Natuur

DJI_0010-1280x960.jpg

Herinrichting Vledder Aa

Ontwerp voor een hedendaagse en natuurlijke beek


Ruimte voor een natuurlijk beeksysteem

De Vledder Aa is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een netwerk dat natuurgebieden met elkaar verbindt. In dit project ontwerpen we in opdracht van en samen met Prolander 204 hectare nieuwe natuur. Met de inrichting geven we ook invulling aan de ‘Kaderrichtlijn Water’ en de opgave ‘Waterberging 21e eeuw’.

De herinrichting van de beek en het beekdal sluit goed aan op de opgave van het waterschap om het gebiedseigen water zoveel mogelijk in het gebied vast te houden. Zo is er voldoende water in droge periodes.

Ook aan de gebruikers van het landschap wordt gedacht. De herinrichting van de Vledder Aa biedt kansen voor recreatieve voorzieningen die passen bij de nieuwe natuur. Dit draagt bij aan de beleving van het Drentse landschap.

Het jaar 2021 staat in het teken van de gezamenlijke planvorming. In 2022 worden de plannen vastgesteld waarna ook de benodigde vergunningen worden aangevraagd. Het doel is de inrichting van de Vledder Aa (fase 2) in 2023 uit te voeren.







Eeuwenoud landschap

Het landschap dat we vandaag de dag zien en beleven is het resultaat van een eeuwenlange wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving.

In Drenthe vormden beekdalen eeuwenlang een onmisbaar onderdeel in de boerenbedrijfsvoering. De lage, natte graslanden werden gebruikt om te hooien en om vee te laten grazen. Het is een agrarisch landschap ten voeten uit. Alle onderdelen van het landschap waren met elkaar verbonden en hadden een eigen functie in het landbouwsysteem.

De esdorpen Vledder, Doldersum en Wapse hadden elk een eigen deel van het beekdal van de Vledder Aa in gebruik. Het beekdal werd door de boeren verkaveld in lange, smalle percelen. Hiervoor werden sloten gegraven, loodrecht op de Vledder Aa. Door al die smalle percelen kreeg het beekdal het open karakter zoals wij het vandaag de dag kennen.



Naoorlogse ruilverkaveling

Van oorsprong is de Vledder Aa een langzaam stromende, kronkelende beek. Na de Tweede Wereldoorlog ging de beek op de schop als onderdeel van de ruilverkavelingen. Onder het mom van ‘nooit meer honger’ moesten technische maatregelen de landbouw efficiënter maken. Daarvoor moest de afwatering worden versneld. Niet alleen werd de Vledder Aa rechtgetrokken en verdiept (normalisatie). Ook werden er diepe sloten gegraven om percelen voldoende droog te maken. Smalle kavels werden samengevoegd, overbodige kavelsloten gedempt en houtwallen gekapt. Zo ontstonden de grote landbouwpercelen die ons herinneren aan de naoorlogse tijdgeest.







Van afvoeren naar vasthouden

De Vledder Aa vindt zijn oorsprong in de natuurgebieden van Drents-Friese Wold. Het is de enige beek in Nederland die ontspringt te midden van natuur. Hierdoor heeft de Vledder Aa verschillende ecologische, hydrologische en landschappelijke potenties. Het zijn kansen die we met een herinrichting willen benutten.

Het doel in dit project is om een natuurlijk en klimaatbestendig beeksysteem te ontwikkelen dat goed past in de omgeving. Onderdeel daarvan is het vertragen en vasthouden van water in het gebied. Ook willen we diepe kwelstromen beter gebruiken, zodat bijzondere planten en dieren weer terug kunnen komen.

Hoe gaat het verloop van de nieuwe beek er straks uitzien? We streven naar een herkenbaar, toekomstbestendig landschap met een rijke biodiversiteit en een gezonde waterhuishouding.





Voor plant en dier

Het beekdal van de Vledder Aa is van oudsher enorme rijk aan planten en dieren. Niet alleen in het water, maar ook op het land. Tot de ruilverkaveling in de jaren ’60 was de Vledder Aa een natuurlijk functionerend watersysteem. Het beekdal kende allerlei overgangen van hoog en droog naar laag en nat. Tijdens de ruilverkaveling werd de beek van zijn bochten ontdaan en verdiept om de waterafvoer te versnellen. Ook werden stuwen geplaatst om het waterpeil te kunnen sturen. Daarmee verdwenen, naast de stroomsnelheid, natuurlijke processen zoals de verplaatsing van zand en slib. Hierdoor verdwenen ook bijzondere soorten die hiervan afhankelijk zijn. De diepe ontwateringssloten voeren het bijzondere kwelwater snel af. Het gevolg is dat vegetatietypen die juist van vochtige omstandigheden en kwel houden niet konden overleven en uit het gebied zijn verdwenen.

