Landschap

HH_presentatie-erfgoed-vol-energie_20-juni-2018-DEF12-1280x905.jpg

Open oproep Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie:

Erfgoed vol energie

In maart 2017 lanceerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie het nieuwe ontwerpprogramma ‘Erfgoed en Ruimte’. Binnen dit programma is een Open Oproep uitgeschreven met het thema ‘Nieuwe energie voor het landschap’. Drie adviseurs hebben zich gebogen over de voorstellen: Sven Stremke (expert energietransitie, WUR, AvB), Riëtte Bosch (stedenbouwkundige en landschapsarchitect, RVB) en Marlijn Baarveld (VER programmaleider Transformatie van het landschap, RCE). Zij hebben de voorstellen beoordeeld op vraagstelling, plan van aanpak, betrokken deskundigheid en de coherentie daartussen. Na twee beoordelingsrondes kwamen zij tot een selectie van vier voorstellen die zij graag verder uitgewerkt zouden zien. Ons voorstel zit daarbij.



Urgentie

Wij stellen in ons projectvoorstel ‘Erfgoed vol Energie’ dat, behalve de bekende energielandschappen als het veenweidegebied, ook het kleinschalige houtwallenlandschap van oudsher een energielandschap was. Het leverde de boer immers bouwhout, brandhout en hout voor stelen. Dit waardevolle landschap staat echter onder druk door verdergaande schaalvergroting in de landbouw en doordat de oorspronkelijke functies verloren zijn gegaan.

Via ontwerpend onderzoek willen wij een nieuw type houtwal ontwikkelen die een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen van Nederland. Ook moet deze houtwal bijdragen aan de instandhouding van een bijzonder en gewaardeerd landschap.







Duurzame landgoederen

Ons plan voorziet in de realisatie van een nieuw type houtwal voor de oogst van biomassa in een cultuurhistorisch waardevol en kleinschalig landschap. De huidige biomassa die wordt gebruikt voor de bijstook in biomassa-centrales wordt aangevoerd vanuit Noord-Amerika en is ondanks de milieuwinst niet optimaal duurzaam. De vraag naar biomassa blijft echter toenemen en de groei van houtpellets voor biomassa groeit elk jaar met 10%.

Naast de grootschalige energiecentrales zijn kleinschalige biomassa-centrales bezig aan een opmars. Vooral op landgoederen waar grote gebouwen staan die veel energie behoeven. De landgoederen onttrekken het hout van bestaande landschapselementen op het landgoed. Het oogsten van deze houtwallen is echter, ook met de inzet van vrijwilligers, niet kostendekkend. Wij ontwerpen een machinaal oogstbare houtwal die rendabel in stand kan worden gehouden en worden geoogst. Zo leveren we een bijdrage aan het behalen van de gestelde klimaatdoelen.



Rendabele houtwallen

In de huidige situatie werken landgoederen en boeren met behulp van een beheer-subsidie en vrijwilligers aan de oogst van de biomassa uit houtwallen. Op dit moment vormt dit een kostenpost. Het is niet voor niets dat houtwal onder druk staat in het Nederlandse landschap.

Het zou een groot verschil kunnen maken als de houtwal niet langer een kostenpost is, maar een verdienmodel. Deze omslag willen we bereiken door een efficiënt te oogsten houtwal te ontwerpen. De achteruitgang van het aantal landschapselementen kan hiermee gekeerd worden en cultuurhistorisch waardevolle landschappen kunnen zo mogelijk worden hersteld.







Streven naar realisatie van de eerste nieuwe houtwal

Hiervoor zullen we op een aantal vlakken antwoorden moeten vinden:

  • Biosfeer: we zullen onderzoeken welke gewassen het meest geschikt zijn voor gebruik in de nieuwe houtwal en welke gewassen de hoogste calorische waarde bevatten.
  • Technosfeer: de techniek zal de randvoorwaarden bepalen voor de mechanische oogst. Hoe dik mag een boom worden, en hoe wijd mogen de bomen uit elkaar staan? Zijn de toepassingen en kosten te organiseren per landgoed of loonwerker, of moeten de landgoederen zich organiseren om de investeringen te kunnen organiseren rendabel te maken.
  • Regelgeving: de maatregelen moeten passen binnen financiële, planologische en juridische kaders. Wat is de bestemming van de nieuwe houtwal, is de boswet van toepassing, en wat is de waarde van de grond na inrichting?





Pilot- locatie

Landgoed ’t Medler in Vorden is bereid gevonden om binnen dit project te fungeren als pilotlocatie. De gemeente Bronckhorst denkt eveneens met ons mee. Tijdens de startfase wordt het project verder uitgewerkt en zal een klankbordgroep worden samengesteld met boeren, een loonbedrijf, energiespecialisten, wetenschappers en erfgoedprofessionals.

Door in eerste instantie aan de slag te gaan binnen een duidelijk, afgebakend gebied en met een duidelijke opgave vergroten we de kans op een praktische uitwerking en uitvoering. De lijnen zijn kort en het aantal belanghebbenden is te overzien. Tegelijkertijd is de ligging van ’t Medler als projectgebied interessant. De gemeente Bronckhorst, waarbinnen ’t Medler ligt, kent namelijk een hoge dichtheid aan landgoederen. Allen hebben zij een vergelijkbare uitdaging, namelijk het vinden van nieuwe verdienmodellen. Allen hebben zij over het algemeen ook dezelfde, hoge energierekening als het gaat om het verwarmen van de gebouwen. En allen hebben zij over het algemeen de zorg voor een landschap met een hoge dichtheid aan kleinschalige landschapselementen. Vraag en aanbod liggen dus bij meerdere landgoederen dicht bij elkaar. Daarom ligt een eventuele schaalsprong van landgoed ’t Medler naar andere landgoederen binnen de gemeente Bronckhorst dan ook voor de hand.




Werkwijze

Na toekenning van de subsidie zijn we van start gegaan met de randvoorwaardelijke onderwerpen. De randvoorwaarden zijn reeds op een aantrekkelijke en toegankelijke wijze in beeld gebracht.

Met de opgedane kennis van alle randvoorwaarden starten we met het ontwerpend onderzoek. We brengen alle variabelen in beeld en denken na over een rendabel sortiment voor de verschillende toepassingen, inclusief een beschrijving van de landschappelijke waarde van de plant. Het resultaat is een lexicon van soorten en houtwallen met elk een eigen kwaliteit, gebruikswaarde en economische betekenis. Het eerste concept staat in de stijgers.

