Overheden

Gramsma_Riff_A4_kl-5-1-1280x385.jpg

Ondernemers ontwikkelen toegankelijke natuur en verbrede landbouw

Nieuwe natuur Dronten Oost

De afgelopen jaren hebben we een bijdrage geleverd aan de realisatie van nieuwe natuur in Flevoland. In het kader van het programma Nieuwe Natuur van de Provincie Flevoland hebben we alle grondeigenaren in een zoekgebied gevraagd naar hun ideeën om nieuwe natuur, recreatie en landbouw in samenhang te ontwikkelen. In dit integrale gebiedsproces hebben we samengewerkt met STIVAS, LTO, Kadaster en Eelerwoude.


Bottom-up

Na alle geïnteresseerden grondgebruikers te hebben gesproken hebben we twee kansrijke deelgebieden vastgesteld. Hierbinnen zijn we met de bewoners aan de slag gegaan om ideeën concreet te maken. De resultaten zijn uitgewerkt in afzonderlijke inrichtingsplannen en businesscases. Het resultaat omvat de integrale ontwikkeling met meer dan 70 hectare nieuwe natuur, recreatieve routes en een verbetering van de bedrijfsstructuur.







Aan de keukentafel en in de schuur

‘Wij zijn ontzettend blij met deze positieve uitkomst. Nieuwe Natuur creëren aan de oostkant van Dronten in samenhang met de omgeving is natuurlijk prachtig. Maar ook de wijze waarop het tot stand is gekomen, in samenwerking met de ondernemers in het gebied, is een mooi voorbeeld van participatie’, aldus wethouder Jaap Oosterveld.


Gedeputeerde Jan-Nico Appelman: ‘Veel verschillende partijen, inclusief agrarische ondernemers, hebben constructief samengewerkt om tot één overkoepelend gebiedsplan te komen, waarin natuur wordt gecombineerd met recreatie en landbouw. Dat is wat het proces in dit project zo bijzonder maakt: iedereen draagt zijn eigen steentje bij aan de profilering van de oostkant van Dronten als recreatief verblijfsgebied én vestigingsplaats’.



Samenwerking voorop

Wij hebben gedurende het gehele proces de planvorming ondersteund. In de eerste plaats door een ecologische quick-scan op te stellen die aangeeft waar, hoe en welke  natuurwaarden kunnen worden gerealiseerd. Op vergelijkbare wijze hebben we nagedacht over de te behalen landschappelijke kwaliteit en recreatieve meerwaarde.

Op individueel niveau hebben we met de deelnemers gewerkt aan de vertaling van hun wensen en ideeën in concrete inrichtingsplannen. Na voltooiing hiervan hebben we voor elke ondernemer, samen met Brandhof  Natuur & Platteland en Albert Corporaal een individueel beheerplan opgesteld.

In het proces hebben we de samenhang tussen de afzonderlijke initiatieven bewaakt én bevordert. Tot slot hebben we de resultaten samen met Eelerwoude voorzien van een kostenraming. Het geheel van businesscases is vervat in de uitvoeringsovereenkomst tussen provincie en gemeente.








100 jaar Zuiderzeewet

In 2018 is het een eeuw geleden dat het Nederlandse parlement de Zuiderzeewet aannam. Dit wordt gezien als het startschot voor het ontstaan van de provincie Flevoland. Om dit te vieren heeft de provincie het initiatief genomen een nieuw landschapskunstwerk te realiseren.

Het ontwerp van Gramsma is een toevoeging aan de reeks van 7 reeds bestaande landschapskunstwerken in de provincie. Het ontwerp refereert aan 100 jaar Zuiderzeewet en de inpoldering. Het ontwerp behelst een stukje nieuw land, waarvoor een gegraven ruimte in de Zuiderzeegrond als tijdelijke mal wordt gebruikt. Het resultaat (de contramal) zal als een opgegraven archeologische vondst herinneren aan de bodem en een nieuw uitkijkpunt vormen op het ingepolderde landschap. Zo wordt een plek gecreëerd voor mens en natuur die de verborgen geschiedenis ervan toont.

In overleg met de kunstenaar hebben we het kunstwerk een plek gegeven in een van onze ontwerpen. Het komt op een prachtige locatie op de overgang van land naar water en zal worden ontsloten door een wandelpad.




  • Kenmerken
Kenmerken

Nieuwe natuur Dronten Oost

Locatie: Dronten, Flevoland

Opdrachtgever: Gemeente Dronten

Partners: STIVAS, Kadaster, Staatsbosbeheer, Eelerwoude, Bob Gramsma

Status: Planvorming

Periode: 2015-2017

Thema: Nieuwe natuur. Recreatie. Landbouw.


Ondernemers ontwikkelen toegankelijke natuur en verbrede landbouw.



WhatsApp-Image-2018-05-30-at-13.14.04-1-1280x720.jpeg

Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld

Atlas van de Waterkwaliteit

In opdracht van Waterschap Rijn en IJssel werken we aan geheel nieuw type atlas. In deze ‘Atlas van de Waterkwaliteit’ brengen we in beeld hoe het ervoor staat met de waterkwaliteit in de beken, plassen en sloten in het gebied van waterschap Rijn en IJssel.
Voor deze atlas hebben we de redactie, GIS analyse, illustraties, opmaak en het drukwerk verzorgd.


Aanpak

De atlas brengt ook in beeld wat de ontwikkelingen in de waterkwaliteit zijn geweest gedurende de afgelopen decennia, en wat er aan inspanningen is verricht om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarbij geeft de atlas inzichten in de invloeden die er anno 2017 op de waterkwaliteit zijn.