Er is veel veranderd in het landschap, maar er liggen mooie kansen. In de sloten wijst een roestbruine kleur op de aanwezigheid van kwel, net als de aanwezigheid van planten als holpijp en dotterbloem. Let er maar eens op. We willen de variatie in het landschap met de bijbehorende rijkdom aan planten en dieren herstellen. Door de waterkwaliteit te verbeteren dragen we ook bij aan de kwaliteit van benedenstroomse natuurgebieden.









Een hedendaagse beek

Met een nieuwe inrichting willen we niet terug in de tijd, maar willen we juist ook vooruit kijken. We werken aan het beekdal en de cultuurhistorie van de toekomst. Daarbij worden we wel geholpen door de gelaagdheid van het gebied. En soms loont het ook wel om oude structuren terug te brengen.

Kijken we door onze oogharen naar het schetsontwerp dan zien we cultuurhistorische elementen terug in het landschap rondom Vledder en Doldersum, met de karakteristieke madegronden en enkele natuurakkers. Indien mogelijk voegen we daar ook het cultuurhistorische gebruik als hooi- en weidegrond aan toe. Het kavelpatroon, gemarkeerd door sloten, houtwallen en singels blijft als laag zichtbaar.

Wat betreft de Vledder Aa vallen we niet terug op een oude loop. En eigenlijk past dat ook wel, want grondradaronderzoek heeft uitgewezen dat er van één loop geen sprake is. Wij ontwerpen een beekloop die past bij het huidige systeem. Ook de wederopbouwperiode en de tijd van de ruilverkavelingen met hun weidsheid en grote percelen en rechtlijnige ontginningen zijn onderdeel van de cultuurhistorie van deze plek. In het schetsontwerp  worden de wederopbouwerven als groene eilanden in het beekdal zichtbaar gemaakt en blijven de relatief grote percelen uit deze periode herkenbaar in het gebied.

Al met al werken we aan een robuust en eigentijds beekdal dat de uitdagingen van deze tijd, onder andere op het gebied van klimaat, waterberging en ecologie aan kan. Het rijke verleden is daarbij een belangrijke inspiratiebron.



Interactief planproces

Het schetsontwerp kent een drietal pijlers. De belangrijkste basis wordt gevormd door twee ‘schets-sessies’. Tijdens deze bijeenkomsten is met gebiedspartijen, belangrijke stakeholders uit het gebied en specialisten van Hofstra|Heersche en Prolander geschetst aan het beekdal van de Vledder Aa. Voorafgaand aan deze schetsschuiten organiseerde we samen met Prolander een fietstocht en een aantal wandelingen door het plangebied voor geïnteresseerden. Wensen, ideeën en kennis die hier is opgehaald is ingebracht in de schets-sessies en, waar mogelijk, verwerkt in het schetsplan. De derde pijler wordt gevormd door de eerste resultaten van onderzoek dat in het gebied heeft plaatsgevonden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het grondradaronderzoek dat de ondergrond gedetailleerd in kaart heeft gebracht.

Het schetsontwerp brengt de hele oogst bij elkaar in een inrichtingsplan dat in de basis de uitkomst vormt van het doorlopen proces, en tegelijkertijd een functionerend en samenhangend plan vormt. Een in hoofdlijnen gedragen plan, dat de basis vormt voor nadere uitwerking in de volgende fase van het proces.

In de volgende fase werken we plan uit tot een uitvoerings-gereed ontwerp. Daarbij worden we gevoed door diverse onderzoeken die op dit moment worden uitgevoerd. Dit zal ons helpen om het voorliggende plaatje verder uit te werken tot een realistisch een maakbaar ontwerp.