Deze gereedschapskist vol mogelijkheden gaan we testen op de bruikbaarheid in cultuurhistorische context. Zijn er gewassen die zich lenen ter vervanging van een oude hoogstamboomgaard? Kunnen we een hakhoutbosje maken in het jonge ontginningenlandschap? Wat is de invloed van de toepassing van deze houtwallen op een landgoed er zijn er ook grenzen? Wanneer begint het te kraken? Deze vragen worden beantwoord in een beeldende ontwerpstudie op kaart. De meest kansrijke, vindingrijke of vernieuwende mogelijkheden werken we uit in sprekende beelden.

Het sluitstuk van het project is de aanplant van een echte houtwal schaal 1:1. Hiervoor stellen we een inrichtingsplan op, maken we een beplantingsplan en vragen we een vergunning aan. In het plantseizoen van volgend voorjaar gaan de planten de grond in.




  • Kenmerken
Kenmerken

Open oproep: Erfgoed vol energie

Locatie: Vorden, Gelderland

Opdrachtgever: Landgoed ‘t Medler

Partners: Stoken op Streekhout, WUR, AGEM, Landschapsbeheer Gelderland.

Status: Prijsvraag Stimuleringsfonds

Periode: 2017 – 2018

Thema: Erfgoed. Energie. Landschap.


Erfgoed als producent van duurzame energie



Gramsma_Riff_A4_kl-5-1-1280x385.jpg

Ondernemers ontwikkelen toegankelijke natuur en verbrede landbouw

Nieuwe natuur Dronten Oost

De afgelopen jaren hebben we een bijdrage geleverd aan de realisatie van nieuwe natuur in Flevoland. In het kader van het programma Nieuwe Natuur van de Provincie Flevoland hebben we alle grondeigenaren in een zoekgebied gevraagd naar hun ideeën om nieuwe natuur, recreatie en landbouw in samenhang te ontwikkelen. In dit integrale gebiedsproces hebben we samengewerkt met STIVAS, LTO, Kadaster en Eelerwoude.


Bottom-up

Na alle geïnteresseerden grondgebruikers te hebben gesproken hebben we twee kansrijke deelgebieden vastgesteld. Hierbinnen zijn we met de bewoners aan de slag gegaan om ideeën concreet te maken. De resultaten zijn uitgewerkt in afzonderlijke inrichtingsplannen en businesscases. Het resultaat omvat de integrale ontwikkeling met meer dan 70 hectare nieuwe natuur, recreatieve routes en een verbetering van de bedrijfsstructuur.







Aan de keukentafel en in de schuur

‘Wij zijn ontzettend blij met deze positieve uitkomst. Nieuwe Natuur creëren aan de oostkant van Dronten in samenhang met de omgeving is natuurlijk prachtig. Maar ook de wijze waarop het tot stand is gekomen, in samenwerking met de ondernemers in het gebied, is een mooi voorbeeld van participatie’, aldus wethouder Jaap Oosterveld.


Gedeputeerde Jan-Nico Appelman: ‘Veel verschillende partijen, inclusief agrarische ondernemers, hebben constructief samengewerkt om tot één overkoepelend gebiedsplan te komen, waarin natuur wordt gecombineerd met recreatie en landbouw. Dat is wat het proces in dit project zo bijzonder maakt: iedereen draagt zijn eigen steentje bij aan de profilering van de oostkant van Dronten als recreatief verblijfsgebied én vestigingsplaats’.



Samenwerking voorop

Wij hebben gedurende het gehele proces de planvorming ondersteund. In de eerste plaats door een ecologische quick-scan op te stellen die aangeeft waar, hoe en welke  natuurwaarden kunnen worden gerealiseerd. Op vergelijkbare wijze hebben we nagedacht over de te behalen landschappelijke kwaliteit en recreatieve meerwaarde.

Op individueel niveau hebben we met de deelnemers gewerkt aan de vertaling van hun wensen en ideeën in concrete inrichtingsplannen. Na voltooiing hiervan hebben we voor elke ondernemer, samen met Brandhof  Natuur & Platteland en Albert Corporaal een individueel beheerplan opgesteld.

In het proces hebben we de samenhang tussen de afzonderlijke initiatieven bewaakt én bevordert. Tot slot hebben we de resultaten samen met Eelerwoude voorzien van een kostenraming. Het geheel van businesscases is vervat in de uitvoeringsovereenkomst tussen provincie en gemeente.








100 jaar Zuiderzeewet

In 2018 is het een eeuw geleden dat het Nederlandse parlement de Zuiderzeewet aannam. Dit wordt gezien als het startschot voor het ontstaan van de provincie Flevoland. Om dit te vieren heeft de provincie het initiatief genomen een nieuw landschapskunstwerk te realiseren.

Het ontwerp van Gramsma is een toevoeging aan de reeks van 7 reeds bestaande landschapskunstwerken in de provincie. Het ontwerp refereert aan 100 jaar Zuiderzeewet en de inpoldering. Het ontwerp behelst een stukje nieuw land, waarvoor een gegraven ruimte in de Zuiderzeegrond als tijdelijke mal wordt gebruikt. Het resultaat (de contramal) zal als een opgegraven archeologische vondst herinneren aan de bodem en een nieuw uitkijkpunt vormen op het ingepolderde landschap. Zo wordt een plek gecreëerd voor mens en natuur die de verborgen geschiedenis ervan toont.

In overleg met de kunstenaar hebben we het kunstwerk een plek gegeven in een van onze ontwerpen. Het komt op een prachtige locatie op de overgang van land naar water en zal worden ontsloten door een wandelpad.




  • Kenmerken
Kenmerken

Nieuwe natuur Dronten Oost

Locatie: Dronten, Flevoland

Opdrachtgever: Gemeente Dronten

Partners: STIVAS, Kadaster, Staatsbosbeheer, Eelerwoude, Bob Gramsma

Status: Planvorming

Periode: 2015-2017

Thema: Nieuwe natuur. Recreatie. Landbouw.


Ondernemers ontwikkelen toegankelijke natuur en verbrede landbouw.



DJI_0016-1280x720.jpg

Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel

Kasteel Keppel

Als groene gemeente met de hoogste dichtheid aan landgoederen in Nederland wil de gemeente Bronckhorst haar landgoederen actief ondersteunen bij het realiseren van hun (maatschappelijke) doelstellingen. Voor veel landgoederen is de duurzame instandhouding een van de grootste uitdagingen van deze tijd. Daarom bood de gemeente landgoed Keppel een ‘schetsschuit’ aan: een interactieve aanpak waarmee zij een impuls wil geven aan de actuele ontwikkelingen en een bijdrage hoopt te leveren aan de duurzame instandhouding van Kasteel Keppel. Hofstra|Heersche organiseerde het gehele proces, van werksessie tot uitwerking. Tijdens de werksessie had Willem van Wingerden van Gesprek in Beweging de rol van dagvoorzitter. Zo kon Hofstra|Heersche zich richten op de inhoud van het project.