Doel is om de toestand van de waterkwaliteit te kennen en te begrijpen. Daarmee vormt de atlas een belangrijke pijler om samen met partners uit het hele gebied en de bovenstroomse gebieden in Duitsland de mogelijkheden te verkennen om de waterkwaliteit in de toekomst nog beter te maken. In de Atlas is actuele beschikbare kennis uit monitoringsresultaten en relevante onderzoeksrapporten middels tekst, GIS en infographics op een leesbare en aantrekkelijke wijze gebundeld.







Prettig leesbaar

De Atlas is opgedeeld in een aantal onderdelen. De Samenvatting biedt in het kort de actuele stand van de waterkwaliteit. Het hoofdstuk ‘Introductie op de waterkwaliteit’ geeft een inleiding op de verschillende aspecten die relevant zijn voor de waterkwaliteit.
Het volgende hoofdstuk, ‘Beschrijving van het watersysteem’ bestaat uit twee delen. We gaan uitgebreid in op de rol van voedingsstoffen omdat deze wezenlijk zijn voor het ecologisch functioneren. Het eerste onderdeel beschrijft de relatie van een hoge voedselrijkdom van het water en de waterbodem met het ecologisch functioneren. Het tweede deel beschrijft de toestand en trends van voedingsstoffen in het oppervlaktewater. De concentraties voedingsstoffen zelf worden weergegeven en de trends die deze concentraties de afgelopen decennia hebben gevolgd.



Onderwerpen

In het hoofdstuk ‘Herkomst van voedingsstoffen’ staan per deelstroomgebied de meest relevante bronnen van voedingsstoffen centraal. De huidige toestand van de
microverontreinigingen in het oppervlaktewater wordt behandeld in het hoofdstuk ‘Beschrijving van het watersysteem – microverontreinigingen’. Omdat er verschillende soorten microverontreinigingen zijn, wordt per stof beschreven waar deze wordt aangetroffen en wat de verwachte effecten, bronnen en eventuele kennishiaten zijn. Tot slot geeft het hoofdstuk ‘Schoon water voor de mens’ een beeld van de waterkwaliteit in relatie tot een aantal specifieke mens-gerelateerde belangen van schoon water: de waterkwaliteit in de bebouwde omgeving, de zwemwaterkwaliteit, de risico’s voor drinkwaterwinningslocaties en de rol van oppervlaktewaterkwaliteit in relatie tot de
volksgezondheid.






  • Kenmerken
Kenmerken

Atlas van de waterkwaliteit

Locatie: Doetinchem, Gelderland

Opdrachtgever: Waterschap Rijn en IJssel

Partners: Damen drukkers

Status: Eerste druk

Periode: 2017-2018

Thema: Waterkwaliteit. GIS. Onderzoek.


Atlas met de toestandsbeschrijving en actuele wateropgaven in woord en beeld



Ortolaan-collage-zonder-tekstbalonnen-ORIGINEEL-EOWijers-1-1280x400.jpg

Naar een energie-producerende landbouw

EO Wijers: eervolle vermelding Plan Ortolaan

De jongste EO Wijers prijsvraag stond in het teken van het realiseren van een energie-neutrale stedendriehoek, het gebied tussen Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Hofstra|Heersche heeft samen met Bioniers (Adrie Otte) en Christina Oosterhoff een inzending voorbereid die werd beloond met een eervolle vermelding.


Aanpak

Wetenschappers hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel zeven joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector. Omdat het produceren van voedsel zo energie-intensief is, bedachten we voor de overwegend agrarische stedendriehoek een plan om de landbouw om te vormen tot energieproducent.







Toerist in eigen land

‘Plan Ortolaan’ stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem verbetert, kringlopen van mineralen sluit en de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot. Landbouw volgens Plan Ortolaan is bovendien financieel gezonder dan gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. Naast de financiële voordelen vergroot Plan Ortolaan de landschappelijke kwaliteit in de stedendriehoek.



Aansprekende concepten

De kern van het idee is bio-mimicry: het nabootsen van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem, maar dan nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hier hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die honderd jaar geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. In een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie, is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang.









Wat is Plan Ortolaan?

  • Energie
  • Producten
  • Bedrijf
  • Bedrijf

Naar een energieproducerende landbouw…

Het produceren van voedsel is energie-intensief. Wetenschappers van de Universiteit van Michigan hebben uitgerekend dat voor elke joule geconsumeerd voedsel 7 joule aan (fossiele) brandstof nodig is om het te produceren, transporteren, verpakken en conserveren[1]. Brandstof voor tractoren maakt 51% van de energievraag uit van de landbouwsector (exclusief de glastuinbouw). Elektriciteit (26%) en aardgas (19%) volgen op ruime afstand[2]. Indirect energieverbruik komt voor rekening van de productie en vervoer van kunstmest, veevoer, landbouwmachines en andere productiemiddelen.

Om te komen tot een energieleverende landbouw is het nodig om de directe én indirecte energiebehoefte terug te dringen en energie te produceren – uit biomassa, wind en zon – zonder dat dit ten koste gaat van de voedselproductie. En dat gaan we doen in Plan Ortolaan.

[1] Heller, M.C. & G.A. Keoleian (2000). Life Cycle-Based Sustainability Indicators for Assessment of the U.S. Food System. Center for Sustainable Systems, University of Michigan. Report No. CSS00-04, December 6, 2000.

[2] Bron: CBS.

…met een grote verscheidenheid aan kwalitatief hoogstaande producten…

Plan Ortolaan stelt een landbouwsysteem voor dat de energiebehoefte drastisch vermindert, biomassa voor energie als bijproduct levert, de kwaliteit van de bodem sterk verbetert, kringlopen van mineralen sluit, de biodiversiteit van het platteland sterk vergroot en de landschappelijke kwaliteit verbetert.