  • Kenmerken
Kenmerken

Middenloop Vledder Aa

Locatie: Vledder, Drenthe

Opdrachtgever: Prolander

Partners: Witteveen en Bos

Status: Schetsontwerp

Periode: 2021-2022

Thema: Natuur, water, cultuurhistorie, agrarisch natuurbeheer, participatie



Genormaliseerde beek zoekt de ruimte


DSC0405-1280x850.jpg
Op (onder)zoek naar de belevingswaarde van onze Nationale Parken

Nationale Parken van Wereldklasse

‘Nationale Parken nieuwe stijl’ is een driejarig programma van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel van het programma is om de Nederlandse natuurgebieden aantrekkelijker te maken en te ontsluiten voor internationaal toerisme. Zo kunnen deze gebieden een groene aanvulling vormen op bestaande bestemmingen en bijdragen aan een betere spreiding van toeristen over Nederland. Om het denken over de nationale parken inhoud te geven heeft het Atelier Rijksbouwmeester Hofstra|Heersche gevraagd onderzoek te doen naar twee (potentiele) nationale parken. Ook zijn de Nederlandse nationale parken in internationaal perspectief geplaatst.


Aanpak

Hofstra|Heersche heeft gekeken hoe het staat met ‘onze’ nationale parken in vergelijking tot nationale parken in het buitenland. Daartoe zijn zes verschillende, door ons zelf bezochte nationale parken in het buitenland geanalyseerd. Per park is een algemene beschrijving gegeven, wordt ingegaan op het belevingsaspect en is uitgezocht welke faciliteiten het park heeft en hoe de digitale informatievoorziening is georganiseerd. De belangrijkste karakteristieken zijn overzichtelijk weergegeven op kaart en in tabel. De nationale parken in het buitenland zijn vervolgens vergeleken met nationaal park de Utrechtse Heuvelrug en met de Zuidwestelijke Delta (Zeeland en de Biesbosch) in Nederland.







Toerist in eigen land

Vervolgens zijn we vier dagen lang als toerist in eigen land op zoek gegaan naar de ultieme nationale parkervaring. We hebben gefietst, gekanood, gevaren en geploeterd. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Soms spontaan, soms goed georganiseerd. Deze dagen hebben indruk gemaakt. Persoonlijke ontmoetingen die ons bijblijven, onverwachte ervaringen en sublieme momenten van natuurbeleving. Al onze ervaringen, groot en klein, positief en negatief, zijn te lezen in ons ‘Dagboek van een avonturier’. Want soms zeggen details meer dan abstracties en concepten.



Aansprekende concepten

Tot slot hebben we ons, met internationale kennis en nationale ervaring, gewaagd aan twee concepten voor onze onderzoeksgebieden. Voor de Utrechtse Heuvelrug hebben we een veelkleurig kralensnoer ontwikkeld. Een afwisseling van verende venen, pimpelpaarse heidevelden, stuivende duinen, hoge toppen en diepe dalen. Dit alles verbonden door een wonderschoon wandel- en fietsnetwerk en rijkelijk voorzien van gastvrije bezoekerscentra.






Zuidwestelijke Delta

De Zuidwestelijke Delta laat zich in slechts één woord vangen: dynamiek. Eindeloze zandstranden en brede duinstroken, slikken en schorren, dijken en dammen vertellen het verhaal van de ontmoeting tussen zoet en zout. Overweldigend natuurschoon. Eb en vloed, stuivend zand, zuigend slik en weelderige wilgenwouden. Over water verbonden door een netwerk van nieuwe vaarverbindingen. Over land worden de fraaiste (erfgoed)routes aan elkaar geregen. Zo biedt de Delta altijd iets bijzonders. Of je nu voor een halve dag komt of voor drie dagen.





Utrechtse Heuvelrug

Welkom in het toekomstige Nationaal Park de Heuvelrug. Het gebied beslaat de gehele stuwwal en alle haar omringende landschappen. Beleef het fenomeen met haar spectaculaire hoogteverschillen en weidse zicht op de omgeving.

AfwisselingHet Nationaal PUark brengt een grootse diversiteit aan Nederlandse landschappen bij elkaar. Het biedt natte en verende venen, pimpelpaarse heidevelden, stuivende droge duinen, hoge toppen en diepe dalen.

KralenOntdek elk van deze landschappen vanuit een goed bereikbare uitvalsbasis. Deze bezoekerscentra zijn onderling verbonden door een uitgekiend routenetwerk over land of over water en fungeren als transferia. Per bus, op de fiets of te voet kun je op weg naar het volgende transferium. Vanuit de bezoekerscentra beleef je de sublieme natuur die Nationaal Park Heuvelrug te bieden heeft.