Vervlochten met de omgeving

Kasteel Keppel, op een eiland in de Oude IJssel, is de kern van landgoed Keppel. Aan de voet van dit kasteel ligt de buurtschap Laag-Keppel. Rond het eiland ligt een domein van ongeveer zeshonderdtwintig hectare met bos- en natuurgebieden, landbouwgronden en een historische tuin- en parkaanleg.







Verbeterslag

Landgoed Keppel en het kasteel op het eiland zijn nauw met elkaar verbonden. De duurzame instandhouding van het landgoed kon dan ook niet los worden gezien van ontwikkelingen op het eiland. De volgende vragen stonden centraal in het proces:

  •  Welke kansen liggen er op landgoed Keppel om de landgoedkwaliteiten te waarborgen en zo mogelijk te verbeteren en vermogen te genereren dat nodig is om het landgoed duurzaam in stand te houden?
  • Hoe kan de leefbaarheid van het ‘eiland Keppel’ worden verbeterd worden en hoe kan de recreatieve aantrekkelijkheid worden verhoogd?

Tijdens de schetsschuit kwamen verschillende thema’s aan bod die bijdroegen aan het beantwoorden van deze vragen. Om goed aan de slag te kunnen is het belangrijk dat iedere deelnemer basiskennis heeft van het landgoed en wat er speelt. Daartoe is een achtergronddocument opgesteld met daarin de ontstaansgeschiedenis van het landgoed. Ook komen de verschillende pijlers onder het landgoed aan bod en worden de in de schetsschuit te behandelen thema’s geïntroduceerd en toegelicht.



Interactieve werkwijze

De werksessies werden ingevuld volgens de methode ‘schetsschuit’. Tijdens een schetsschuit worden ideeën en feiten niet alleen opgeschreven, maar ook opgetekend op een kaart. Voor dat doel zijn er op de dag van de schetsschuit verschillende themakaarten op groot formaat beschikbaar. Deze manier van verbeelden maakt het gesprek concreet en werkt stimulerend. De deelnemers worden op basis van hun expertise ingedeeld bij een themagroep. Iedere groep wordt begeleid door een landschapsarchitect die het gesprek leidt en zorgt dat feiten, wensen en ideeën daadwerkelijk op de kaart landen. Voorafgaand aan het werk in de groepen is er een korte excursie over het landgoed en het eiland Keppel. Tijdens deze wandeling is er de mogelijkheid om elkaar te wijzen op wat er speelt en nader kennis te maken.






Bruikbaar resultaat

Deze aanpak leverde inzicht op in de huidige situatie van het landgoed en het eiland en maakte kansen inzichtelijk. De resultaten van deze eerste schetsdag zijn door ons verwerkt in een verslag dat als basis dient voor een terugkomdag. Tijdens deze terugkomdag werden de meest kansrijke ideeën en thema’s verder uitgewerkt in concrete vervolgacties voor landgoed, gemeente en andere ‘actiehouders’.

Thema’s die aan de orde kwamen, zijn onder andere de Dorpsstraat van Laag-Keppel, duurzame energie, de inrichting van de voormalige moestuin en recreatie. De resultaten van de beide schetsdagen zijn verwerkt in een beeldend verslag. Dit verslag is aangeboden aan de gemeenteraad en dient als basis voor verdere samenwerking tussen landgoed en gemeente.




  • Kenmerken
Kenmerken

Landgoed kasteel Keppel

Locatie: Laag-Keppel, Gelderland

Opdrachtgever: Gemeente Bronckhorst

Partners: Gesprek in Beweging, Eelco Schurer

Status: Advies

Periode: 2017

Thema: Erfgoed, onderzoek, proces


Omschrijving kort: Duurzame kwaliteit voor Kasteel Keppel en de dorpsstraat van Laag-Keppel



Ortolaan-collage-zonder-tekstbalonnen-ORIGINEEL-EOWijers-1-1280x400.jpg

Naar een energie-producerende landbouw

EO Wijers: eervolle vermelding Plan Ortolaan

De jongste EO Wijers prijsvraag stond in het teken van het realiseren van een energie-neutrale stedendriehoek, het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Hofstra|Heersche heeft samen met Bioniers (Adrie Otte) en Christina Oosterhoff een inzending voorbereid die werd beloond met een eervolle vermelding.


Aanpak

Wetenschappers hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel zeven joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector. Omdat het produceren van voedsel zo energie-intensief is, bedachten we voor de overwegend agrarische stedendriehoek een plan om de landbouw om te vormen tot energieproducent.







Toerist in eigen land

‘Plan Ortolaan’ stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem verbetert, kringlopen van mineralen sluit en de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot. Landbouw volgens Plan Ortolaan is bovendien financieel gezonder dan gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. Naast de financiële voordelen vergroot Plan Ortolaan de landschappelijke kwaliteit in de stedendriehoek.



Aansprekende concepten

De kern van het idee is bio-mimicry: het nabootsen van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem, maar dan nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hier hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die honderd jaar geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. In een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie, is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang.









Wat is Plan Ortolaan?

  • Energie
  • Producten
  • Bedrijf
  • Bedrijf

Naar een energieproducerende landbouw…

Het produceren van voedsel is energie-intensief. Wetenschappers van de Universiteit van Michigan hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel 7 joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren[1]. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector (exclusief de glastuinbouw). Elektriciteit (26%) en aardgas (19%) volgen op ruime afstand[2]. Indirect energieverbruik komt voor rekening van de productie en vervoer van kunstmest, veevoer, landbouwmachines en andere productiemiddelen.

Om te komen tot een energieleverende landbouw is het nodig om de directe én indirecte energiebehoefte terug te dringen en energie te produceren – uit biomassa, wind en zon – zonder dat dit ten koste gaat van de voedselproductie. En dat gaan we doen in Plan Ortolaan.

[1] Heller, M.C. & G.A. Keoleian (2000). Life Cycle-Based Sustainability Indicators for Assessment of the U.S. Food System. Center for Sustainable Systems, University of Michigan. Report No. CSS00-04, December 6, 2000.

[2] Bron: CBS.

…met een grote verscheidenheid aan kwalitatief hoogstaande producten…

Plan Ortolaan stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem sterk verbetert, kringlopen van mineralen sluit, de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot en de landschappelijke kwaliteit verbetert.