Het systeem gaat uit van de kracht van de natuur. Hoe complexer een ecosysteem, hoe efficiënter de energie uit het zonlicht wordt benut. Een energie-efficiënt landbouwsysteem lijkt dan ook op het van nature ter plekke voorkomende ecosysteem: het ecosysteem wordt nagebouwd met voedselgewassen en landbouwdieren.

Dergelijke landbouwsystemen zijn over de hele wereld sporadisch toegepast. Plan Ortolaan is gebaseerd op het systeem dat Mark Shepard beschrijft in zijn boek Herstellende Landbouw[1]. Hij heeft zijn gangbare landbouwbedrijf langzamerhand omgebouwd naar een agro-ecosysteem met vele soorten gewassen, vee en pluimvee. Het van nature voorkomende ecosysteem heeft hij nagebouwd met notenbomen, fruitbomen, hazelaars en bessenstruiken. Hiertussen groeien eenjarige gewassen, gras en kruiden. Vee scharrelt onder de bomen en eet te vroeg afgevallen fruit en noten, kruiden en gras. Het gelaagde systeem benut het zonlicht optimaal. De dieren zet hij ook in als landbouwinstrument, bijvoorbeeld bij de bestrijding van onkruiden en het openhouden van de bodem. Elk gewas en dier heeft meerdere functies binnen het systeem.

[1] Shepard, M. (2014). Herstellende landbouw. Agro-ecologie voor boeren, burgers en buitenlui. UItgeverij Jan van Arkel.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.


Wat krijgen we daarvoor terug?

  • Kwaliteit
  • Werk
  • Bedrijf
  • Draagvlak
  • Innovatie
  • Pilot

Een prachtig landschap en gezonde natuur, goed voor de recreatieve sector…

De landschappen in de Stedendriehoek –Achterhoek, rivierlandschap en Veluwe – worden gekenmerkt door een aansprekende afwisseling van landschappen, met vele landgoederen en natuurgebieden met bijzondere natuurwaarden. Plan Ortolaan vergroot de landschappelijke kwaliteit door uit te gaan van het van nature aanwezige ecosysteem. Het plan past daarmee uitstekend binnen beleidsambities van de provincie[1] over de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur. Natuur, landbouw en energiewinning gaan hand in hand. Vandaar ook de naam van het plan: de ortolaan is een vogel die 100 geleden vrij algemeen was in ons kleinschalige agrarisch landschap. Door schaalvergroting in de landbouw is de ortolaan nu vrijwel verdwenen. Plan Ortolaan zorgt voor een landschap waarin de ortolaan zich weer thuis zal voelen. En in een regio die mede afhankelijk is van inkomsten van recreatie is de versterking van het landschap die Plan Ortolaan biedt van groot economisch belang[2].

[1] Plan Bureau voor de Leefomgeving, Toets herijking Ecologishe Hoofdstukctuur Gelderland, 4 juni 2012

[2] Bijvoorbeeld: de Agenda Stedendriehoek (april 2013), Beleidsuitwerking Natuur en Landschap, Provincie Gelderland (2012)

…en gezonde agrarische bedrijven en werkgelegenheid in de voedselketen.

De economische waarde van Plan Ortolaan zit niet alleen in gezonde agrarische bedrijven en kansen voor recreatie, maar ook in versterking van de voedselketen. Het economisch belang van de voedselketen in de Achterhoek is groot en zorgt voor veel bedrijvigheid en werkgelegenheid. Maar die staat wel onder druk[1]. Om de negatieve ontwikkelingen te stoppen, is het cruciaal dat er meer intersectorale samenwerking op regionaal niveau plaats vindt. Een eerste kansrijke verbinding is die tussen de recreatieve sector en de voedselketen. Door deze verbindingen zullen er meer recreanten komen, die voor een deel ook in de Stedendriehoek gaan wonen. Een tweede kansrijke verbinding is die tussen voedselverwerkende industrie, detailhandel en horeca. Zo kunnen verwerkers meer consumenten betrekken bij het verwerkingsproces, kunnen supermarkten streekmarkten en workshops houden over de lokale eetcultuur en kan de horeca inspelen op de wensen van de toeristen.

[1] Fontein, R.J., V. Linderhof, M. Stuiver, R. Michels & G. Tacken (2013). Kracht van de Achterhoek. De waarde van voedselketens voor de regio. Alterra rapport 2449, Alterra Wageningen UR.

… en een gezonde bedrijfsvoering.

Een dergelijk landbouwsysteem produceert per hectare meer voedingswaarde dan gangbare systemen, met een minimum aan fossiele energiebehoefte. Door de vergrote biodiversiteit is de kans op ziekten en plagen sterk gereduceerd en heeft hij geen gewasbeschermingsmiddelen nodig. Benodigde bemesting en veevoer worden geproduceerd op eigen bedrijf, waarbij het veevoer grotendeels bestaat uit niet-verkoopbare biomassa, zoals afgevallen en nog niet rijpe vruchten.

Naast de opbrengst van voedsel heeft het bedrijf een opbrengst van drie tot dertig ton aan energiebiomassa in de vorm van hout en notenschillen per hectare. Dit is meer dan genoeg om in de eigen energiebehoefte te voorzien en na het plaatsen van een biomassavergasser, zonnepanelen op de daken van gebouwen en eventueel een windmolen levert het bedrijf elektriciteit aan het net. Een windturbine met een hub-hoogte van 70 m zien wij als een logisch element op een bij deze nieuwe landbouwvorm passend boerenerf.

