licence to produce’…

Uit de ‘Basisverkenning Gelderse Land- en Tuinbouw’[1] blijkt dat de agrarische sector steeds meer inzet op duurzaamheid: dierenwelzijn, water en energieverbruik, minder bestrijdingsmiddelen, preventie van dierziektes, duurzame agrologistiek, en de productie van duurzame energie (in de multifunctionele landbouw de sterkste stijger!). En voor het verkrijgen van Europese subsidies zijn vergroeningsmaatregelen verplicht.

Duurzame landbouw wordt door de sector steeds meer gezien als voorwaarde voor maatschappelijk draagvlak: een ‘license to produce’. De consument wordt belangrijker, en die vraagt naar duurzaam en gezond voedsel, en transparantie over herkomst en productiewijze. Er is een duidelijke local for local trend met een herwaardering voor producten uit de regio. In de Stedendriehoek vind je bijvoorbeeld IJsselVallei, Veel Luwe, Slow Food en Achterhoek producten.  

[1] Basisverkenning Gelderse Land- en tuinbouw, Bureau Bartels, februari 2015

… passend bij de trend van innovatieve boerenbedrijven.

De al genoemde Basisverkenning beschrijft verschillende trends in de landbouw. Een van de trends is die van de ‘innovatieve’ boeren, die streven naar een hogere toegevoegde waarde en onderscheidende producten. Zij zien meerwaarde in samenwerking in de keten en produceren voor de lokale of regionale markt. In kwaliteit boven kwantiteit. Bij deze innovatieve boeren past Plan Ortolaan.

Kennisopbouw in een lokale pilot…

Door samen te werken aan aansprekende voorbeelden in de regio waarin gezonde landbouw, natuur en landschap gecombineerd worden. Niet alleen om het concept te vertalen naar de Nederlandse situatie, maar ook om te laten zien dat het in de praktijk werkbaar en economisch haalbaar is. En ook om te verkennen hoe een gangbaar landbouwbedrijf stapsgewijs omgevormd kan worden. Een geslaagde pilot zal de agrarische sector het vertrouwen geven dat een andere aanpak mogelijk is. Dit is de belangrijkste stimulans voor een daadwerkelijke omschakeling binnen de sector.

Wat leren we van de pilots?

Kennis over de productie. We verkennen hoe een ecosysteemlandbouwbedrijf in Nederland rendabel kan produceren. Rondom de pilot vormen we een leergemeenschap van boeren, LTO, kennisinstellingen, de overheid.

Kennis rond de afzetmarkt. We verkennen welke producten interessant zijn voor de markt. Hierin kunnen coöperaties en producentenorganisaties een belangrijke rol spelen[1]. De oude zuivelcoöperaties, maar ook de nieuwe energiecoöperaties, en nog op te richten coöperaties voor bijvoorbeeld de notenoogst.

Nieuwe kaders van de overheid, waarin de opgaven voor energie, landschap, natuur en landbouw worden verbonden. En een daarbij passend wettelijk instrumentarium, eventueel eerst tijd- en plaatsgebonden.

…en het delen van die kennis met anderen, binnen de keten en met andere sectoren.

De rol van de overheid is in meerdere opzichten cruciaal. Zij zal een stuwende rol moeten te spelen in de ontwikkeling van kennis en de leeromgeving moeten faciliteren. Zij zal beleid en wet- en regelgeving indien nodig aan moeten passen. En daarnaast zal de overheid zal haar vertrouwen in en goedkeuring voor deze ontwikkeling moeten uitspreken. Dit geeft de ondernemers de steun in de rug die zijn nodig hebben om deze belangrijke stap te zetten.

En de overheid kan samen met de betrokkenen zorgen voor publiciteit. Zodat de resultaten van de pilot breed bekend worden en navolging krijgen. Want we zijn nog lang niet uitgeleerd.

[1] Zie ook Kamerbrief Verslag informele Landbouwraad 9-10 september 2013, DGA-ELV/ 13153837






  • Kenmerken
Kenmerken

EO Wijers prijsvraag

Locatie: Stedendriehoek, Gelderland

Opdrachtgever: EO Wijers Stichting

Partners: Christina Oosterhoff, Adrie Otte

Status: Prijsvraag

Periode: 2015

Thema: Landbouw. Energie.


Naar een energie-producerende landbouw


Eendragtspolder-Schetsontwerp-Rapport-041215_Pagina_31-1280x868.jpg
Een historische polder vol voorzieningen onder de rook van Rotterdam

Hennipgaarde

Het Wereldkampioenschap Roeien 2016 werd georganiseerd op de Willem Alexander Baan in de Eendragtspolder. De roeibaan is in 2013 aangelegd. In de aanloop naar het WK bleek de aanleg van extra parkeerplaatsen noodzakelijk. Recreatieschap Rottemeren besloot het parkeren te combineren met de aanleg van een recreatief uitloopgebied voor inwoners van Zevenhuizen. In totaal ging het om negen hectare. Studio Ronald van der Heide en Hofstra|Heersche zijn gevraagd bij te dragen aan een participatieproces. Zij stelden ook het ontwerp op. Bureau Dialoogisch was verantwoordelijk voor de invulling van het participatietraject.