Het systeem gaat uit van de kracht van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem: het ecosysteem wordt nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren.

Dergelijke landbouwsystemen zijn over de hele wereld sporadisch toegepast. Plan Ortolaan is gebaseerd op het systeem dat Mark Shepard beschrijft in zijn boek Herstellende Landbouw[1]. Hij heeft zijn gangbare landbouwbedrijf langzamerhand omgebouwd naar een agro-ecosysteem met vele soorten gewassen, vee en pluimvee. Het van nature voorkomende ecosysteem heeft hij nagebouwd met notenbomen, fruitbomen, hazelaars en bessenstruiken. Hiertussen groeien eenjarige gewassen, gras en kruiden. Vee scharrelt onder de bomen en eet te vroeg afgevallen fruit en noten, kruiden en gras. Het gelaagde systeem benut het zonlicht optimaal. De dieren zet hij ook in als landbouwinstrument, bijvoorbeeld bij de bestrijding van onkruiden en het openhouden van de bodem. Elk gewas en dier heeft meerdere functies binnen het systeem.

[1] Shepard, M. (2014). Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui. UItgeverij Jan van Arkel.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.


Wat krijgen we daarvoor terug?

  • Kwaliteit
  • Werk
  • Bedrijf
  • Draagvlak
  • Innovatie
  • Pilot

Een prachtig landschap en gezonde natuur, goed voor de recreatieve sector…

De landschappen in de Stedendriehoek –Achterhoek, rivierlandschap en Veluwe – worden gekenmerkt door een aansprekende afwisseling van landschappen, met vele landgoederen en natuurgebieden met bijzondere natuurwaarden. Plan Ortolaan vergroot de landschappelijke kwaliteit door uit te gaan van het van nature aanwezige ecosysteem. Het plan past daarmee uitstekend binnen beleidsambities van de provincie[1] over de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die 100 geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. En in een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang[2].

[1] Plan Bureau voor de Leefomgeving, Toets herijking Ecologishe Hoofdstukctuur Gelderland, 4 juni 2012

[2] Bijvoorbeeld: de Agenda Stedendriehoek (april 2013), Beleidsuitwerking Natuur en Landschap, Provincie Gelderland (2012)

…en gezonde agrarische bedrijven en werkgelegenheid in de voedselketen.

De economische waarde van Plan Ortolaan zit niet alleen in gezonde agrarische bedrijven en kansen voor recreatie, maar ook in versterking van de voedselketen. Het economisch belang van de voedselketen in de Achterhoek is groot en zorgt voor veel bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar die staat wel onder druk[1]. Om de negatieve ontwikkelingen te stoppen, is het cruciaal dat er meer intersectorale samenwerking op regionaal niveau plaats vindt. Een eerste kansrijke verbinding is die tussen de recreatieve sector en de voedselketen. Door deze verbindingen zullen er meer recreanten komen, die voor een deel ook in de Stedendriehoek gaan wonen. Een tweede kansrijke verbinding is die tussen voedselverwerkende industrie, detailhandel en horeca. Zo kunnen verwerkers meer consumenten betrekken bij het verwerkingsproces, kunnen supermarkten streekmarkten en workshops houden over de lokale eetcultuur en kan de horeca inspelen op de wensen van de toeristen.

[1] Fontein, R.J., V. Linderhof, M. Stuiver, R. Michels & G. Tacken (2013). Kracht van de Achterhoek. De waarde van voedselketens voor de regio. Alterra rapport 2449, Alterra Wageningen UR.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

Duurzaamheid als ‘licence to produce’…

Uit de ‘Basisverkenning Gelderse Land- en Tuinbouw’[1] blijkt dat de agrarische sector steeds meer inzet op duurzaamheid: dierenwelzijn, water en energieverbruik, minder bestrijdingsmiddelen, preventie van dierziektes, duurzame agrologistiek, en de productie van duurzame energie (in de multifunctionele landbouw de sterkste stijger!). En voor het verkrijgen van Europese subsidies zijn vergroeningsmaatregelen verplicht.

Duurzame landbouw wordt door de sector steeds meer gezien als voorwaarde voor maatschappelijk draagvlak: een ‘license to produce’. De consument wordt belangrijker, en die vraagt naar duurzaam en gezond voedsel, en transparantie over herkomst en productiewijze. Er is een duidelijke local for local trend met een herwaardering voor producten uit de regio. In de Stedendriehoek vind je bijvoorbeeld IJsselVallei, Veel Luwe, Slow Food en Achterhoek producten.  

[1] Basisverkenning Gelderse Land- en tuinbouw, Bureau Bartels, februari 2015

… passend bij de trend van innovatieve boerenbedrijven.

De al genoemde Basisverkenning beschrijft verschillende trends in de landbouw. Een van de trends is die van de ‘innovatieve’ boeren, die streven naar een hogere toegevoegde waarde en onderscheidende producten. Zij zien meerwaarde in samenwerking in de keten en produceren voor de lokale of regionale markt. In kwaliteit boven kwantiteit. Bij deze innovatieve boeren past Plan Ortolaan.

Kennisopbouw in een lokale pilot…

Door samen te werken aan aansprekende voorbeelden in de regio waarin gezonde landbouw, natuur en landschap gecombineerd worden. Niet alleen om het concept te vertalen naar de Nederlandse situatie, maar ook om te laten zien dat het in de praktijk werkbaar en economisch haalbaar is. En ook om te verkennen hoe een gangbaar landbouwbedrijf stapsgewijs omgevormd kan worden. Een geslaagde pilot zal de agrarische sector het vertrouwen geven dat een andere aanpak mogelijk is. Dit is de belangrijkste stimulans voor een daadwerkelijke omschakeling binnen de sector.

Wat leren we van de pilots?

Kennis over de productie. We verkennen hoe een ecosysteemlandbouwbedrijf in Nederland rendabel kan produceren. Rondom de pilot vormen we een leergemeenschap van boeren, LTO, kennisinstellingen, de overheid.

Kennis rond de afzetmarkt. We verkennen welke producten interessant zijn voor de markt. Hierin kunnen coöperaties en producentenorganisaties een belangrijke rol spelen[1]. De oude zuivelcoöperaties, maar ook de nieuwe energiecoöperaties, en nog op te richten coöperaties voor bijvoorbeeld de notenoogst.

Nieuwe kaders van de overheid, waarin de opgaven voor energie, landschap, natuur en landbouw worden verbonden. En een daarbij passend wettelijk instrumentarium, eventueel eerst tijd- en plaatsgebonden.

…en het delen van die kennis met anderen, binnen de keten en met andere sectoren.