Uit voorbeelden elders in de wereld blijkt dat landbouw volgens Plan Ortolaan financieel gezonder is dan de gangbare landbouw. De boer heeft minder uitgaven aan kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, veevoer en andere bedrijfsmiddelen, waardoor bij een lagere omzet het bedrijf toch rendabel is. En hij is minder afhankelijk van sterk fluctuerende marktprijzen en kan zelfvoorzienend zijn in voedsel en brandstof.

Duurzaamheid als ‘licence to produce’…

Uit de ‘Basisverkenning Gelderse Land- en Tuinbouw’[1] blijkt dat de agrarische sector steeds meer inzet op duurzaamheid: dierenwelzijn, water en energieverbruik, minder bestrijdingsmiddelen, preventie van dierziektes, duurzame agrologistiek, en de productie van duurzame energie (in de multifunctionele landbouw de sterkste stijger!). En voor het verkrijgen van Europese subsidies zijn vergroeningsmaatregelen verplicht.

Duurzame landbouw wordt door de sector steeds meer gezien als voorwaarde voor maatschappelijk draagvlak: een ‘license to produce’. De consument wordt belangrijker, en die vraagt naar duurzaam en gezond voedsel, en transparantie over herkomst en productiewijze. Er is een duidelijke local for local trend met een herwaardering voor producten uit de regio. In de Stedendriehoek vind je bijvoorbeeld IJsselVallei, Veel Luwe, Slow Food en Achterhoek producten.  

[1] Basisverkenning Gelderse Land- en tuinbouw, Bureau Bartels, februari 2015

… passend bij de trend van innovatieve boerenbedrijven.

De al genoemde Basisverkenning beschrijft verschillende trends in de landbouw. Een van de trends is die van de ‘innovatieve’ boeren, die streven naar een hogere toegevoegde waarde en onderscheidende producten. Zij zien meerwaarde in samenwerking in de keten en produceren voor de lokale of regionale markt. In kwaliteit boven kwantiteit. Bij deze innovatieve boeren past Plan Ortolaan.

Kennisopbouw in een lokale pilot…

Door samen te werken aan aansprekende voorbeelden in de regio waarin gezonde landbouw, natuur en landschap gecombineerd worden. Niet alleen om het concept te vertalen naar de Nederlandse situatie, maar ook om te laten zien dat het in de praktijk werkbaar en economisch haalbaar is. En ook om te verkennen hoe een gangbaar landbouwbedrijf stapsgewijs omgevormd kan worden. Een geslaagde pilot zal de agrarische sector het vertrouwen geven dat een andere aanpak mogelijk is. Dit is de belangrijkste stimulans voor een daadwerkelijke omschakeling binnen de sector.

Wat leren we van de pilots?

Kennis over de productie. We verkennen hoe een ecosysteemlandbouwbedrijf in Nederland rendabel kan produceren. Rondom de pilot vormen we een leergemeenschap van boeren, LTO, kennisinstellingen, de overheid.

Kennis rond de afzetmarkt. We verkennen welke producten interessant zijn voor de markt. Hierin kunnen coöperaties en producentenorganisaties een belangrijke rol spelen[1]. De oude zuivelcoöperaties, maar ook de nieuwe energiecoöperaties, en nog op te richten coöperaties voor bijvoorbeeld de notenoogst.

Nieuwe kaders van de overheid, waarin de opgaven voor energie, landschap, natuur en landbouw worden verbonden. En een daarbij passend wettelijk instrumentarium, eventueel eerst tijd- en plaatsgebonden.

…en het delen van die kennis met anderen, binnen de keten en met andere sectoren.

De rol van de overheid is in meerdere opzichten cruciaal. Zij zal een stuwende rol moeten te spelen in de ontwikkeling van kennis en de leeromgeving moeten faciliteren. Zij zal beleid en wet- en regelgeving indien nodig aan moeten passen. En daarnaast zal de overheid zal haar vertrouwen in en goedkeuring voor deze ontwikkeling moeten uitspreken. Dit geeft de ondernemers de steun in de rug die zijn nodig hebben om deze belangrijke stap te zetten.

En de overheid kan samen met de betrokkenen zorgen voor publiciteit. Zodat de resultaten van de pilot breed bekend worden en navolging krijgen. Want we zijn nog lang niet uitgeleerd.

[1] Zie ook Kamerbrief Verslag informele Landbouwraad 9-10 september 2013, DGA-ELV/ 13153837






  • Kenmerken
Kenmerken

EO Wijers prijsvraag

Locatie: Stedendriehoek, Gelderland

Opdrachtgever: EO Wijers Stichting

Partners: Christina Oosterhoff, Adrie Otte

Status: Prijsvraag

Periode: 2015

Thema: Landbouw. Energie.


Naar een energie-producerende landbouw



HH-RWS-Bedieningsgebouwen-35-1280x850.jpg

Kansen en randvoorwaarden voor herbestemming in beeld

Vrijkomende brug- en sluiswachtershuisjes

Waterrijk Nederland heeft vele bruggen en sluizen. De meeste sluis- en brugwachters bedienen deze op afstand vanuit een centrale plek, waar ze meerdere bruggen en sluizen onder hun hoede hebben. Vroeger was dat anders. De meeste sluizen en bruggen hadden een eigen sluis- of brugwachter. Daar getuigen de brug- en sluiswachtershuisjes nog van. Soms waren er zelfs meerdere, al dan niet in combinatie met een dienstwoning, afhankelijk van de grootte van het complex.


Aanpak

Omdat ook de oudere sluizen en bruggen zijn gemoderniseerd staan veel bedienposten inmiddels leeg. Rijkswaterstaat, eigenaar van een groot aantal van deze bedieningsposten, heeft Hofstra|Heersche gevraagd om voor verschillende sluizen en bruggen, door heel Nederland, een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden van herbestemming.