De bezoekerscentra worden verbonden door een wonderschoon wandel- en fietsnetwerk. De routing ligt te midden van de ongerepte natuur en cultuurhistorische landschappen. Het tracé doorkruist verschillende landschappen en is rijk aan reliëf. De route brengt je op de meest bijzondere plekken van de Heuvelrug. Zo kom je langs de Eenzame eik, het hoogste punt van de heuvelrug, het prachtige Leersumse veld en de hoge uitkijktoren ‘de Kaap’.





  • Kenmerken
Kenmerken

Nationale Parken van Wereldklasse

Locatie: Den Haag, Zuid-Holland

Opdrachtgever: Atelier Rijksbouwmeester, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Partners:  Veronika Kunclová

Status: Onderzoek

Periode: 2016

Thema: Beleid. Natuur. Recreatie. Internationaal.

Omschrijving kort: Onderzoek naar de belevingswaarde van Nationale Parken


Het resultaat? Nationale Parken van wereldklasse.


DSC_0527-1280x857.jpg
Een onderzoek naar permacultuur, meerjarige teelten, voedselbossen en ‘agro-forestry’

Meerjarige teelten

Als vervolg op ‘Plan Ortolaan’, onze inzending voor de EO Wijers-prijsvraag voor de stedendriehoek Apeldoorn, Zutphen, Deventer, verdiepten we ons verder in de meerjarige teelten. Onze nieuwsgierigheid komt mede voort uit de maatschappelijke hype rond voedselbossen. Er is veel over geschreven, bijvoorbeeld door Mark Sheperd, Sepp Holzer en Martin Crawford. Maar hoe zit het echt in elkaar en is permacultuur een antwoord op de steeds intensiever wordende veehouderij?


Bijdrage aan het debat

Toen Louis Dolmans, beheerder van de ‘Natuurakkers’ in Park Lingezegen, het idee presenteerde om een congres te organiseren en Mark Sheperd uit te nodigen, besloot Hofstra|Heersche hier zowel inhoudelijk als financieel een bijdrage aan te leveren. Tijdens het congres ‘Van akker naar bos’ presenteerde Sheperd het verhaal van zijn boerderij in de Verenigde Staten. Wij organiseerden een ‘break-out session’ waarin we op zoek zijn gegaan naar nieuwe functies voor kleine landschapselementen als houtwallen.







Verdieping

De presentatie van Sheperd was voor ons aanleiding om ons verder te verdiepen in zijn gedachtegoed, gedachtegoed dat we ook vinden bij Sepp Holzer en Martin Crawford. Bij deze verdiepingsslag werken we samen met Walda Schenk, specialist op het gebied van biologische landbouw, voormalig melkveehouder en net zo onderzoekend en nieuwsgierig als wij. Een opdrachtgever in Hall (gemeente Brummen) gaf ons de gelegenheid deze zoektocht handen en voeten te geven. Hij wil een bestaand bos omvormen tot een bos waarin iets te halen is, een ‘bos met voedselboselementen’ dus.



Pilot

Gedurende een jaar bezochten we dit bosperceel elke drie weken. Samen met de eigenaar, Walda Schenk, een boer uit de omgeving, een vrijwilliger van de natuurvereniging en een buurtbewoner. Samen leerden we het bos kennen. Bij sneeuw, bij regen, bij kou en bij warmte. We zagen de bladeren komen in de lente en vallen in de herfst. En gedurende deze wandelingen ontstonden ideeën en wijzigden ze weer. Ontwerpen in alle rust.








Relevante kennis

In het kader van onze zoektocht bezochten we ook het bedrijf van Sepp Holzer en dat van Martin Crawford. Hoewel we beide bezoeken erg inspirerend vonden, blijkt het verschil tussen theorie en praktijk nog altijd levensgroot. De onderzoekende houding van Martin Crawford sprak ons aan. Hij kan momenteel met acht personen eten van één hectare bos van twintig jaar oud. De koolhydraten van de éénjarigen en de eiwitten uit vlees missen dan in je dieet. Ook verwerken en distribueren van de gewassen is nog een uitdaging.



Uitgebreid verslag

De bevindingen van onze excursies zijn vastgelegd in woord en beeld. Ze geven een inkijkje in de zoektocht van een geïnspireerde groep mensen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat een voedselbos meer is dan een bos met fruitbomen. Voorlopig moeten we ons richten op uitwisseling van ideeën tussen permacultuur, reguliere landbouw en biologische landbouw. Alleen samen komen we verder.








  • Kenmerken
Kenmerken

Meerjarige teelten

Locatie: Oeken, Gelderland

Opdrachtgever: Particulier

Partners: Walda Schenk

Status: In uitvoering

Periode: 2017

Thema: Permacultuur. Alternatieve teelten.