De rol van de overheid is in meerdere opzichten cruciaal. Zij zal een stuwende rol moeten te spelen in de ontwikkeling van kennis en de leeromgeving moeten faciliteren. Zij zal beleid en wet- en regelgeving indien nodig aan moeten passen. En daarnaast zal de overheid zal haar vertrouwen in en goedkeuring voor deze ontwikkeling moeten uitspreken. Dit geeft de ondernemers de steun in de rug die zijn nodig hebben om deze belangrijke stap te zetten.

En de overheid kan samen met de betrokkenen zorgen voor publiciteit. Zodat de resultaten van de pilot breed bekend worden en navolging krijgen. Want we zijn nog lang niet uitgeleerd.

[1] Zie ook Kamerbrief Verslag informele Landbouwraad 9-10 september 2013, DGA-ELV/ 13153837






  • Kenmerken
Kenmerken

EO Wijers prijsvraag

Locatie: Stedendriehoek, Gelderland

Opdrachtgever: EO Wijers Stichting

Partners: Christina Oosterhoff, Adrie Otte

Status: Prijsvraag

Periode: 2015

Thema: Landbouw. Energie.


Naar een energie-producerende landbouw



Eendragtspolder-Schetsontwerp-Rapport-041215_Pagina_31-1280x868.jpg

Een historische polder vol voorzieningen onder de rook van Rotterdam

Hennipgaarde

Het Wereldkampioenschap Roeien 2016 werd georganiseerd op de Willem Alexander Baan in de Eendragtspolder. De roeibaan is in 2013 aangelegd. In de aanloop naar het WK bleek de aanleg van extra parkeerplaatsen noodzakelijk. Recreatieschap Rottemeren besloot het parkeren te combineren met de aanleg van een recreatief uitloopgebied voor inwoners van Zevenhuizen. In totaal ging het om negen hectare. Studio Ronald van der Heide en Hofstra|Heersche zijn gevraagd bij te dragen aan een participatieproces. Zij stelden ook het ontwerp op. Bureau Dialoogisch was verantwoordelijk voor de invulling van het participatietraject.


Gevarieerde kavels

De historische ontwikkeling van de Eendragtspolder inspireerde de ontwerpers. Van smalle, opstrekkende kavels naar grotere eenheden en uiteindelijk blokken met kaarsrechte kavelpaden. Een schril contrast met de kleinschaligheid rond de bebouwing, die tot halverwege de vorige eeuw in stand bleef.







Intensief traject met omwonenden

Tijdens verschillende bijeenkomsten met bewoners zijn ideeën, bouwstenen en wensen besproken en gedeeld. Onder leiding van Hofstra|Heersche en Studio Ronald van der Heide hebben verschillende inrichtingselementen een plek op de kaart gekregen. Zo ontstond een kleinschalige wereld achter de woningen: een wereld van fruitbomen, plukweides, beweegpolder en een speelpolder. Achter deze wereld opent zich een weids polderpanorama. De kavels zijn hier groter, maar niet zo groot als in de huidige situatie. De percelen kunnen gebruikt worden voor stadslandbouw of biologische landbouw. Ze kunnen ook verpacht worden aan een lokale boer. Als het weidse karakter maar in stand blijft.



Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image


Ruimtelijk concept

Het weidse polderlandschap eindigt in een griendenlandschap met stinzenplanten op de bodem en filterend het zicht op het parkeerterrein. Het parkeerterrein is de grootste maat in het ontwerp. De groene aankleding maakt recreatief medegebruik en beweiding mogelijk.

Alle ontwerpelementen worden aaneengeregen door een centraal wandelpad, geflankeerd door brede toegankelijke watergangen. Deze ‘ruggengraat’ van het ontwerp is ietwat verhoogd en richt zich als een vizier op de Eendragtsmolen aan de horizon. Een nieuwe verbinding tussen Zevenhuizen en de Slingerkade.









Samenwerking

Hofstra|Heersche werkte het schetsontwerp, in samenwerking met SmitsRinsma, uit tot een definitief ontwerp met kostenraming. In een intensief traject met bewonersgroepen hebben de speelpolder, educatieve natuurakkers en een ijsbaan hun vorm gekregen. Het startschot voor de aanleg van de laatste fase is in november 2017 gegeven. ‘Hennipgaarde’. Dat is de naam die bewoners dit bijzondere gebied gaven.





  • Kenmerken
Kenmerken

Hennipgaarde

Locatie: Zevenhuizen, Zuid-Holland

Opdrachtgever: G.Z-H

Partners: Studio Ronald van der Heide, SmitsRinsma advies

Status: Uitgevoerd

Periode: 2015-2017

Thema: Recreatie. Bewonersparticipatie. Landbouw.



Uitloopgebied vol voorzieningen voor de inwoners van Zevenhuizen



111206_Dummy_MVRDV-119-1280x906.jpg

Uniek nieuw Nederlands landschap

Almere Oosterwold

Almere is de jongste stad van Nederland en groeide sinds de stichting in 1975 uit tot de achtste stad van Nederland. Maar de ambitie rijkt verder. Als onderdeel van de metropoolregio Amsterdam is Almere van plan ruim 60.000 woningen te bouwen. Ruimte genoeg, maar men wil dat de diversiteit in bebouwing en doelgroepen toeneemt. Daarom wil Almere het huidige eenzijdige aanbod doorbreken met nieuwe en onderscheidende woonmilieus.


Woonlandschap

Almere Oosterwold is zo’n nieuw woonmilieu. In het huidige agrarische gebied van 4.300 hectare aan de oostzijde van Almere moet een dun bebouwd landschap ontstaan door toevoeging van 15.000 woningen. Het landelijke karakter moet behouden blijven. De gemeente en provincie hebben Niels Hofstra gevraagd mee te denken als deelnemer van het ontwerpteam van de structuurvisie en als adviseur bij de uitvoering van onderdelen.







Bottom-up

De realisatie van Oosterwold betekent dat Flevoland er een nieuw type landschap bij krijgt. Van een grootschalig en monofunctioneel agrarisch polderlandschap zal het gebied op organische wijze transformeren naar een gebied waar (stads)landbouw wordt afgewisseld met landelijke woon- en werkmilieus. De gemeente neemt niet op klassieke wijze de regie: de nieuwe bewoners en ondernemers gaan zelf aan de slag met de opgave. Ze nemen de vormgeving van de eigen kavel, de benodigde landschapselementen, de plaats van de woning, het huis en de ontsluiting zelf ter hand. Om dit proces te voorzien van spelregels is het ‘generieke kavel’ uitgedacht. Iedere bewoner realiseert een stukje van de gehele opgave, zowel het ‘rood’ (bebouwing) als het ‘groen’ (landschap) zoals is vastgelegd in de intergemeentelijke Structuurvisie.