Toerist in eigen land

Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de directie Water, Verkeer en Leefomgeving en de lokale beheerders. Hofstra|Heersche stelde voor elk object een gestandaardiseerde vragenlijst op met voor de inventarisatie belangrijke punten: bouwjaar, architect, maar ook type gebouw, aanwezige installaties en gebruik. Ter plaatse werden de verschillende gebouwen nader onderzocht en gefotografeerd.



Aansprekende concepten

In een omvangrijk naslagwerk werd elk bezocht object op gelijkwaardige wijze beschreven en in beeld gebracht. Bovendien is inzichtelijk gemaakt of herbestemming al dan niet mogelijk is. Bij het maken van een inschatting speelde een aantal factoren een belangrijke rol. Denk aan de ligging, het huidige gebruik, de grootte van het object en de iconische waarde.








Kansen voor herbestemming

Sluizen zijn het meest vaak geschikt voor herbestemming. Vooral de oudere sluiscomplexen zijn vaak mooi vormgegeven en ze liggen op aantrekkelijke plaatsen in het landschap. Bedieningsgebouwen van bruggen zijn over het algemeen minder kansrijk. Het voorbijrazende verkeer zorgt hierbij nogal eens voor een onaangename verblijfsplek. Het inventariseren van gebruik, historische waarde en eventuele mogelijkheden voor hergebruik van verschillende gebouwen van Rijkswaterstaat is uitermate zinvol gebleken en heeft een aantal bijzondere kansen in beeld gebracht.




  • Kenmerken
Kenmerken

Gebouwen bij bruggen en sluizen

Locatie: Nederland

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Partners: –

Status: Onderzoek

Periode: 2016

Thema: Leegstand. Erfgoed. Infrastructuur.


Onderzoek naar kansen voor herbestemming van gebouwen bij bruggen en sluizen



DSC0092-1280x850.jpg

Op zoek naar het ‘verhaal van het kanaal’.

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen

Rijkswaterstaat beheert een groot aantal kanalen in Nederland. Deze Rijkskanalen kunnen meestal bogen op een lange historie. De leeftijd van de kanalen varieert van enkele honderden tot tientallen jaren. De kanalen zijn een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed van Nederland.

Aanpak

Hoewel bij de aanleg van kanalen functionele eisen voorop staan, is in veel gevallen nagedacht over de landschappelijke vormgeving van de kanalen. Soms op voor de tijd van aanleg vooruitstrevende wijze.

Door de gestage ontwikkelingen in de scheepvaart worden schepen steeds langer, hoger en breder. De kanalen worden met enige regelmaat aangepast aan de nieuwe eisen. Veel voorkomende aanpassingen zijn verbreding en verdieping van het kanaal, vergroting van de schutcapaciteit van sluizen en aanpassingen aan bruggen ten behoeve van een grotere doorvaarthoogte.







Kwaliteit in beeld

De ruimtelijke kwaliteit van de kanalen blijft bij nieuwe ontwikkelingen vaak onderbelicht, en in veel gevallen ontbreekt het ruimtelijke ‘verhaal van het kanaal’. Daarom vroeg Rijkswaterstaat Dienst Landelijk Gebied een handreiking op te stellen die de kwaliteit van de kanalen vat in een overzichtelijk handboek: ‘Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen’.

Dit handboek bestaat uit meerdere delen. Een overkoepelend deel beschrijft de methodologie en typologie van alle Rijkskanalen. Daarnaast is er voor elk kanaal apart een supplement opgesteld.

Aan de hand van archiefonderzoek en interviews zijn per kanaal de oorspronkelijke inpassings- en vormgevingsprincipes achterhaald. De huidige situatie werd geanalyseerd en naast de oorspronkelijke vormgevingsprincipes gelegd. Tot slot werden de kernkwaliteiten benoemd en werden de ruimtelijke opgaven per kanaal in beeld gebracht.



Werkwijze

Voor het opstellen van de handreiking is samen met Rijkswaterstaat, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en SteenhuisMeurs een stramien ontwikkeld. Daarvoor werden historische prenten, (GIS) kaarten, foto’s en tekeningen gebruikt.

Zo zijn de volgende kanalen in beeld gebracht: Noordzeekanaal, Twentekanalen, Julianakanaal, Amsterdam – Rijnkanaal, Van Starckenborgkanaal, Prinses Margrietkanaal en het Eemskanaal.






  • Kenmerken
Kenmerken

Kijk op de ruimtelijke kwaliteit van kanalen

Locatie: Nederland

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Opdrachtnemer: DLG

Partners: SteenhuisMeurs

Status: Onderzoek

Periode: 2013-2015

Thema: Erfgoed, onderzoek, water, infrastructuur

Omschrijving kort: Op zoek naar de ruimtelijke kwaliteit van rijkskanalen


Het resultaat? Kijk op de kwaliteit van kanalen.



DSC0405-1280x850.jpg

Op (onder)zoek naar de belevingswaarde van onze Nationale Parken

Nationale Parken van Wereldklasse

‘Nationale Parken nieuwe stijl’ is een driejarig programma van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het doel van het programma is om de Nederlandse natuurgebieden aantrekkelijker te maken en te ontsluiten voor internationaal toerisme. Zo kunnen deze gebieden een groene aanvulling vormen op bestaande bestemmingen en bijdragen aan een betere spreiding van toeristen over Nederland. Om het denken over de nationale parken inhoud te geven heeft het Atelier Rijksbouwmeester Hofstra|Heersche gevraagd onderzoek te doen naar twee (potentiele) nationale parken. Ook zijn de Nederlandse nationale parken in internationaal perspectief geplaatst.