Gevarieerde kavels

De historische ontwikkeling van de Eendragtspolder inspireerde de ontwerpers. Van smalle, opstrekkende kavels naar grotere eenheden en uiteindelijk blokken met kaarsrechte kavelpaden. Een schril contrast met de kleinschaligheid rond de bebouwing, die tot halverwege de vorige eeuw in stand bleef.







Intensief traject met omwonenden

Tijdens verschillende bijeenkomsten met bewoners zijn ideeën, bouwstenen en wensen besproken en gedeeld. Onder leiding van Hofstra|Heersche en Studio Ronald van der Heide hebben verschillende inrichtingselementen een plek op de kaart gekregen. Zo ontstond een kleinschalige wereld achter de woningen: een wereld van fruitbomen, plukweides, beweegpolder en een speelpolder. Achter deze wereld opent zich een weids polderpanorama. De kavels zijn hier groter, maar niet zo groot als in de huidige situatie. De percelen kunnen gebruikt worden voor stadslandbouw of biologische landbouw. Ze kunnen ook verpacht worden aan een lokale boer. Als het weidse karakter maar in stand blijft.



Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image


Ruimtelijk concept

Het weidse polderlandschap eindigt in een griendenlandschap met stinzenplanten op de bodem en filterend het zicht op het parkeerterrein. Het parkeerterrein is de grootste maat in het ontwerp. De groene aankleding maakt recreatief medegebruik en beweiding mogelijk.

Alle ontwerpelementen worden aaneengeregen door een centraal wandelpad, geflankeerd door brede toegankelijke watergangen. Deze ‘ruggengraat’ van het ontwerp is ietwat verhoogd en richt zich als een vizier op de Eendragtsmolen aan de horizon. Een nieuwe verbinding tussen Zevenhuizen en de Slingerkade.









Samenwerking

Hofstra|Heersche werkte het schetsontwerp, in samenwerking met SmitsRinsma, uit tot een definitief ontwerp met kostenraming. In een intensief traject met bewonersgroepen hebben de speelpolder, educatieve natuurakkers en een ijsbaan hun vorm gekregen. Het startschot voor de aanleg van de laatste fase is in november 2017 gegeven. ‘Hennipgaarde’. Dat is de naam die bewoners dit bijzondere gebied gaven.





  • Kenmerken
Kenmerken

Hennipgaarde

Locatie: Zevenhuizen, Zuid-Holland

Opdrachtgever: G.Z-H

Partners: Studio Ronald van der Heide, SmitsRinsma advies

Status: Uitgevoerd

Periode: 2015-2017

Thema: Recreatie. Bewonersparticipatie. Landbouw.



Uitloopgebied vol voorzieningen voor de inwoners van Zevenhuizen


111206_Dummy_MVRDV-119-1280x906.jpg
Uniek nieuw Nederlands landschap

Almere Oosterwold

Almere is de jongste stad van Nederland en groeide sinds de stichting in 1975 uit tot de achtste stad van Nederland. Maar de ambitie rijkt verder. Als onderdeel van de metropoolregio Amsterdam is Almere van plan ruim 60.000 woningen te bouwen. Ruimte genoeg, maar men wil dat de diversiteit in bebouwing en doelgroepen toeneemt. Daarom wil Almere het huidige eenzijdige aanbod doorbreken met nieuwe en onderscheidende woonmilieus.


Woonlandschap

Almere Oosterwold is zo’n nieuw woonmilieu. In het huidige agrarische gebied van 4.300 hectare aan de oostzijde van Almere moet een dun bebouwd landschap ontstaan door toevoeging van 15.000 woningen. Het landelijke karakter moet behouden blijven. De gemeente en provincie hebben Niels Hofstra gevraagd mee te denken als deelnemer van het ontwerpteam van de structuurvisie en als adviseur bij de uitvoering van onderdelen.







Bottom-up

De realisatie van Oosterwold betekent dat Flevoland er een nieuw type landschap bij krijgt. Van een grootschalig en monofunctioneel agrarisch polderlandschap zal het gebied op organische wijze transformeren naar een gebied waar (stads)landbouw wordt afgewisseld met landelijke woon- en werkmilieus. De gemeente neemt niet op klassieke wijze de regie: de nieuwe bewoners en ondernemers gaan zelf aan de slag met de opgave. Ze nemen de vormgeving van de eigen kavel, de benodigde landschapselementen, de plaats van de woning, het huis en de ontsluiting zelf ter hand. Om dit proces te voorzien van spelregels is het ‘generieke kavel’ uitgedacht. Iedere bewoner realiseert een stukje van de gehele opgave, zowel het ‘rood’ (bebouwing) als het ‘groen’ (landschap) zoals is vastgelegd in de intergemeentelijke Structuurvisie.