Robuust raamwerk

Door de organische ontwikkeling van het gebied aan de hand van deze spelregels zal een fijnmazig landschappelijk netwerk ontstaan. Een toegankelijk netwerk dat ook een ecologische meerwaarde heeft. Doordat elk initiatief een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het landschap zal de hoeveelheid landschapselementen exponentieel toenemen. Bos, singels, boomgaarden, extensieve graslanden, rietland, open water en verspreid liggende erven wisselen elkaar af. Zo ontstaat een uniek en nieuw Nederlands landschapstype.







Nieuw landschap

De realisatie van Oosterwold betekent dat Flevoland er een nieuw type landschap bij krijgt. Van een grootschalig en monofunctioneel agrarisch polderlandschap zal het gebied op organische wijze transformeren naar een gebied waar (stads)landbouw wordt afgewisseld met landelijke woon- en werkmilieus. De gemeente neemt niet op klassieke wijze de regie: de nieuwe bewoners en ondernemers gaan zelf aan de slag met de opgave. Ze nemen de vormgeving van de eigen kavel, de benodigde landschapselementen, de plaats van de woning, het huis en de ontsluiting zelf ter hand. Om dit proces te voorzien van spelregels is het ‘generieke kavel’ uitgedacht. Iedere bewoner realiseert een stukje van de gehele opgave, zowel het ‘rood’ (bebouwing) als het ‘groen’ (landschap) zoals is vastgelegd in de intergemeentelijke Structuurvisie.







  • Kenmerken
Kenmerken

Oosterwold

Locatie: Almere, Flevoland

Opdrachtgever: Gemeente Almere

Opdrachtnemer: DLG

Partners: MVRDV, Grontmij

Status: Intergemeentelijke structuurvisie

Periode: 2014-2015

Thema: Organische woningbouw. Landschap. Stedebouw. Nieuwe natuur.


Organische groei van een kleinschalig landschap



HH-RWS-Bedieningsgebouwen-35-1280x850.jpg

Kansen en randvoorwaarden voor herbestemming in beeld

Vrijkomende brug- en sluiswachtershuisjes

Waterrijk Nederland heeft vele bruggen en sluizen. De meeste sluis- en brugwachters bedienen deze op afstand vanuit een centrale plek, waar ze meerdere bruggen en sluizen onder hun hoede hebben. Vroeger was dat anders. De meeste sluizen en bruggen hadden een eigen sluis- of brugwachter. Daar getuigen de brug- en sluiswachtershuisjes nog van. Soms waren er zelfs meerdere, al dan niet in combinatie met een dienstwoning, afhankelijk van de grootte van het complex.


Aanpak

Omdat ook de oudere sluizen en bruggen zijn gemoderniseerd staan veel bedienposten inmiddels leeg. Rijkswaterstaat, eigenaar van een groot aantal van deze bedieningsposten, heeft Hofstra|Heersche gevraagd om voor verschillende sluizen en bruggen, door heel Nederland, een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden van herbestemming.







Toerist in eigen land

Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de directie Water, Verkeer en Leefomgeving en de lokale beheerders. Hofstra|Heersche stelde voor elk object een gestandaardiseerde vragenlijst op met voor de inventarisatie belangrijke punten: bouwjaar, architect, maar ook type gebouw, aanwezige installaties en gebruik. Ter plaatse werden de verschillende gebouwen nader onderzocht en gefotografeerd.



Aansprekende concepten

In een omvangrijk naslagwerk werd elk bezocht object op gelijkwaardige wijze beschreven en in beeld gebracht. Bovendien is inzichtelijk gemaakt of herbestemming al dan niet mogelijk is. Bij het maken van een inschatting speelde een aantal factoren een belangrijke rol. Denk aan de ligging, het huidige gebruik, de grootte van het object en de iconische waarde.








Kansen voor herbestemming

Sluizen zijn het meest vaak geschikt voor herbestemming. Vooral de oudere sluiscomplexen zijn vaak mooi vormgegeven en ze liggen op aantrekkelijke plaatsen in het landschap. Bedieningsgebouwen van bruggen zijn over het algemeen minder kansrijk. Het voorbijrazende verkeer zorgt hierbij nogal eens voor een onaangename verblijfsplek. Het inventariseren van gebruik, historische waarde en eventuele mogelijkheden voor hergebruik van verschillende gebouwen van Rijkswaterstaat is uitermate zinvol gebleken en heeft een aantal bijzondere kansen in beeld gebracht.




  • Kenmerken
Kenmerken

Gebouwen bij bruggen en sluizen

Locatie: Nederland

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Partners: –

Status: Onderzoek

Periode: 2016

Thema: Leegstand. Erfgoed. Infrastructuur.


Onderzoek naar kansen voor herbestemming van gebouwen bij bruggen en sluizen



IMG_0130-1280x960.jpg

Voltooiing van monumentaal kasteelpark

Parkbos de Haar

In 2025 is Leidsche Rijn in Utrecht voltooid. Daarmee is het de grootste Vinex-locatie van Nederland. De bewoners, ongeveer 80.000 mensen in zo’n 30.000 woningen, kunnen dan recreëren in een ongeveer 390 hectare groot park. Dienst Landelijk Gebied is verantwoordelijk voor ongeveer 300 hectare hiervan: Groot Groengebied Utrecht, waarvan ook Parkbos De Haar onderdeel is.


Monumentale context

Het ontwerp voor Parkbos De Haar moet aansluiten op het bestaande, monumentale kasteelpark bij Kasteel de Haar. Dit park is aan het begin van de vorige eeuw ontworpen door Henri Copijn in de zogenoemde ‘Engelse landschapsstijl’. Het nieuwe park moet niet alleen voortborduren op het bestaande park maar tegelijkertijd ook een kind van deze tijd zijn. Verder zal het park openbaar toegankelijk worden, terwijl het oorspronkelijke park alleen tegen betaling te bezoeken is. Bovendien moet een bestaand woonlint worden geïntegreerd in het park en is het plaatselijke landschap van de Cope-ontginningen cultuurhistorisch waardevol.