Aanpak

Hofstra|Heersche heeft gekeken hoe het staat met ‘onze’ nationale parken in vergelijking tot nationale parken in het buitenland. Daartoe zijn zes verschillende, door ons zelf bezochte nationale parken in het buitenland geanalyseerd. Per park is een algemene beschrijving gegeven, wordt ingegaan op het belevingsaspect en is uitgezocht welke faciliteiten het park heeft en hoe de digitale informatievoorziening is georganiseerd. De belangrijkste karakteristieken zijn overzichtelijk weergegeven op kaart en in tabel. De nationale parken in het buitenland zijn vervolgens vergeleken met nationaal park de Utrechtse Heuvelrug en met de Zuidwestelijke Delta (Zeeland en de Biesbosch) in Nederland.







Toerist in eigen land

Vervolgens zijn we vier dagen lang als toerist in eigen land op zoek gegaan naar de ultieme nationale parkervaring. We hebben gefietst, gekanood, gevaren en geploeterd. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Soms spontaan, soms goed georganiseerd. Deze dagen hebben indruk gemaakt. Persoonlijke ontmoetingen die ons bijblijven, onverwachte ervaringen en sublieme momenten van natuurbeleving. Al onze ervaringen, groot en klein, positief en negatief, zijn te lezen in ons ‘Dagboek van een avonturier’. Want soms zeggen details meer dan abstracties en concepten.



Aansprekende concepten

Tot slot hebben we ons, met internationale kennis en nationale ervaring, gewaagd aan twee concepten voor onze onderzoeksgebieden. Voor de Utrechtse Heuvelrug hebben we een veelkleurig kralensnoer ontwikkeld. Een afwisseling van verende venen, pimpelpaarse heidevelden, stuivende duinen, hoge toppen en diepe dalen. Dit alles verbonden door een wonderschoon wandel- en fietsnetwerk en rijkelijk voorzien van gastvrije bezoekerscentra.






Zuidwestelijke Delta

De Zuidwestelijke Delta laat zich in slechts één woord vangen: dynamiek. Eindeloze zandstranden en brede duinstroken, slikken en schorren, dijken en dammen vertellen het verhaal van de ontmoeting tussen zoet en zout. Overweldigend natuurschoon. Eb en vloed, stuivend zand, zuigend slik en weelderige wilgenwouden. Over water verbonden door een netwerk van nieuwe vaarverbindingen. Over land worden de fraaiste (erfgoed)routes aan elkaar geregen. Zo biedt de Delta altijd iets bijzonders. Of je nu voor een halve dag komt of voor drie dagen.





Utrechtse Heuvelrug

Welkom in het toekomstige Nationaal Park de Heuvelrug. Het gebied beslaat de gehele stuwwal en alle haar omringende landschappen. Beleef het fenomeen met haar spectaculaire hoogteverschillen en weidse zicht op de omgeving.

AfwisselingHet Nationaal PUark brengt een grootse diversiteit aan Nederlandse landschappen bij elkaar. Het biedt natte en verende venen, pimpelpaarse heidevelden, stuivende droge duinen, hoge toppen en diepe dalen.

KralenOntdek elk van deze landschappen vanuit een goed bereikbare uitvalsbasis. Deze bezoekerscentra zijn onderling verbonden door een uitgekiend routenetwerk over land of over water en fungeren als transferia. Per bus, op de fiets of te voet kun je op weg naar het volgende transferium. Vanuit de bezoekerscentra beleef je de sublieme natuur die Nationaal Park Heuvelrug te bieden heeft.

De bezoekerscentra worden verbonden door een wonderschoon wandel- en fietsnetwerk. De routing ligt te midden van de ongerepte natuur en cultuurhistorische landschappen. Het tracé doorkruist verschillende landschappen en is rijk aan reliëf. De route brengt je op de meest bijzondere plekken van de Heuvelrug. Zo kom je langs de Eenzame eik, het hoogste punt van de heuvelrug, het prachtige Leersumse veld en de hoge uitkijktoren ‘de Kaap’.





  • Kenmerken
Kenmerken

Nationale Parken van Wereldklasse

Locatie: Den Haag, Zuid-Holland

Opdrachtgever: Atelier Rijksbouwmeester, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Partners:  Veronika Kunclová

Status: Onderzoek

Periode: 2016

Thema: Beleid. Natuur. Recreatie. Internationaal.

Omschrijving kort: Onderzoek naar de belevingswaarde van Nationale Parken


Het resultaat? Nationale Parken van wereldklasse.



Medler-1950-1280x683.png

Nieuwe verdienmodellen zorgen voor voortbestaan landgoed

Landgoed ‘t Medler

In de gemeente Bronckhorst ligt een groot aantal landgoederen, publiekstrekkers die het Achterhoekse landschap in de loop van eeuwen hebben gevormd. Tegenwoordig hebben veel landgoederen moeite om te overleven. De gemeente Bronckhorst schiet de eigenaren te hulp. Niet door het geven van subsidies, maar door het aanbieden van een ‘schetsschuit’. Dat is een interactief ontwerptraject met de omgeving en specialisten waarin zal worden gezocht naar concrete projecten die kunnen bijdragen aan de duurzame instandhouding van het landgoed. Eén van de landgoederen die een schetsschuit aangeboden kreeg, is landgoed ’t Medler in Vorden.


Duurzame instandhouding

Concrete en realistische projecten kunnen bijdragen aan de duurzame instandhouding. Hofstra|Heersche zocht, in samenwerking met de gemeente Bronckhorst, naar de juiste personen die een bijdrage kunnen leveren. Het gaat daarbij om een zorgvuldige mix van enerzijds specialisten en anderzijds omwonenden en overheden. Tijdens een werksessie van één dag op het landgoed en een terugkomdag van een halve dag op het gemeentehuis werd een groot aantal ideeën en suggesties voor projecten geoogst.