Organische ontwikkeling van een voedselbos


presentatie-Waalenburg-DLG-16-1280x905.jpg
Natuurparel in het hart van Texel

Polder Waal en Burg

In het hart van Texel ligt de polder Waal en Burg. Deze zeventiende-eeuwse polder is aangelegd in een oud kwelderlandschap, waarvan de restanten nog steeds in het landschap te zien zijn. Natuurmonumenten kocht de polder in 1909 en ontwikkelde het landschap samen met Jac. P. Thijsse. Waal en Burg is een van de eerste landschappen op Texel die eigendom werd van Natuurmonumenten.


Robuuste natuur

De polder wordt nu ingericht als een natuurgebied en is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland, de vroegere Ecologische Hoofdstructuur. De provincie Noord-Holland heeft Dienst Landelijk Gebied gevraagd een inrichtingsplan op te stellen voor de polder. Ecologie, hydrologie, landschap en cultuurhistorie zijn daarbij leidende begrippen.







Leesbaar landschap

Polder Waal en Burg is een prachtig voorbeeld van een gelaagd landschap. De nog steeds aanwezige kreek en twee kolken (restanten van voormalige dijkdoorbraken) getuigen van de vroegere dynamiek van eb en vloed, van dijkdoorbraken en het gevecht tegen het water. Steeds meer terrein wist men op de natuur te winnen, steeds efficiënter ook. Aanvankelijk regelde men de afwatering van de polder via de bestaande kreek. Later werd een stelsel van rechte sloten, gekoppeld aan een breder afwateringskanaal benut om effectief van het water af te komen. Deze gelaagdheid, het overwinnen van de natuurkrachten en nu het teruggeven aan de natuur vormen samen het bijzondere verhaal van deze polder. Een verhaal dat leidend is voor de inrichting als natuurgebied.



Gedragen concept

In nauwe samenwerking met gebiedspartijen, de provincie, ecologen en hydrologen gaf Jan Heersche het inrichtingsplan vorm. De nog aanwezige kreekstructuur met daaraan gekoppelde kolken vormen de ruggengraat van het nieuwe natuurgebied. De structuur van sloten zorgt voor een fijnmazig netwerk van ondiep water met bloemrijke randen en wordt slim benut om de recreatieve druk te reguleren. Tussen de sloten ontstaan verschillende gradiënten van nat naar droog. Hier kunnen weidevogels foerageren en broeden. Recreanten kunnen er uitwaaien of picknicken tussen de stinzenplanten van een voormalig erf. Zo biedt de polder straks voor elk wat wils, voor mens en dier.







  • Kenmerken
Kenmerken

Waal en Burg

Locatie: De Waal, Noord-Holland

Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

Opdrachtnemer: DLG

Partners: Natuurmonumenten

Status: Inrichtingsplan

Periode: 2013

Thema: Natuur. Recreatie.


Natuurparel in het hart van Texel.


luchtfoto-RWS-1280x853.jpg
Natuurwaarden en piekafvoer hand in hand

Cortenoever

Voor het terugleggen van de IJsseldijk bij Cortenoever, in de gemeente Brummen, kocht het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) een aantal landbouwbedrijven aan. Voortvloeiend uit deze aankoop heeft de provincie Gelderland het eigendom verworven van ongeveer 50 hectare grond in de uiterwaard. Zo ontstond een solide basis voor verdere duurzame ontwikkeling van dit deel van de IJssel. Zowel voor waterveiligheid, rivierbeheer, landbouw, natuurontwikkeling en het verbeteren van de leefbaarheid. De provincie Gelderland heeft Hofstra|Heersche gevraagd een werksessie met belanghebbenden te organiseren en een schetsontwerp op te stellen voor de uiterwaarden van Cortenoever.


Unieke uiterwaarde

De uiterwaarden bij Cortenoever vallen op door hun rijke, kleinschalige reliëf: de uiterwaarden zijn een zogenaamd ‘kronkelwaardenlandschap’. Een dergelijk landschap komt nog maar zelden in ongeschonden staat voor. Het ontstond doordat de rivier zich in het verleden voortdurend verlegde. In de buitenbochten trad erosie op, in de binnenbocht juist sedimentatie. Zo ontstond een afwisselend landschap van stroomruggen en verzande geulen. De hogere delen waren geschikt voor bewoning en een enkele kleine akker, de lagere gronden waren in gebruik als hooiland. Hagen van meidoorn en ander, doornig struweel dienden als natuurlijke afscheiding.