Vanuit het veld

Niels Hofstra en Jan Heersche hebben voor het ontwerp van dit park een werkplek ingericht op het kasteel. Met als redenering dat er op die manier optimaal contact is met de bewoners van het gebied en met het gebied zelf. Een ontwerp dat recht doet aan het al bestaande kasteelpark kan alleen ontstaan op de plek zelf. Met bewoners van het woonlint is, op een zaterdag, een wandeling door het gebied gehouden. Met koffie en gebak. Door het bestuderen van de geschiedenis van het gebied en de verhalen van bewoners, die er soms al generaties wonen, hebben de ontwerpers geprobeerd in de ziel van het landschap te kijken. Het bestaande kasteelpark reikte vervolgens de kapstok voor het nieuwe park aan.

Deze kapstok bestaat uit twee lijnen en een ovale parkweide. De oost-west gerichte Chateletlaan zorgt voor de verbinding met het kasteel, terwijl de noord-zuid gerichte Haarveldselaan de verschillende parkonderdelen met elkaar verbindt. Het park is opgebouwd rondom deze eenvoudige hoofdstructuur.

Verschillende sferen ontstaan door bijzondere beplantingen, forse waterpartijen en bosvlakken, afgewisseld met open plekken en boomgroepen. De Cope-ontginningen zorgen voor afwisseling en ritme, het woonlint wordt een eigen, bijzondere wereld. In het noordelijke weidelandschap met een ontwerp van bijzondere boomgroepen grazen in de zomer de koeien, wie weet kan er in de winter worden geschaatst op de nieuwe vijver.





Het parkbos in onderdelen

Lanenstructuur

De hoofdstructuur van het parkbos kent twee lanen. Het parkbos is rondom deze lanen ontworpen. De laan in noord-zuidrichting, de Haarveldselaan, verbindt de verschillende onderdelen van het park en eindigt op een uitkijkheuvel. De Chateletlaan, is de oost-west verbinding, deze vindt zijn oorsprong voor het chatelet en eindigt bij het Kortjaksepad.

Parkweide en waterstructuur

De ovale parkweide is het hart van het parkbos en gaat intensief gebruikt worden. Hier komen bijzondere plekken en beplantingen en de folly. Men kan hier sporten, wandelen en zonnen. Hoogtepunt is een uitkijkheuvel vanwaar er zicht is op het parkbos en het landschap van het Groene Hart. Er komt in de noordelijke helft van het parkbos een meer open weidelandschap met boomgroepen. Dit deel zal aansluiten op het rustige deel van het bestaande kasteelpark “Klein Limburg”. In het bestaande park van Kasteel de Haar wordt een bordes gemaakt waardoor er uitzicht op het parkbos. De waterstructuur zorgt voor bijzondere plekken, zoals het moeras der cipressen.

Padenstructuur

De door Copijn ontworpen “krakelingvormige” wandelpaden zijn de inspiratiebron geweest voor de padenstructuur in het parkbos. Er wordt gebruik gemaakt van diverse soorten verharding en ook de breedte van de paden verschilt. Deze afwisseling zorgt tijdens de wandeling voor verschillende zichten en sferen. Ook de parkeerplaats wordt volgens dezelfde structuur aangelegd



Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image

Cuypers en Copijn

Terwijl Cuypers verantwoordelijk was voor de herbouw van het kasteel was tuinarchitect Henri Copijnbelast met de aanleg van het kasteelpark.

In samenwerking met Cuypers ontwierp hij in de periode tussen 1892 en 1909 een romantisch park in de Engelse Landschapsstijl. Het dorpje Haarzuilens, dat oorspronkelijk aan de voet van het kasteel lag, werd voor de aanleg van het park verplaatst naar de huidige locatie. Overigens werd dit nieuwe dorp gebouwd door dezelfde architecten als die zich bezighielden met de restauratie van het kasteel, waaronder Pierre Cuypers en zijn zoon.

Karakteristiek voor het door Copijn ontworpen park zijn de natuurlijk gevormde, schijnbaar oneindige waterpartijen en de krakelingvormige rondwandelingen in het Noorder- en Zuiderpark. Rondom het kasteel is er ruimte voor meer formele elementen als een Grand Canal, een Romeinse tuin en verschillende parterres.

Om het park direct na aanleg al een enigzins volwassen uiterlijk te geven werden volgroeide bomen van de Utrechtse Heuvelrug gehaald en geplant in het nieuwe park. Dat hiervoor in de stad Utrecht enige huizen gesloopt moesten worden deed blijkbaar niet terzake.

Oorspronkelijk was het de bedoeling om een groter terrein als park in te richten. Copijn heeft hiervoor ook een ontwerp gemaakt, waarbij het kasteel middelpunt van het park was. Door geldgebrek is uiteindelijk echter maar de helft van het ontwerp ten uitvoer gebracht.



  • Kenmerken
Kenmerken

Parkbos De Haar

Locatie: Haarzuilens, Utrecht

Opdrachtgever: Gebiedscommissie Utrecht-West

Opdrachtnemer: DLG

Partners: Michael van Gessel, Ronald Buiting

Status: Definitief ontwerp, deels uitgevoerd door derden

Periode: 2009-2011

Thema: Gebiedsontwikkeling. Recreatie. Erfgoed.


Monumentaal kasteelpark nadert voltooiing



DSC0092-1280x850.jpg

Op zoek naar het ‘verhaal van het kanaal’.

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen

Rijkswaterstaat beheert een groot aantal kanalen in Nederland. Deze Rijkskanalen kunnen meestal bogen op een lange historie. De leeftijd van de kanalen varieert van enkele honderden tot tientallen jaren. De kanalen zijn een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed van Nederland.

Aanpak

Hoewel bij de aanleg van kanalen functionele eisen voorop staan, is in veel gevallen nagedacht over de landschappelijke vormgeving van de kanalen. Soms op voor de tijd van aanleg vooruitstrevende wijze.

Door de gestage ontwikkelingen in de scheepvaart worden schepen steeds langer, hoger en breder. De kanalen worden met enige regelmaat aangepast aan de nieuwe eisen. Veel voorkomende aanpassingen zijn verbreding en verdieping van het kanaal, vergroting van de schutcapaciteit van sluizen en aanpassingen aan bruggen ten behoeve van een grotere doorvaarthoogte.







Kwaliteit in beeld

De ruimtelijke kwaliteit van de kanalen blijft bij nieuwe ontwikkelingen vaak onderbelicht, en in veel gevallen ontbreekt het ruimtelijke ‘verhaal van het kanaal’. Daarom vroeg Rijkswaterstaat Dienst Landelijk Gebied een handreiking op te stellen die de kwaliteit van de kanalen vat in een overzichtelijk handboek: ‘Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen’.

Dit handboek bestaat uit meerdere delen. Een overkoepelend deel beschrijft de methodologie en typologie van alle Rijkskanalen. Daarnaast is er voor elk kanaal apart een supplement opgesteld.