Resultaatgerichte werkwijze

Hofstra|Heersche is verantwoordelijk voor de organisatie, projectleiding en de vormgeving van de inhoud. Voorafgaand aan de werksessie kregen alle deelnemers een zorgvuldig samengestelde informatiebundel met de geschiedenis en actuele thema’s op en rond het landgoed. De resultaten van de eerste werksessie zijn ingevoegd in de bundel, onderzoeksvragen zijn geformuleerd en uitzoekpunten genoteerd. De belangrijkste punten werden verder uitgediept op de terugkomdag.



Afspraken vastgelegd

In het eindrapport, de ‘Verklaring van ’t Medler’, is een aantal afspraken tussen gemeente en landgoed opgenomen die bijdragen aan de duurzame ontwikkeling en instandhouding van het landgoed. De directeur/rentmeester van het landgoed en de wethouder ondertekenden deze verklaring gezamenlijk in het bijzijn van de pers. De eerste stappen met betrekking tot de uitvoering zijn inmiddels gezet: er wordt gewerkt aan de verplaatsing en herbestemming van een monumentale koepel, die nu nog met de voeten in het asfalt van een provinciale weg staat.








Nieuwe verdienmodellen zorgen voor voortbestaan landgoed



DSC_0527-1280x857.jpg

Een onderzoek naar permacultuur, meerjarige teelten, voedselbossen en ‘agro-forestry’

Meerjarige teelten

Als vervolg op ‘Plan Ortolaan’, onze inzending voor de EO Wijers-prijsvraag voor de stedendriehoek Apeldoorn, Zutphen, Deventer, verdiepten we ons verder in de meerjarige teelten. Onze nieuwsgierigheid komt mede voort uit de maatschappelijke hype rond voedselbossen. Er is veel over geschreven, bijvoorbeeld door Mark Sheperd, Sepp Holzer en Martin Crawford. Maar hoe zit het echt in elkaar en is permacultuur een antwoord op de steeds intensiever wordende veehouderij?


Bijdrage aan het debat

Toen Louis Dolmans, beheerder van de ‘Natuurakkers’ in Park Lingezegen, het idee presenteerde om een congres te organiseren en Mark Sheperd uit te nodigen, besloot Hofstra|Heersche hier zowel inhoudelijk als financieel een bijdrage aan te leveren. Tijdens het congres ‘Van akker naar bos’ presenteerde Sheperd het verhaal van zijn boerderij in de Verenigde Staten. Wij organiseerden een ‘break-out session’ waarin we op zoek zijn gegaan naar nieuwe functies voor kleine landschapselementen als houtwallen.







Verdieping

De presentatie van Sheperd was voor ons aanleiding om ons verder te verdiepen in zijn gedachtegoed, gedachtegoed dat we ook vinden bij Sepp Holzer en Martin Crawford. Bij deze verdiepingsslag werken we samen met Walda Schenk, specialist op het gebied van biologische landbouw, voormalig melkveehouder en net zo onderzoekend en nieuwsgierig als wij. Een opdrachtgever in Hall (gemeente Brummen) gaf ons de gelegenheid deze zoektocht handen en voeten te geven. Hij wil een bestaand bos omvormen tot een bos waarin iets te halen is, een ‘bos met voedselboselementen’ dus.



Pilot

Gedurende een jaar bezochten we dit bosperceel elke drie weken. Samen met de eigenaar, Walda Schenk, een boer uit de omgeving, een vrijwilliger van de natuurvereniging en een buurtbewoner. Samen leerden we het bos kennen. Bij sneeuw, bij regen, bij kou en bij warmte. We zagen de bladeren komen in de lente en vallen in de herfst. En gedurende deze wandelingen ontstonden ideeën en wijzigden ze weer. Ontwerpen in alle rust.








Relevante kennis

In het kader van onze zoektocht bezochten we ook het bedrijf van Sepp Holzer en dat van Martin Crawford. Hoewel we beide bezoeken erg inspirerend vonden, blijkt het verschil tussen theorie en praktijk nog altijd levensgroot. De onderzoekende houding van Martin Crawford sprak ons aan. Hij kan momenteel met acht personen eten van één hectare bos van twintig jaar oud. De koolhydraten van de éénjarigen en de eiwitten uit vlees missen dan in je dieet. Ook verwerken en distribueren van de gewassen is nog een uitdaging.



Uitgebreid verslag

De bevindingen van onze excursies zijn vastgelegd in woord en beeld. Ze geven een inkijkje in de zoektocht van een geïnspireerde groep mensen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat een voedselbos meer is dan een bos met fruitbomen. Voorlopig moeten we ons richten op uitwisseling van ideeën tussen permacultuur, reguliere landbouw en biologische landbouw. Alleen samen komen we verder.








  • Kenmerken
Kenmerken

Meerjarige teelten

Locatie: Oeken, Gelderland

Opdrachtgever: Particulier

Partners: Walda Schenk

Status: In uitvoering

Periode: 2017

Thema: Permacultuur. Alternatieve teelten.


Organische ontwikkeling van een voedselbos



presentatie-Waalenburg-DLG-16-1280x905.jpg

Natuurparel in het hart van Texel

Polder Waal en Burg

In het hart van Texel ligt de polder Waal en Burg. Deze zeventiende-eeuwse polder is aangelegd in een oud kwelderlandschap, waarvan de restanten nog steeds in het landschap te zien zijn. Natuurmonumenten kocht de polder in 1909 en ontwikkelde het landschap samen met Jac. P. Thijsse. Waal en Burg is een van de eerste landschappen op Texel die eigendom werd van Natuurmonumenten.