Integrale aanpak

Dit waardevolle, karakteristieke mozaïeklandschap is wezenlijk anders dan het landschap in de uiterwaarden van andere rivieren. Het is belangrijk dit karakter te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarnaast wordt gezocht naar locaties waar zich hard- en zachthoutooibos kan ontwikkelen en is het belangrijk dat de oppervlakte stilstaand (kwel)water toeneemt. Van deze ontwikkelingen profiteren meerdere planten- en diersoorten. Tijdens een workshop met diverse belanghebbenden, waaronder het waterschap, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer, is een eerste aanzet voor de inrichting gemaakt. Hofstra|Heersche werkte deze aanzet uit tot een schetsontwerp waarin alle doelen en opgaven aan bod kwamen.



Nieuw elan

Het mozaïeklandschap werd in het ontwerp verder verfijnd. Op hoge plekken in de nabijheid van erven worden natuurakkers ontwikkeld. Door de kronkelwaarden te ontdoen van slib vangen de geulen weer kwelwater van de Veluwe af, terwijl op de hogere delen glanshaverhooiland of hardhoutooibos kan ontstaan. Nieuwe wegen zorgen, in aansluiting op de reeds bestaande infrastructuur, voor een optimale beleving van het gebied. Een afwisseling tussen lucht, water en land, tussen geurend hooi en bloemrijke akkers. Een landschap zoals Jan Voerman het geschilderd kon hebben.










  • Kenmerken
Kenmerken

Cortenoever

Locatie: Brummen, Gelderland

Opdrachtgever: Provincie Gelderland

Partners: Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer

Status: Inrichtingsplan

Periode: 2015-2016

Thema: Gebiedsontwikkeling. Recreatie. Nieuwe natuur. Ruimte voor de rivieren.


Natuurwaarden en piekafvoer hand in hand.


Figuur3.1_1_impressie_zwerfnatuur_OVW-1280x905.jpg
Groots gebaar op de grens van cultuur en natuur

OostvaardersWold

Edelherten moeten weer vrij kunnen trekken van natte, grazige weiden naar droge, beschutte bossen. Die mogelijkheid wil men creëren met de ontwikkeling van het OostvaardersWold in Flevoland. Een robuuste verbinding tussen de Oostvaardersplassen en de Veluwe.




Oostervaardersplassen ontsloten

Dienst Landelijk Gebied en Enno Zuidema Stedenbouw werkten, in opdracht van de provincie Flevoland, samen aan deze ontwerpopgave van formaat. NEXT Architects ontwierp bijzondere ‘kunstwerken’: bruggen, viaducten en ecoducten.

In de rechtlijnige polder zocht de provincie naar een natuurlijke vormentaal. Van slingerende beken, eindeloze bossen tot moerassige vlaktes. Edelherten mogen overal komen, andere ‘grote grazers’ slechts op een aangewezen deel.

Natuur en infrastructuur vormen een inventief vlechtwerk van natuurbruggen en faunapassages. De verkeersdeelnemer beleeft, het trekkende wild overleeft. Een uniek gebied in Nederland.



Deltanatuur

Van oost naar west is het OostvaardersWold de schakel tussen landbouw in het oosten en de bebouwing van Almere Oosterwold in het westen. Van noord naar zuid, van de laaggelegen en natte Oostvaardersplassen naar de hoge, droge Veluwe.

Twee slingerende watergangen, waarvan de bochtstralen de standaardmaat van de landbouwkavels volgen, wijzen runderen en paarden de weg. Naar het noorden vertakken ze zich tot een ‘delta’ met rietmoerassen en natte graslanden, foerageergebied voor de kiekendief. Terrein voor de struinende natuurliefhebber.

De westelijke rand heeft een gevarieerd reliëf en leent zich daarmee bij uitstek voor avontuurlijk recreatief gebruik. Mountainbiken, overnachten, wandelen of uitkijken over de weidse vlaktes met langstrekkend wild.







Resultaat

Het intensieve ontwerpproces leverde een structuurvisie en een beeldkwaliteitsplan op, met een eigen gezicht voor de bruggen, viaducten, ecoducten en meubilair. Op basis hiervan hebben we een gedetailleerd inrichtingsplan opgesteld, met leefgebieden voor tal van planten en dieren. En met mogelijkheden voor ondernemers en recreanten.