Robuust raamwerk

Door de organische ontwikkeling van het gebied aan de hand van deze spelregels zal een fijnmazig landschappelijk netwerk ontstaan. Een toegankelijk netwerk dat ook een ecologische meerwaarde heeft. Doordat elk initiatief een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het landschap zal de hoeveelheid landschapselementen exponentieel toenemen. Bos, singels, boomgaarden, extensieve graslanden, rietland, open water en verspreid liggende erven wisselen elkaar af. Zo ontstaat een uniek en nieuw Nederlands landschapstype.







Nieuw landschap

De realisatie van Oosterwold betekent dat Flevoland er een nieuw type landschap bij krijgt. Van een grootschalig en monofunctioneel agrarisch polderlandschap zal het gebied op organische wijze transformeren naar een gebied waar (stads)landbouw wordt afgewisseld met landelijke woon- en werkmilieus. De gemeente neemt niet op klassieke wijze de regie: de nieuwe bewoners en ondernemers gaan zelf aan de slag met de opgave. Ze nemen de vormgeving van de eigen kavel, de benodigde landschapselementen, de plaats van de woning, het huis en de ontsluiting zelf ter hand. Om dit proces te voorzien van spelregels is het ‘generieke kavel’ uitgedacht. Iedere bewoner realiseert een stukje van de gehele opgave, zowel het ‘rood’ (bebouwing) als het ‘groen’ (landschap) zoals is vastgelegd in de intergemeentelijke Structuurvisie.







  • Kenmerken
Kenmerken

Oosterwold

Locatie: Almere, Flevoland

Opdrachtgever: Gemeente Almere

Opdrachtnemer: DLG

Partners: MVRDV, Grontmij

Status: Intergemeentelijke structuurvisie

Periode: 2014-2015

Thema: Organische woningbouw. Landschap. Stedebouw. Nieuwe natuur.


Organische groei van een kleinschalig landschap


HH-RWS-Bedieningsgebouwen-35-1280x850.jpg
Kansen en randvoorwaarden voor herbestemming in beeld

Vrijkomende brug- en sluiswachtershuisjes

Waterrijk Nederland heeft vele bruggen en sluizen. De meeste sluis- en brugwachters bedienen deze op afstand vanuit een centrale plek, waar ze meerdere bruggen en sluizen onder hun hoede hebben. Vroeger was dat anders. De meeste sluizen en bruggen hadden een eigen sluis- of brugwachter. Daar getuigen de brug- en sluiswachtershuisjes nog van. Soms waren er zelfs meerdere, al dan niet in combinatie met een dienstwoning, afhankelijk van de grootte van het complex.


Aanpak

Omdat ook de oudere sluizen en bruggen zijn gemoderniseerd staan veel bedienposten inmiddels leeg. Rijkswaterstaat, eigenaar van een groot aantal van deze bedieningsposten, heeft Hofstra|Heersche gevraagd om voor verschillende sluizen en bruggen, door heel Nederland, een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden van herbestemming.







Toerist in eigen land

Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de directie Water, Verkeer en Leefomgeving en de lokale beheerders. Hofstra|Heersche stelde voor elk object een gestandaardiseerde vragenlijst op met voor de inventarisatie belangrijke punten: bouwjaar, architect, maar ook type gebouw, aanwezige installaties en gebruik. Ter plaatse werden de verschillende gebouwen nader onderzocht en gefotografeerd.



Aansprekende concepten

In een omvangrijk naslagwerk werd elk bezocht object op gelijkwaardige wijze beschreven en in beeld gebracht. Bovendien is inzichtelijk gemaakt of herbestemming al dan niet mogelijk is. Bij het maken van een inschatting speelde een aantal factoren een belangrijke rol. Denk aan de ligging, het huidige gebruik, de grootte van het object en de iconische waarde.








Kansen voor herbestemming

Sluizen zijn het meest vaak geschikt voor herbestemming. Vooral de oudere sluiscomplexen zijn vaak mooi vormgegeven en ze liggen op aantrekkelijke plaatsen in het landschap. Bedieningsgebouwen van bruggen zijn over het algemeen minder kansrijk. Het voorbijrazende verkeer zorgt hierbij nogal eens voor een onaangename verblijfsplek. Het inventariseren van gebruik, historische waarde en eventuele mogelijkheden voor hergebruik van verschillende gebouwen van Rijkswaterstaat is uitermate zinvol gebleken en heeft een aantal bijzondere kansen in beeld gebracht.




  • Kenmerken
Kenmerken

Gebouwen bij bruggen en sluizen

Locatie: Nederland

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Partners: –

Status: Onderzoek

Periode: 2016

Thema: Leegstand. Erfgoed. Infrastructuur.


Onderzoek naar kansen voor herbestemming van gebouwen bij bruggen en sluizen