Aan de hand van archiefonderzoek en interviews zijn per kanaal de oorspronkelijke inpassings- en vormgevingsprincipes achterhaald. De huidige situatie werd geanalyseerd en naast de oorspronkelijke vormgevingsprincipes gelegd. Tot slot werden de kernkwaliteiten benoemd en werden de ruimtelijke opgaven per kanaal in beeld gebracht.



Werkwijze

Voor het opstellen van de handreiking is samen met Rijkswaterstaat, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en SteenhuisMeurs een stramien ontwikkeld. Daarvoor werden historische prenten, (GIS) kaarten, foto’s en tekeningen gebruikt.

Zo zijn de volgende kanalen in beeld gebracht: Noordzeekanaal, Twentekanalen, Julianakanaal, Amsterdam – Rijnkanaal, Van Starckenborgkanaal, Prinses Margrietkanaal en het Eemskanaal.






  • Kenmerken
Kenmerken

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen

Locatie: Nederland

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Opdrachtnemer: DLG

Partners: SteenhuisMeurs

Status: Onderzoek

Periode: 2013-2015

Thema: Erfgoed, onderzoek, water, infrastructuur

Omschrijving kort: Op zoek naar de ruimtelijke kwaliteit van rijkskanalen


Het resultaat? Kijk op de kwaliteit van kanalen.



DSC0405-1280x850.jpg

Op (onder)zoek naar de belevingswaarde van onze Nationale Parken

Nationale Parken van Wereldklasse

‘Nationale Parken nieuwe stijl’ is een driejarig programma van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel van het programma is om de Nederlandse natuurgebieden aantrekkelijker te maken en te ontsluiten voor internationaal toerisme. Zo kunnen deze gebieden een groene aanvulling vormen op bestaande bestemmingen en bijdragen aan een betere spreiding van toeristen over Nederland. Om het denken over de nationale parken inhoud te geven heeft het Atelier Rijksbouwmeester Hofstra|Heersche gevraagd onderzoek te doen naar twee (potentiele) nationale parken. Ook zijn de Nederlandse nationale parken in internationaal perspectief geplaatst.


Aanpak

Hofstra|Heersche heeft gekeken hoe het staat met ‘onze’ nationale parken in vergelijking tot nationale parken in het buitenland. Daartoe zijn zes verschillende, door ons zelf bezochte nationale parken in het buitenland geanalyseerd. Per park is een algemene beschrijving gegeven, wordt ingegaan op het belevingsaspect en is uitgezocht welke faciliteiten het park heeft en hoe de digitale informatievoorziening is georganiseerd. De belangrijkste karakteristieken zijn overzichtelijk weergegeven op kaart en in tabel. De nationale parken in het buitenland zijn vervolgens vergeleken met nationaal park de Utrechtse Heuvelrug en met de Zuidwestelijke Delta (Zeeland en de Biesbosch) in Nederland.







Toerist in eigen land

Vervolgens zijn we vier dagen lang als toerist in eigen land op zoek gegaan naar de ultieme nationale parkervaring. We hebben gefietst, gekanood, gevaren en geploeterd. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Soms spontaan, soms goed georganiseerd. Deze dagen hebben indruk gemaakt. Persoonlijke ontmoetingen die ons bijblijven, onverwachte ervaringen en sublieme momenten van natuurbeleving. Al onze ervaringen, groot en klein, positief en negatief, zijn te lezen in ons ‘Dagboek van een avonturier’. Want soms zeggen details meer dan abstracties en concepten.



Aansprekende concepten

Tot slot hebben we ons, met internationale kennis en nationale ervaring, gewaagd aan twee concepten voor onze onderzoeksgebieden. Voor de Utrechtse Heuvelrug hebben we een veelkleurig kralensnoer ontwikkeld. Een afwisseling van verende venen, pimpelpaarse heidevelden, stuivende duinen, hoge toppen en diepe dalen. Dit alles verbonden door een wonderschoon wandel- en fietsnetwerk en rijkelijk voorzien van gastvrije bezoekerscentra.






Zuidwestelijke Delta

De Zuidwestelijke Delta laat zich in slechts één woord vangen: dynamiek. Eindeloze zandstranden en brede duinstroken, slikken en schorren, dijken en dammen vertellen het verhaal van de ontmoeting tussen zoet en zout. Overweldigend natuurschoon. Eb en vloed, stuivend zand, zuigend slik en weelderige wilgenwouden. Over water verbonden door een netwerk van nieuwe vaarverbindingen. Over land worden de fraaiste (erfgoed)routes aan elkaar geregen. Zo biedt de Delta altijd iets bijzonders. Of je nu voor een halve dag komt of voor drie dagen.





Utrechtse Heuvelrug

Welkom in het toekomstige Nationaal Park de Heuvelrug. Het gebied beslaat de gehele stuwwal en alle haar omringende landschappen. Beleef het fenomeen met haar spectaculaire hoogteverschillen en weidse zicht op de omgeving.

AfwisselingHet Nationaal PUark brengt een grootse diversiteit aan Nederlandse landschappen bij elkaar. Het biedt natte en verende venen, pimpelpaarse heidevelden, stuivende droge duinen, hoge toppen en diepe dalen.

KralenOntdek elk van deze landschappen vanuit een goed bereikbare uitvalsbasis. Deze bezoekerscentra zijn onderling verbonden door een uitgekiend routenetwerk over land of over water en fungeren als transferia. Per bus, op de fiets of te voet kun je op weg naar het volgende transferium. Vanuit de bezoekerscentra beleef je de sublieme natuur die Nationaal Park Heuvelrug te bieden heeft.

De bezoekerscentra worden verbonden door een wonderschoon wandel- en fietsnetwerk. De routing ligt te midden van de ongerepte natuur en cultuurhistorische landschappen. Het tracé doorkruist verschillende landschappen en is rijk aan reliëf. De route brengt je op de meest bijzondere plekken van de Heuvelrug. Zo kom je langs de Eenzame eik, het hoogste punt van de heuvelrug, het prachtige Leersumse veld en de hoge uitkijktoren ‘de Kaap’.





  • Kenmerken
Kenmerken

Nationale Parken van Wereldklasse

Locatie: Den Haag, Zuid-Holland

Opdrachtgever: Atelier Rijksbouwmeester, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Partners:  Veronika Kunclová

Status: Onderzoek

Periode: 2016

Thema: Beleid. Natuur. Recreatie. Internationaal.

Omschrijving kort: Onderzoek naar de belevingswaarde van Nationale Parken


Het resultaat? Nationale Parken van wereldklasse.