Om verschillende redenen werd het OostvaardersWold uiteindelijk niet aangelegd. Wel zijn enkele van de fietsbruggen bij Almere en Zeewolde gerealiseerd. Andere projecten om de ecologisch rol van het OostvaardersWold te vervangen zijn inmiddels opgestart. Als Hofstra|Heersche spelen Jan Heersche en Niels Hofstra ook bij deze projecten een rol.











  • Kenmerken
Kenmerken

OostvaardersWold

Locatie: Flevoland

Opdrachtgever: Provincie Flevoland

Opdrachtnemer: DLG

Partners: Enno Zuidema Stedenbouw, NEXT architecten, Staatsbosbeheer, Gemeente Almere

Status: Definitief ontwerp. Delen uitgevoerd.

Periode: 2009-2010

Thema: Nieuwe natuur.


Groots gebaar op de grens van cultuur en natuur.


MéérKust-HOFSTRA-98-1280x892.jpg
Zuiderzeesteden komen weer aan het water te liggen

MéérKust

Neem een vergeten kustlijn en een urgente wateropgave. Combineer beiden en er ontstaat een integraal plan dat op treffende wijze schoonheid toevoegt aan Hollands laagland. Met een uitgestrekt merengebied waar plaatsen die ooit aan de Zuiderzee lagen, plotsklaps weer aan het water komen te liggen.


Zoetwaterbuffer

Een analyse toont de historische ontwikkeling van dit door de mens op de zee veroverde landschap. Deze lappendeken aan historische polders heeft een belangrijke agrarische functie voor Nederland. Door bodemdaling en toenemende zoute kwel werden de landbouwgronden echter in productiviteit en bruikbaarheid bedreigd. Bestudering van de wateropgave mondde uit in MéérKust. Een plan waarin de aanwezige kwaliteiten langs de voormalige kustlijn worden gecombineerd met de realisatie van een reusachtige zoetwaterbuffer voor de landbouw. MéérKust geeft ruimte aan een integrale ontwikkeling van verschillende regionale opgaven. Het water biedt naast het uitbouwen van het watersportnetwerk van nationale allure ruimte aan het Nationaal Natuurnetwerk en de woningbouwopgave.






Tussen kreekrug en omringdijk

Door de wateropgave aan de voormalige kustlijn te koppelen ontstaat een uitgestrekt merenstelsel op de rand van het oude land en de droogmakerijen. Door het nieuwe water in de natuurlijke laagte in te passen tussen de Westfriese Omringdijk en de kreekrug waar alle historische bebouwing op ligt, sluit het meer naadloos aan op de oude kernen in het gebied. Daarmee komen plaatsen die ooit aan de Zuiderzee lagen, zoals Schagen, Kolhorn en Winkel, plotsklaps weer aan het water te liggen.



Historie beleefbaar gemaakt

In de droogmakerijen voeden nieuw leven ingeblazen kreken het landbouwland. De zoetwaterbuffer vormt een magnifiek bevaarbaar recreatiegebied waarvan de kustlijn verschillende cultuurhistorische identiteiten herbergt: de terpenkust, dijkkust en natuurkust. Op basis hiervan wordt het woningbouwprogramma ingepast. Moderne terpen, dijkwoningen en havens krijgen hiermee een vanzelfsprekende plek in het plan.











  • Kenmerken
Kenmerken

MeerKust

Locatie: Kop van Noord-Holland

Opdrachtgever: Academie van Bouwkunst, Amsterdam

Afstudeerwerk onder begeleiding van Jeroen Bosch, Allies Rommerts en Robbert de Koning.

Periode: 2009

Thema: Wateropgave.  Landbouw. Recreatie. Erfgoed.


Oude kustlijn herleeft als zoetwaterbuffer voor de landbouw


Horsterwold_20140513_3949-1280x853.jpg
Transformatie van overzichtelijk productiebos naar avontuurlijk natuurgebied

Horsterwold

Het Horsterwold is een van de grootste aaneengesloten loofbossen van Nederland. Het Horsterwold is in de laatste jaren omgevormd van een min of meer massieve bosopstand naar een meer open en divers bos met meanderende waterpartijen.


Dwalen door de wildernis

Waar zou je beter van rust en ruimte kunnen genieten? Je deelt het bos alleen met reeën, wilde paarden, damherten en vossen en vogels. Er ligt een prachtig netwerk van paden en routes voor je klaar. Ontdek ze met de fiets, lopend, te paard of vanuit de kano. Of ga mee met een van de safaritochten die Staatsbosbeheer hier organiseert, te voet, te water of in de ecokar.