Robuuste natuur

De polder wordt nu ingericht als een natuurgebied en is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland, de vroegere Ecologische Hoofdstructuur. De provincie Noord-Holland heeft Dienst Landelijk Gebied gevraagd een inrichtingsplan op te stellen voor de polder. Ecologie, hydrologie, landschap en cultuurhistorie zijn daarbij leidende begrippen.







Leesbaar landschap

Polder Waal en Burg is een prachtig voorbeeld van een gelaagd landschap. De nog steeds aanwezige kreek en twee kolken (restanten van voormalige dijkdoorbraken) getuigen van de vroegere dynamiek van eb en vloed, van dijkdoorbraken en het gevecht tegen het water. Steeds meer terrein wist men op de natuur te winnen, steeds efficiënter ook. Aanvankelijk regelde men de afwatering van de polder via de bestaande kreek. Later werd een stelsel van rechte sloten, gekoppeld aan een breder afwateringskanaal benut om effectief van het water af te komen. Deze gelaagdheid, het overwinnen van de natuurkrachten en nu het teruggeven aan de natuur vormen samen het bijzondere verhaal van deze polder. Een verhaal dat leidend is voor de inrichting als natuurgebied.



Gedragen concept

In nauwe samenwerking met gebiedspartijen, de provincie, ecologen en hydrologen gaf Jan Heersche het inrichtingsplan vorm. De nog aanwezige kreekstructuur met daaraan gekoppelde kolken vormen de ruggengraat van het nieuwe natuurgebied. De structuur van sloten zorgt voor een fijnmazig netwerk van ondiep water met bloemrijke randen en wordt slim benut om de recreatieve druk te reguleren. Tussen de sloten ontstaan verschillende gradiënten van nat naar droog. Hier kunnen weidevogels foerageren en broeden. Recreanten kunnen er uitwaaien of picknicken tussen de stinzenplanten van een voormalig erf. Zo biedt de polder straks voor elk wat wils, voor mens en dier.







  • Kenmerken
Kenmerken

Waal en Burg

Locatie: De Waal, Noord-Holland

Opdrachtgever: Provincie Noord-Holland

Opdrachtnemer: DLG

Partners: Natuurmonumenten

Status: Inrichtingsplan

Periode: 2013

Thema: Natuur. Recreatie.


Natuurparel in het hart van Texel.



luchtfoto-RWS-1280x853.jpg

Natuurwaarden en piekafvoer hand in hand

Cortenoever

Voor het terugleggen van de IJsseldijk bij Cortenoever, in de gemeente Brummen, kocht het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) een aantal landbouwbedrijven aan. Voortvloeiend uit deze aankoop heeft de provincie Gelderland het eigendom verworven van ongeveer 50 hectare grond in de uiterwaard. Zo ontstond een solide basis voor verdere duurzame ontwikkeling van dit deel van de IJssel. Zowel voor waterveiligheid, rivierbeheer, landbouw, natuurontwikkeling en het verbeteren van de leefbaarheid. De provincie Gelderland heeft Hofstra|Heersche gevraagd een werksessie met belanghebbenden te organiseren en een schetsontwerp op te stellen voor de uiterwaarden van Cortenoever.


Unieke uiterwaarde

De uiterwaarden bij Cortenoever vallen op door hun rijke, kleinschalige reliëf: de uiterwaarden zijn een zogenaamd ‘kronkelwaardenlandschap’. Een dergelijk landschap komt nog maar zelden in ongeschonden staat voor. Het ontstond doordat de rivier zich in het verleden voortdurend verlegde. In de buitenbochten trad erosie op, in de binnenbocht juist sedimentatie. Zo ontstond een afwisselend landschap van stroomruggen en verzande geulen. De hogere delen waren geschikt voor bewoning en een enkele kleine akker, de lagere gronden waren in gebruik als hooiland. Hagen van meidoorn en ander, doornig struweel dienden als natuurlijke afscheiding.







Integrale aanpak

Dit waardevolle, karakteristieke mozaïeklandschap is wezenlijk anders dan het landschap in de uiterwaarden van andere rivieren. Het is belangrijk dit karakter te behouden en waar mogelijk te versterken. Daarnaast wordt gezocht naar locaties waar zich hard- en zachthoutooibos kan ontwikkelen en is het belangrijk dat de oppervlakte stilstaand (kwel)water toeneemt. Van deze ontwikkelingen profiteren meerdere planten- en diersoorten. Tijdens een workshop met diverse belanghebbenden, waaronder het waterschap, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer, is een eerste aanzet voor de inrichting gemaakt. Hofstra|Heersche werkte deze aanzet uit tot een schetsontwerp waarin alle doelen en opgaven aan bod kwamen.



Nieuw elan

Het mozaïeklandschap werd in het ontwerp verder verfijnd. Op hoge plekken in de nabijheid van erven worden natuurakkers ontwikkeld. Door de kronkelwaarden te ontdoen van slib vangen de geulen weer kwelwater van de Veluwe af, terwijl op de hogere delen glanshaverhooiland of hardhoutooibos kan ontstaan. Nieuwe wegen zorgen, in aansluiting op de reeds bestaande infrastructuur, voor een optimale beleving van het gebied. Een afwisseling tussen lucht, water en land, tussen geurend hooi en bloemrijke akkers. Een landschap zoals Jan Voerman het geschilderd kon hebben.










  • Kenmerken
Kenmerken

Cortenoever

Locatie: Brummen, Gelderland

Opdrachtgever: Provincie Gelderland

Partners: Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer

Status: Inrichtingsplan

Periode: 2015-2016

Thema: Gebiedsontwikkeling. Recreatie. Nieuwe natuur. Ruimte voor de rivieren.


Natuurwaarden en piekafvoer hand in hand.