Unieke natuur

De bosomvorming heeft geresulteerd in hogere natuurwaarden en biodiversiteit. Dit komt voort uit de grotere diversiteit aan leefgebieden die zijn ontstaan door de toevoeging van openheid, overgangen, randen en open water. Deze leefgebieden bieden de potentie voor de ontwikkeling van een laagveenachtige flora en fauna. In dit natuurlijke systeem zijn toppredatoren als de zeearend karakteristiek en kan ook de bever invloed hebben op het landschap.



Bijzondere beleving

Als kers op de taart heeft ook de bestaande uitkijkheuvel Horsterberg een opknapbeurt gekregen. Deze bestaat uit de inrichting van een fraai uitgewerkte verblijfsruimte met meer zitgelegenheid en beschutting. Daarnaast is de oorspronkelijke Horsterberg uitgebreid met een nieuwe en meer beschutte uitkijkheuvel. Hierop is door Staatsbosbeheer een uitkijktoren geplaatst. In samenwerking met architecte Geerke Frederik van de Grontmij hebben we tot slot een vogelkijkhut ontworpen. Kijken zonder gezien te worden!






Horsterberg als middelpunt

De Horsterberg is meer dan een eindpunt. Natuurlijk zal een deel van de bezoekers, zeker mindervaliden, naar de Horsterberg komen om daar een poos te verblijven en van het uitzicht te genieten. Een deel van de mensen zal echter vanaf de Horsterberg beginnen met een struintocht. Daartoe leent de plek zich ook uitstekend. Rondom de Horsterberg liggen verschillende struinroutes, die in verschillende richtingen uiteen waaieren.

Veel meer dan nu het geval is zou de Horsterberg ook als knooppunt in deze struinroutestructuur kunnen functioneren. Dat bekent ook dat bezoekers verleid kunnen worden om te struinen, ook als dat eigenlijk niet het doel van het bezoek was. Zo is het heel goed denkbaar dat een bezoeker die normaal gesproken via het betonpad heen en terug zou lopen, op de berg in de verleiding wordt gebracht om juist door de natuur terug te lopen en op die terugweg de Tuurtoren nog even aan te doen.




Aspect image
Aspect image
Aspect image
Aspect image




Beeldhouwen in klei

De eerste fase van de transformatie bestaat uit ‘beeldhouwen’ in de bestaande berg. Terwijl de huidige betonnen omgang op de top in tact blijft wordt in de flank van de berg een nieuw niveau toegevoegd. Dit nieuwe niveau zorgt voor een prettige verblijfplek. Hier kan de bezoeker zitten met de zon in het gezicht en de dekking van een talud in de rug. Bij guur weer zorgt het lager gelegen niveau voor beschutting. Tegelijkertijd is het een andere ‘ruimte’ dan de top, die hoger ligt en van waar de bezoekers een vrij uitzicht houden.

In het verlengde van de aanleg van een nieuw niveau in de flank wordt een drietal trappen aangelegd. Deze trappen vervangen de huidige trap en zijn breder, waardoor ze tevens zitgelegenheid bieden. Iedere trap benadrukt een struinrichting die de bezoeker kan kiezen. Zo staat één van de trappen aan de basis van een kort ommetje naar de Tuurtoren. De route is niet veel langer, maar voegt wel een dimensie aan de wandeling toe. Een tweede trap vormt het startpunt van een struinroute naar de vogelkijkhut met, eventueel, een vervolg naar het deel van het Horsterwold ten noorden van de Flediteweg. Tot slot is er nog de mogelijkheid om naar de ‘Zevenhorst’ of paalkampeerplaats Campanula te struinen. Daartoe is een derde trap het beginpunt. Het aanbrengen van de drie trappen positioneerd de Horsterberg duidelijk als knooppunt in het netwerk van struinroutes.







  • Kenmerken
Kenmerken

Horsterwold en Horsterberg

Locatie: Zeewolde, Flevoland

Opdrachtgever: Provincie Flevoland en Staatsbosbeheer

Opdrachtnemer: DLG / Hofstra|Heersche landschapsarchitecten.

Partners: Staatsbosbeheer

Status: Deels uitgevoerd

Periode: 2012-2017

Thema: Natuur. Recreatie. Uitvoering. Buitenruimte.


Spectaculair gevormd uitkijkpunt biedt recreant plekje op de eerste rang